NIEUWS

Nieuwe studie toont schrikbarende achteruitgang aantal bijensoorten wereldwijd

Bijensoorten raken niet alleen plaatselijk, maar wereldwijd in de verdrukking. Nieuw onderzoek heeft bewezen dat een kwart van de bijensoorten die we kennen uit de biologieboeken sinds de jaren negentig niet meer wordt waargenomen.

Veertig jaar geleden was de Patagonische hommel wijdverspreid in Chili en Argentinië. Nu is hij zeldzaam. Beeld Eduardo E. Zattara
Veertig jaar geleden was de Patagonische hommel wijdverspreid in Chili en Argentinië. Nu is hij zeldzaam.Beeld Eduardo E. Zattara

Argentijnse onderzoekers schrijven in het wetenschappelijke tijdschrift One Earth dat ze steeds minder verschillende bijensoorten tellen, hoewel ze elk jaar meer gegevens over bijen binnenkrijgen. Dit betekent niet per se dat ze zijn uitgestorven, maar wel dat ze dermate zeldzaam zijn dat onderzoekers ze niet meer waarnemen.

De bij is als bestuiver een essentiële schakel in veel ecosystemen. Niet alleen de hoeveelheid bijen is belangrijk, maar ook de diversiteit aan bijensoorten. Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat fruitbomen meer en grotere stukken fruit dragen als er meer bijensoorten rondvliegen. Daarnaast zijn ecosystemen beter bestand tegen ziekte, droogte en overstromingen als hun biodiversiteit groter is, net zoals je beter beschermd bent tegen verlies als je op meerdere paarden wedt.

Eerdere studies naar bijenpopulaties keken vooral naar specifieke soorten of maakten lokale inventarisaties. Die conclusies kun je niet zomaar doortrekken naar andere plekken op de wereld of naar andere bijensoorten.

De Argentijnse onderzoekers vullen dat kennisvacuüm op. Ze vlogen niet zelf de wereld rond, maar maakten gebruik van de Global Biodiversity Information Facility, een internationaal netwerk aan databases van musea en universiteiten, maar ook van burgers.

Meer bijen, minder soorten

Voor elk decennium vanaf de jaren vijftig telden de onderzoekers het aantal bijen en het aantal verschillende soorten. Normaal gesproken verwacht je dat je meer soorten vindt als je een groter aantal bijen bestudeert. Voor de data vanaf de jaren negentig komt deze verwachting echter niet uit: de onderzoekers telden elk decennium meer bijen, maar ze vonden steeds minder verschillende soorten.

Deze trend vinden ze bij elke bijenfamilie en ook bij wespen. Op alle continenten gaat de rijkdom aan bijensoorten achteruit, maar het verval verschilt in aard. Noord- en Centraal-Amerika kennen de snelste achteruitgang. In Europa waren de jaren zestig tot negentig het zwaarst voor de bij, maar tegenwoordig lijkt de diversiteit aan bijensoorten hier wat te stabiliseren, weliswaar op een ernstig laag niveau van bijendiversiteit.

‘Dergelijke onderzoeken maken insecten zichtbaarder,’ vertelt Koos Biesmeijer, onderzoeker bij Naturalis en niet betrokken bij de nieuwe studie. ‘Je hoopt natuurlijk dat het op andere plekken in de wereld niet zo slecht gaat als in Nederland, maar dat is niet het geval.’

Biesmeijer doet zelf ook onderzoek naar de diversiteit van bijen. Hij vertelt: ‘Ik krijg altijd kritiek, vanuit alle hoeken. Van sommige Tweede Kamerleden hoor ik bijvoorbeeld: Hoe weet je nou zeker dat de landbouw zo slecht is voor de bij? Er is maar één studie naar gedaan.’’ Maar ook de gemiddelde burger ervaart volgens Biesmeijer vaak niet dat het slecht gaat met de natuur. ‘Die eendjes die ik in de rivier zie dobberen, dat is de zichtbare biodiversiteit. Maar bijna niemand ziet insecten. Die zijn vaak onzichtbaar.’ Het nieuwe onderzoek brengt ook die onzichtbare biodiversiteit aan het licht. Derhalve maakt het korte metten met de kritiek dat er te weinig bewijs is.

Verbeteren van het landschap

Valt het tij nog te keren voor de bij? ‘Met het project Groene Cirkel Bijenlandschap, tussen Leiden en Zoetermeer, werken we aan het verbeteren van het landschap voor biodiversiteit’, vertelt Biesmeijer. ‘Daar leren we veel over praktische zaken.’ Het aantal bijensoorten groeide daar in drie jaar met meer dan eenderde.

Een belangrijk principe blijkt: biodiversiteit vereist biodiversiteit. Door een verscheidenheid aan planten aan te bieden, zullen er vanzelf meer verschillende insecten op afkomen. Biesmeijer: ‘Niet alles wordt in een keer weggemaaid langs de provinciale wegen, zodat er altijd wat in bloei staat voor de bijen. Boeren zorgen voor kruidenrijk grasland en ze onderhouden oevers van sloten met meer vegetatie.’ En het levert meer op dan alleen een sterke natuur. Het landschap wordt ook mooier. Biesmeijer: ‘Mensen gaan meer naar buiten om te wandelen en zijn daardoor gezonder.’

Lokale verbetering is niet genoeg. Daarom werken bedrijven en overheden samen onder de noemer Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Biesmeijer is optimistisch: ‘Al willen boeren en supermarkten misschien niet precies hetzelfde als ik, ze willen wel een beter milieu. Dat is breed gedragen tegenwoordig.’

Meer over