Nieuws

Nijmegen wilde wildgroei aan studentenkamers aanpakken, maar wordt teruggefloten door Raad van State

De gemeente Nijmegen moet iets nieuws bedenken om de wildgroei aan studentenkamers te stoppen. Met een vergunningplicht probeerde zij greep te houden op het studentenleven in woonwijken. Maar voor de meeste panden mag dat niet, oordeelde de Raad van State donderdag.

Studenten van de Radboud Universiteit in Nijmegen maken kennis met de stad tijdens de introductieweek. Beeld Aurélie Geurts
Studenten van de Radboud Universiteit in Nijmegen maken kennis met de stad tijdens de introductieweek.Beeld Aurélie Geurts

In de hoop een einde te maken aan illegale kamerverhuur van panden en overlast in bepaalde wijken scherpte Nijmegen in 2018 haar kamerverhuurbeleid flink aan. Alle huisbazen – van toekomstige, maar ook van al bestaande studentenhuizen – moesten een nieuwe vergunning aanvragen.

Bij woningen van meer dan 325 duizend euro - de kostengrens voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) – baseerde de gemeente deze vergunningplicht op een ‘leefbaarheidstoets’: een huiseigenaar mocht een woning alleen verkameren als de buren daar niet onder zouden lijden. Maar door die argumentatie zette de Raad van State donderdag een streep.

De hoogste bestuursrechter van Nederland vindt dat zo’n vergunning enkel verplicht gesteld mag worden om een tekort aan goedkope woonruimte tegen te gaan. Alleen dan strookt de vergunningplicht namelijk met de landelijke Huisvestingswet uit 2014. Bij woningen uit het goedkopere segment mag de gemeente daarom wel een vergunning verplicht stellen. Wanneer investeerders of andere kapitaalkrachtigen deze panden opkopen, dreigt de krapte op de kopersmarkt verder toe te nemen.

‘Het is een vrij zorgelijke uitspraak’, vindt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de Technische Universiteit Delft. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning lag in Nederland vorig jaar op 334 duizend euro. ‘De meeste woningen die gesplitst worden zitten boven die norm. Zeker in binnensteden zijn panden allemaal veel meer waard.’

Voor Boelhouwer illustreert deze uitspraak de liberalisering van de woningmarkt. Alleen onder specifieke omstandigheden kunnen gemeenten ingrijpen. ‘Er is zoveel mogelijk vrijheid verstrekt. Je kunt minder sturen dan in het verleden. De Huisvestingswet is daar ook een voorbeeld van.’

De Raad van State noemt het verder ‘onredelijk en onzorgvuldig’ dat Nijmegen bij de invoering van de vergunningplicht geen rekening heeft gehouden met de belangen van de eigenaren en bewoners van reeds verkamerde panden. In sommige gevallen werden huizen die al jaren als studentenwoning diende, plotseling ‘onrechtmatig’ verklaard.

De gemeente Nijmegen gaat de consequenties van de uitspraak onderzoeken. Andere studentensteden kampen met vergelijkbare problemen en hebben met hun kamerbeleid op de uitspraak in de Nijmeegse zaak gewacht. Een woordvoerder laat weten dat Nijmegen in ieder geval blij is dat aan de ‘lange periode van onzekerheid over de houdbaarheid van het kamerverhuurbeleid’ een einde is gekomen. ‘We gaan sowieso door met het aanpakken van overlast.’

In afwachting van de uitspraak van de Raad van State paste Nijmegen zijn beleid al aan. Toch is het onderliggende probleem volgens de woordvoerder nog niet opgelost. ‘Het wordt landelijk steeds duidelijker welke verbeterpunten de Huisvestingswet uit 2014 heeft voor gemeenten die kamerverhuur willen reguleren. Die wet rust gemeenten niet voldoende toe om dat op een goede manier te doen.’

Meer over