Nigeriaanse lijkkisten tussen Betuwse bomen

Zomerexpositie van beeldende kunst uit Afrika, Bax Gallery, Buurmalsen, tot 22 september...

WIM BOSSEMA

Een oud tuinhek geeft toegang tot een wilde verzameling hedendaagse beeldende kunst uit Afrika. In de boomgaard van de Bax Gallery, een voormalige boerderij in de Betuwe, staan de vermaarde stenen figuren uit het Zimbabwaanse beeldhouwersdorp Tengenenge naast bronzen Benin-beelden, hedendaagse varianten van antieke meesterwerken.

Houten maskers en beelden uit West-Afrika hangen verscholen in een grote tent. Tussen de bomen staan Nigeriaanse lijkkisten: een gazelle, een vis, een stier, een kip.

De expositie geeft een indruk van de grote variëteit aan kunst die nu in Afrika wordt gemaakt. Moderne kunstenaars met een persoonlijke stijl en een naam werken naast duizenden anonieme collega's die binnen de artistieke traditie van hun volk blijven.

Het is een weerspiegeling van de tegenstelling tussen het leven in de steden met disco's en Afrikaanse popmuziek, en het platteland waar de traditie voortleeft.

De scheidslijn is echter vaag. De kleurige lijkkisten uit Nigeria zijn een typisch modern verschijnsel. Rijke lieden tonen er voor de laatste maal hun succes in het leven mee. Een bekende lijkkist is de houten Mercedes. Kunst in de westerse betekenis is het niet; de klant kan zijn keuze maken in een modellenboek van de lijkkistenateliers.

De beeldhouwkunst in Zimbabwe bestaat nog geen halve eeuw. Als geen andere kunstvorm uit Afrika hebben de beelden hun weg gevonden naar klanten in het Westen. Zeker naar Nederland, waar de afgelopen jaren tentoonstellingen waren op kasteel Groeneveld, in Artis en een aantal galeries. De Zimbabwaanse beeldhouwers hebben namen, zelfs de beginnelingen. Ze werken voornamelijk voor de westerse markt, waar de klanten waarde hechten aan de identiteit van de kunstenaar.

De bronsgieters en maskermakers uit West-Afrika hebben die sprong uit de anonimiteit nog niet gemaakt. De meest opmerkelijke stukken op de zomertentoonstelling van de Bax Gallery zijn de maskers van het Geledegenootschap van het Yoruba volk in Nigeria en Benin. Ze gelden als de meest fantasierijke van Afrika. De Geledemaskers hebben niet de peilloze diepte van de beste Afrikaanse maskers voor religieuze riten en ceremonies. Ze worden gedragen tijdens dolle dansfeesten, en de makers proberen zo verrassend mogelijk voor de dag te komen.

De maskers bevatten in hout vaak hele taferelen. Veelal kunnen onderdelen worden bewogen door aan een touwtje te trekken. Een vogel met een lange nek van blauw stof knikt voorover. Een kameleon schuift heen en weer over een plankje. Een man en een vrouw bedrijven de liefde op het hoofd van de danser als die ritmisch aan het koordje trekt.

De Geledegenootschappen zien toe op het welzijn van de gemeenschap. Vruchtbaarheid is een belangrijk thema bij de jaarlijkse dansfeesten. De mannelijke dansers doen zich voor als vruchtbare vrouwen. Op de tentoonstelling hangen houten zwangere vrouwenbuiken en borsten die de maskerdansers voorbinden. Een van de attributen is rond: een rug met daarop een kind geklemd.

Het genootschap organiseert ook andere danspartijen, die voor een select gezelschap toegankelijk zijn. Op de tentoonstelling is een enorm beeld te zien van een oude man op een beest met kleinere figuren om zich heen. Het werd waarschijnlijk gebruikt voor de epa-cultus die in een deel van het Yoruba-gebied wordt uitgeoefend voor de vruchtbaarheid van het land en de clan. Het beeld is nauwelijks te tillen.

De Geledemaskers maken deel uit van een levende traditie. Sommige maskers op de tentoonstelling zijn duidelijk gebruikt, gezien de houtwormgaatjes, hoewel ze niet de ouderdom hebben van stukken waarnaar verzamelaars van traditionele Afrikaanse kunst meestal op zoek zijn. Andere zijn gloednieuw met verse verflagen in spetterende kleuren. Ze zijn waarschijnlijk gemaakt voor de verkoop aan westerse opkopers.

De Geledemaskers en ander 'nieuw traditioneel werk' vormen op de westerse kunstmarkt een nieuw verschijnsel. Door verzamelaars van traditionele Afrikaanse kunst wordt erop neergekeken: de kunstvoorwerpen moeten toch minstens een halve eeuw oud zijn willen ze van waarde zijn. Nieuw gemaakte traditionele kunst is veel te koop, maar dan als nep-antiek. De handel in oude Afrikaanse kunst is onlangs bemoeilijkt door het Unidroit-verdrag. Misschien krijgen de hedendaagse traditionalistische kunstenaars nu de kans uit de anonimiteit te komen.

De makers van de Geledemaskers zullen de eersten zijn. Zij drukken vanouds een persoonlijk stempel op hun werk en putten uit het moderne leven. Op een van de maskers steekt een man zijn sigaret aan als de danser aan het touwtje trekt.

Wim Bossema

Meer over