Nobele interventie leidt tot nervositeit en tweespalt

Oorlog hult zich graag in eufemismen. In Libië is een interventie gaande om een vliegverbod af te dwingen, heet het bijna klinisch. In werkelijkheid is besloten tot het uiterste middel: het gebruik van geweld.


En dat leidt als gevolg van alle verwoestingen en doden al gauw tot nervositeit en tweespalt. De eerste kritiek is er. Het lijkt erop dat de internationale coalitie niet goed wist waaraan zij begon, laat staan dat zij weet hoe dit avontuur moet eindigen.


De aanleiding voor de ingreep is een nobele. 'We komen vannacht. We zullen jullie vinden in jullie kasten. We zullen geen genade of mededogen kennen.' Die waarschuwing van Kadhafi aan het adres van de rebellen, geuit toen zijn strijdmacht vorige week hun bolwerk Benghazi naderde, gaf de doorslag.


Het Rwandesque angstbeeld van een tiran die een slachting aanricht, betekende dat de leiders van de grote westerse mogendheden niet langer wilden toekijken. Want hun passiviteit zou een verkapte vorm van medeplichtigheid zijn geworden. Dat wilde niemand op zijn geweten hebben, dus werd er gehandeld.


Deze beslissing had iets impulsiefs, hoe lang er van tevoren ook gesproken was over ingrijpen. Men besloot tot actie vanwege het gevoel niet anders te kunnen onder dreiging van Kadhafi's Grote Afrekening. Maar niemand kon de consequenties van het besluit overzien. Slechts één ding is zeker: elke dag dat de Libische leider standhoudt, wordt het moeilijker voor de coalitie.


Die is breed maar broos. De Arabische Liga heeft zelf om ingrijpen gevraagd, maar al op dag 2 hekelde het hoofd van de Liga de burgerdoden. Volgens hem gaan de bombardementen verder dan het instellen van een vliegverbod. Bovendien tonen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, die beide tot de militair sterkste Arabische landen behoren, weinig animo om mee te doen. De Saoedi's nemen het de Amerikanen kwalijk dat die de Egyptische president Mubarak hebben laten vallen en kritiek hebben geleverd op het Saoedische ingrijpen in Bahrein.


Buiten de coalitie is er ook al kritiek, van de zijde van de China, Rusland, de Afrikaanse Unie en Duitsland. De laatste zegt de bezwaren van de Arabische Liga te delen. Zo is de betrekkelijke eensgezindheid die er vorige week donderdag nog was bij het aanvaarden van de VN-resolutie, snel aan het verdampen in de hitte van de strijd.


Zelfs dreigt er een vacature te ontstaan wat het commando over de operatie betreft. Dat is uniek in de historie: men is begonnen aan een militaire campagne zonder dat van tevoren duidelijk geregeld is wie haar moet leiden.


De Amerikanen hadden het voortouw in de eerste fase, maar zij willen na een paar dagen een stap terugdoen naar een 'ondersteunende rol'. De NAVO zou het commando kunnen overnemen, maar daarover dreigt onenigheid. Obama wil dat wel, maar Frankrijk, Turkije en waarschijnlijk ook Duitsland niet. Ook de Arabische landen zijn tegen. Frankrijk en Groot-Brittannië kunnen de coalitie leiden, maar de geschiedenis van het ingrijpen op de Balkan in de jaren negentig leert dat deze landen daar onderdeel van het probleem waren, niet de oplossing.


Onzeker is verder of een luchtoorlog voldoende is om Kadhafi eronder te krijgen. In Bosnië (1995) waren er op de grond de Kroaten en in Kosovo (1999) de rebellen van het UCK om de NAVO-luchtmacht te ondersteunen. Niemand weet of de Libische rebellen dezelfde rol kunnen vervullen. De vraag is zelfs of Kadhafi wel het doel mag zijn op grond van de VN-resolutie.


Het ziet er allemaal rommelig en ondoordacht uit, een interventie met de Franse slag. Tenzij Kadhafi als door een wonder (of een 'toevallige' raket) uit het spel wordt gehaald, kan het wel eens een kwestie van stug volhouden worden.


Meer over