Nirvana

Ook grote wijsgeren waren verslingerd aan voetbal. De Duitser Martin Heidegger (1889-1976) was een fan van Franz Beckenbauer, wellicht omdat Der Kaiser met zijn elegante stijl een superieure vorm van Zijn vertegenwoordigde, schrijft filosoof Jan Vorstenbosch in zijn nieuwe boek Voetbalgek....

De Franse existentialist Albert Camus was zelf een verdienstelijk keeper. Hij beschouwde het veld als een minimaatschappij. ‘Alles wat ik over moraal weet, heb ik op het veld geleerd’, zei hij. Bij philosophyfootball.com kun je een T-shirt bestellen met deze tekst. Op de achterkant staat het rugnummer 1 met de naam Camus.

Maar hoe diep je ook over voetbal probeert te filosoferen, de charme van de sport is nou juist dat zij absoluut niets te betekenen heeft. Voetbal is meeslepende onbenulligheid. Ik kan volledig in een wedstrijd opgaan, en tegelijkertijd beseffen dat zij totaal onbelangrijk is. Voetbal is een ontsnapping aan de wereld. Anderhalf uur lang vergeet ik mijn zorgen, mijn irritaties, mijn onvervulde wensen.

Dat is het perspectief van de kijker. Voor trainers en spelers ligt dat natuurlijk anders. Zij proberen van ‘de voetballerij’ een bedrijfstak te maken, die wetenschappelijke methoden hanteert om ‘het toeval uit te sluiten’, zoals Louis van Gaal dat zo fraai verwoordde.

Symbool van deze ontwikkeling is de opmars van de laptop in de dug-out, stelt Vorstenbosch. In de finale van de Champions League kreeg Van Gaal een lesje ‘toeval uitsluiten’ van zijn voormalige pupil José Mourinho. De tactiek van Internazionale was er helemaal op gericht Bayern uit zijn spel te halen, in het vertrouwen dat de wedstrijd met een paar snelle counters beslist kon worden.

Het voetbal van Inter deed niet aan Pelé, Cruijff of Maradona denken, maar aan McKinsey en Berenschot. Efficiënt, perfect georganiseerd, voetbal als alternatieve manier van zaken doen. Zo dringt de wereld het voetbal binnen. Maar als voetbal en wereld samenvallen, kan de wedstrijd geen ontsnapping aan de wereld meer zijn. Helaas gebeurt dat maar al te vaak.

Toch ga ik weer naar het WK kijken. Gelukkig is er vaak een geniale enkeling die het schijnbaar perfect uitgedachte strijdplan van de tegenstander in de war schopt. Een goede wedstrijd is voor mij een boeddhistisch nirvana, een toestand van volkomen rust, waarin alle begeerten overwonnen zijn. Ik maak me nergens meer druk over. Behalve over een overwinning voor Oranje. Maar dat is slechts een kunstmatige begeerte, aangewakkerd om het kijken naar de wedstrijd te veraangenamen.

Peter Giesen is redacteur van de Volkskrant.

Meer over