'NMa heeft klokkenluiders niets meer te bieden'

De klokkenluider kreeg van de NMa de belofte dat hij buiten beeld zou blijven. Maar toch werd zijn naam doorgespeeld aan justitie en werd hij verdachte....

Het enige wat hij als klokkenluider vroeg, was vertrouwelijkheid. Meer verlangde de ex-werknemer van het bouwbedrijf niet van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Het was zijn belangrijkste en enige voorwaarde. Hij vroeg er daarom herhaaldelijk om: tijdens het eerste telefoongesprek, op het moment dat de afspraak werd gemaakt en voorafgaand aan de eerste ontmoeting met de NMa-rechercheurs.

'Ik kreeg duidelijk te horen dat ik buiten beeld zou blijven', vertelt hij. 'Het ging alleen maar om het opsporen van overtredingen van de Mededingingswet en niet om het aan de paal nagelen van personen. Te allen tijden zou mijn anonimiteit worden gewaarborgd.'

Dat nu zijn afspraken zijn geschonden, vindt hij dan ook 'blamerend' voor de kartelwaakhond, de behandelende rechercheurs en 'oneerlijk' voor hem als klokkenluider. 'Als het al niet mogelijk is om mij te beschermen, wat heeft de NMa de klokkenluiders dan nog te bieden? Niets toch? Zo blijven de tipgevers in de toekomst weg.'

Na lang wikken en wegen besloot de ex-werknemer van een groot beursgenoteerd bouwbedrijf eind 2001 contact te zoeken met de NMa in Den Haag. De bouwfraude was een maand eerder aan het licht gekomen. Dat was met name aan klokkenluider te danken: Ad Bos, ex-technisch directeur van Koop Tjuchem.

Ook de andere klokkenluider wist van de jarenlange illegale praktijken in de bouwwereld. Net als iedereen in de aannemerij deed hij mee, omdat iedereen nou eenmaal meedeed. Op 9 januari 2002 kwamen twee rechercheurs van de Taakgroep Bouw van de NMa bij hem thuis op bezoek.

De informatie van de man was voor de NMa buitengewoon belangrijk. Hij kon vertellen over kartelvorming, verboden verrekensystemen en illegale afspraken in de periode 1997 tot en met 2000. Bovendien wist hij deze verklaring te onderbouwen met een gedetailleerde schaduwadministratie waarin betrokken bedrijven met naam en toenaam stonden beschreven. Hierdoor zou de NMa voor het eerst tijdens haar bouwfraudeonderzoek keiharde bewijzen vergaren.

Voorafgaand aan dit gesprek werd wederom de geheimhouding ter sprake gebracht. In het verslag dat door de NMa is opgesteld, valt te lezen dat de informatie 'niet naar hem herleidbaar zou zijn'. Ook wilde hij niet dat hij bij 'zijn naam en toenaam' genoemd zou worden bij 'mogelijk te bezoeken aan ondernemingen als zijnde klokkenluider.'

Een andere ontmoeting met NMa-medewerkers had op 24 september 2002 plaats en ging dieper in op een aantal projecten waarmee gesjoemeld zou zijn. In beide door de NMa opgestelde verslagen staat nergens vermeld dat hij te horen heeft gekregen dat 'geen anonimiteit' kan worden gegarandeerd, zoals de kartelwaakhond nu beweert, en dat hij daarmee akkoord is gegaan. Ook valt niet te lezen dat hij op de hoogte is gebracht van het feit dat het OM de informatie kan opvragen en het NMa zijn verklaring en documenten kan doorspelen.

Daarom was hij ook verbaasd dat hij een jaar na de eerste samenkomst met NMa-medewerkers gebeld werd door een politierechercheurmet de mededeling: 'U weet wel waarom ik u bel.' Vervolgens bleek dat zijn verklaring, die hem nooit ter bevestiging was voorgelegd, was doorgespeeld aan het OM.

'De politiemannen waren enorm verbaasd te horen dat de NMa de zaak heeft doorgesluisd zonder mij ervan in kennis te hebben gesteld. Ze zouden er in het proces-verbaal een notitie van maken.'

Na een verhoor van twee dagen deed hij zijn beklag bij een van de NMa-rechecheurs. Hij was inmiddels verdachte geworden in het strafrechtelijke onderzoek. De opsporingsambtenaar verontschuldigde zich over deze gang van zaken en beloofde langs te komen om de kwestie uit te praten. Twee keer belde hij af voor een afspraak en uiteindelijk viel op 6 maart 2003 een brief in de bus van de Directie Concurrentietoezicht met daarbij gevoegd het niet ondertekende NMa-verslag. Hierin werd uitgelegd dat het NMa gewettigd is om gegevens uit te wisselen met het OM.

De afgelopen week bleek dat de afspraak om voorkomen dat zijn identiteit 'herleidbaar' zou zijn, eveneens met voeten was getreden. De NMa stuurde informatie rond 'aan derden' over de door de man aangedragen zaak, die eerder tot fikse boetes had geleid voor verschillende bouwbedrijven.

Delen uit zijn verklaring zijn dan ook simpelweg terug te vinden. Hierdoor is hij niet langer een anonieme klokkenluider die dacht in het geheim zijn vertrouwelijke gegevens te hebben overgedragen. De NMa laat in een reactie weten de man zorgvuldig te hebben behandeld.

'Ik heb hier niet om gevraagd', zegt de man. 'De NMa heeft mij in een lastig parket gebracht. Ik ben niet gediend van dit gedrag. Ik weet in ieder geval zeker dat ik nooit meer naar de NMa stap en zal dat anderen ten stelligste afraden.'

Meer over