Niks geen euforie, Zwollenaren zijn altijd bescheiden

Na vier duels voert PEC Zwolle de eredivisie aan. Dat is wennen; voor de coach, de spelers en de burgemeester.

ZWOLLE - Het IJsseldeltastadion, zaterdagavond. Op de Henk Timmertribune deint burgemeester Henk Jan Meijer voorzichtig mee als tijdens de warming-up, voor de wedstrijd tegen Cambuur, het officieuze volkslied van Zwolle wordt ingezet.

Ik ben een Zwollenaar,

een echte Zwollenaar.

Ik doe niet vaak zo raar,

in 't volle openbaar.

De paar simpele regels typeren precies het karakter van de inwoners van zijn stad en voetbalclub, vindt Meijer. 'Bescheiden zijn, streven naar het hoogste, maar wel met beide benen op de grond blijven staan.' Toen PEC Zwolle deze zomer voor Ron Jans als nieuwe trainer koos, knikte hij tevreden vanachter zijn krant. 'Een goede keuze. Hij straalt heel nadrukkelijk de waarden van deze streek uit.'

Meijer heeft in het stadion zojuist een netwerkbijeenkomst gehad met bedrijven. Nu PEC Zwolle bovenaan staat, is het makkelijker zakendoen, merkt hij. 'In het landelijke vergadercircuit spraken collega's mij altijd aan over sterrenrestaurant De Librije. Tegenwoordig is dat PEC.'

De burgemeester incasseert de gratis citymarketing gretig. Er was na de opening van de Hanzelijn tussen Amsterdam en Zwolle, de uitbreiding van museum De Fundatie en de 100.000ste bezoeker van boekhandel Waanders in de Broerenkerk best nog ruimte voor een goed presterende voetbalclub. Niet dat dagjesmensen nu met drommen zijn stad bestormen, maar de goede resultaten van PEC dragen wel bij aan een landelijke en positieve uitstraling. 'Ik merk overal dat het succes ons van harte wordt gegund.'

Het aantal seizoenkaarthouders neemt nog altijd toe, de teller staat op bijna 7.000. Voor het duel tegen Cambuur zijn bijna alle stoeltjes in het IJsseldeltastadion bezet. Vanwege het zwoele weer zitten de meeste toeschouwers in hun T-shirts op de tribune. En dan sijpelt ook gestaag de gunstige tussenstand bij Heracles-PSV door. Beter kan de stemming niet zijn.

Achter het doel, waar de fanatieke aanhang zit, hangt zoals altijd het mega-spandoek met de tekst: PEC Zwolle desespereert nimmer. Oftewel: nooit wanhopen. Hoeft ook niet met zo'n middenveld. Zie ze eens lopen, de kwikzilverachtige Jesper Drost en de lepe Kamohelo Mokotjo. Hun steekpassjes op Fred Benson zijn zó mooi, zó verfijnd. Alleen jammer dat de stoere spits zijn avond niet heeft. Anders zou PEC Zwolle al na een half uur op een ruime voorsprong staan.

Wel wordt gaandeweg duidelijk dat PSV gelijk heeft gespeeld. Nu winnen betekent dat PEC alleen de ranglijst gaat aanvoeren. Het is ongekend. Aanvoerder Bram van Polen, die ook met zijn club in de eerste divisie uitkwam, valt deze week van de ene in de andere verbazing. 'Vrijdag waren er allerlei cameraploegen op de training. En als ik in de stad ben, word ik constant aangesproken door mensen. 'Gaat goed hè?', roepen ze dan.'

Vorig seizoen presteerde de club, onder leiding van Art Langeler, ook al verrassend goed. Toen Langeler besloot te vertrekken, nodigde technisch directeur Gerard Nijkamp Ron Jans uit voor een gesprek. Zijn belangrijkste vraag: 'Hoe zou jij onze organisatie naar een volgend niveau kunnen helpen?'

Samen stelden ze vijf punten op die verder geprofessionaliseerd konden worden: voeding, video-analyse, krachttraining, mentale begeleiding en het monitoren van spelers tijdens trainingen. Nijkamp: 'Als we nou op elk van die punten 1 procent vooruitgaan, zijn we alweer een stap verder.'

De technisch directeur waakt er wel voor dat 'de kernwaarde' van de club, transparantie, niet uit het oog wordt verloren. 'Want daarop selecteren we onze mensen, van de stewards tot de trainer.' Nog altijd lunchen spelers en kantoorpersoneel samen, daar is niets aan veranderd. 'Maar de mayonaisepot is van tafel verdwenen', lacht Van Polen. 'De trainer is scherp op details.'

Vanwege een botsing met Mokotjo speelt de aanvoerder bijna de hele wedstrijd tegen Cambuur met een tulband om zijn hoofd. Een blauwe, dat wel. Past mooi bij het shirt en de geuzennaam van de Zwollenaren: blauwvingers. Die blauwe vingers kregen ze van het tellen van koperen munten in de middeleeuwen.

Zwollenaren heten een zuinig volkje te zijn. De stad is het middelpunt van een calvinistisch gebied. De afgezwaaide Arne Slot zei vorig jaar: 'In het zuiden gaan mensen vaker uit eten. Hier denken ze: een kopje koffie kunnen we thuis ook drinken. Mensen gaan hier rijker dood.'

Op basis van de jaarcijfers zette de licentiecommissie PEC Zwolle in categorie II, voor clubs die hun huishouding 'voldoende' op orde hebben. Logisch, zegt burgemeester Meijer: 'Je geeft niet meer uit dan je hebt, dat is het karakter van de Zwollenaar. Wat nu bij NEC gebeurt, zul je hier niet snel zien. We zijn niet saai, wel degelijk.'

Vanaf de eretribune ziet de burgemeester dat PEC Zwolle in de tweede helft te maken krijgt met een nieuw fenomeen: koploperstress. Ballen schieten van de voeten van Zwolse spelers, schoten gaan net naast. Het is net alsof er 220 volt op hun schoenen staat. Maar juist als Cambuur wat meer lijkt aan te dringen, slaat Guyon Fernandez toe. De invaller staat in de 70ste minuut op de juiste plek als doelman Nienhuis de bal na een schot van Van Polen niet klemvast heeft: 1-0.

Een kwartier voor tijd beslist Rochdi Achenteh het duel door vanaf elf meter raak te schieten. 'Wij zijn kóploper, wij zijn kóploper', scanderen de uitgelaten fans als scheidsrechter Kuipers voor het laatst heeft gefloten. Op de persconferentie glimt Ron Jans zoals alleen hij kan glimmen: breeduit.

'Dit is prachtig', zegt hij. Toch wil hij waken voor al te veel euforie. 'Het is niet dat we ergens in de serie een punt hebben gestolen. Maar we moeten eerlijk zijn: het zit ook niet tegen.'

Burgemeester Meijer houdt dezelfde slag om de arm. 'Als Fernandez tegen Feyenoord niet in de laatste minuut die bal erin schiet, hadden we nu nooit zo hoog gestaan. We blijven wel Zwollenaren, hè.' Alleen Bram van Polen durft na afloop ongeremd blij te zijn. Eerst eet hij in de catacomben nog keurig een fruitbakje op om weer op krachten te komen. Daarna spoedt hij zich naar de kleedkamer en komt hij terug met een biertje in zijn rechterhand.

Want ja, leuk hoor, al die nuchterheid en goed bedoelde voedingsadviezen: 'We moeten hier ook wel een beetje van genieten. Voor je het weet, is het weer voorbij.'

undefined

Meer over