Nino, nafluitbaar

Hij is de peetvader van de filmmuziek, iedereen kent zijn melodieën, zoals die van The Godfather. Wie? Nino Rota, tijd voor een (hernieuwde) kennismaking.

Iedereen kent zijn muziek, al is het maar van de accordeon op de hoek. Maar hoe makkelijk en vanzelf de nu eens sentimentele, dan weer goedlachse en altijd zeer Italiaanse klanken van Nino Rota (1911-1979) zich ook laten meeneurieën, de meeste mensen zullen niet weten welke componist die noten in hun mond heeft gelegd. Filmhuis Den Haag wil daar nu verandering in brengen. Samen met vijftien Nederlandse filmtheaters brengt het een goedgevuld programma rond Rota, van vroeg en onbekend werk tot grijsgedraaide klassiekers als Federico Fellini's La dolce vita (1960) en Francis Ford Coppola's The Godfather (1972).

Rota moet met een gemiddelde van drie scores per jaar een van de productiefste filmcomponisten zijn.In 1954 werden maar liefst dertien films door hem van muziek voorzien, waaronder Fellini's circusdrama La strada, dat een magistrale, onmiskenbaar Rotaniaanse trompetsolo als hoofdthema kreeg.

Met zo'n immense productiviteit is het geen wonder dat Rota herhaaldelijk bestaande muziek in zijn scores verwerkte - ook muziek die hij zelf had geschreven. De wals uit The Godfather is ongetwijfeld de meest 'gecoverde' compositie van Rota: niet alleen de accordeon op de hoek speelt het, op internet barst het van de transcripties en house-, elektro- en dubstepcovers.

Maar de eerste die de muziek hergebruikte was Rota zelf: de wals uit The Godfather is in feite een vertraagde, minder swingende versie van een koperblaas-muziekje uit Fortunella (1958). Dat zelfplagiaat kostte hem de Oscar voor The Godfather, die hij later met The Godfather Part II (1974) alsnog in de wacht sleepte. En dan doet de melodie ook nog eens sterk denken aan Verdi's opera La forza del destino (1862).

Rota de recycler: het is een dankbaar perspectief, dat Filmhuis Den Haag benadrukt met een debat over Rota's originaliteit, en een educatie-programma dat scholieren via Rota vertrouwd wil maken met termen als 'plagiaat', 'remix' en 'pastiche'. Tegelijkertijd maken alle geselecteerde films in één oor-opslag duidelijk dat Rota wel degelijk een eigen geluid had. Ook wanneer hij voor Franco Zeffirelli's Romeo and Juliet (1968) naar renaissance zwemend patina over de strijkers en tokkelinstrumenten legt, hoor je aan de zwierige noten dat het Rota is.

Bij wie hij ook leentjebuur speelt, welk genre hij in zijn muziek ook parafraseert, en hoe puntig het ook allemaal georkesteerd is, Rota bewijst zich steeds weer als de Italiaanse grootmeester van de melodische filmmuziek. Dat maakt dat zijn films zich vaak nog gemakkelijker laten nafluiten dan navertellen. En dat zijn composities zo wonderwel op zichzelf kunnen staan, als je de beelden erbij niet ziet.

Hoewel: het is toch moeilijk om dan niet aan de circussen, rijkeluisbanketten, arena's en koortsdromen te denken die hij samen met Fellini optrok. Rota en Fellini werkten tot aan Rota's dood samen, van Lo sceicco bianco (1952) tot Prova d'orchestra (1979), en vormden met hun vijftien films zo'n hecht koppel, dat geen Rota-programma erom heen kan.

Luisterend naar het warmbloedige, naar voorbije zomers smakende thema uit Amarcord (1973), voel je misschien ook wel het beste wat Rota met zijn werk wilde bereiken. 'Ik zou er alles aan willen doen om iedereen een moment van geluk te bezorgen', zei hij ooit. 'Dat verlangen is het hart van mijn muziek.'

filmhuisdenhaag.nl

undefined

Meer over