Nieuwe start in een vreemde cultuur

Steeds meer buitenlanders zoeken werk in Nederland. Maar hoe zit het eigenlijk met de uitstroom van werknemers? Van éénrichtingsverkeer is allerminst sprake....

Net na haar eindexamen in 1998 ging Willemijn van den Brink (23) met haar vriend naar de Algarve voor een vakantie. Toen ze over een Portugese kustweg reden, kwamen ze een klein café tegen aan de boulevard in Monte Gordo. Aan de deur hing een bordje 'te koop'. Voor de grap belden ze om er naar te informeren.

Daarna raakte alles in een stroomversnelling. Ze kochten het pand en openden er een half jaar later het eetcafé 'Edgar en Willem'. Nog steeds verkopen ze daar met veel succes broodjes kroket en glaasjes jenever aan toeristen en lokalen. Ze hadden geluk dat hun impulsieve besluit zo goed uitpakte, beseffen ze nu.

Het exclusieve leven in het buitenland spreekt tot de verbeelding. Een nieuwe start in een ander klimaat en vreemde cultuur klinkt aantrekkelijk. Maar snel wordt vergeten dat er ook haken en ogen kleven aan het leven over de grens. Zowel privé als zakelijk verandert er veel door een verkassing. Niet alleen voor degene die besluit te vertrekken, maar ook voor volgelingen en achterblijvers.

Ten eerste zijn er de praktische problemen. Om maar een greep te doen: de bureaucratie van het internationale solliciteren, de rompslomp van een verhuizing en het regelen van werk en scholing voor de aanhang. Deze startersproblemen zijn nog wel overkomelijk, maar de gevolgen van het emigreren trekken op lange termijn diepere sporen.

Huwelijken worden soms op de proef gesteld, omdat er een compromis nodig is dat levenswensen verenigt. Daarnaast verandert ook de opleiding en opvoeding van de kinderen drastisch. Bovendien kan ook de uiteindelijke terugkeer naar Nederland een onvoorzien struikelblok blijken.

Het woordenboek kent twee soorten expatriaten: vluchtelingen en uitgezonden werknemers. Daarnaast wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen de 'tijdelijke expat' en de 'permanente emigrant'. Willemijn en Edgar uit Monte Gordo behoren waarschijnlijk tot de laatste categorie. De 'permanente emigrant' kiest ervoor om zich geheel te ontwortelen. Hij verkoopt al zijn bezittingen en laat zich uitschrijven in het vaderland, waardoor hij ook alle nationale rechten en plichten verliest.

Werkervaring

De 'tijdelijke expat' is vluchteling noch emigrant. Hij hangt er ergens tussen in. In zijn sterkste stereotype doet de expat zich voor als snelle jongen die hoopt op te klimmen binnen multinationale organisatie waarvoor hij werkt. Hiervoor is werkervaring in het buitenland onontbeerlijk. Bovendien kan hij in het buitenland meer verdienen en vaak ook meer kopen met zijn keiharde gulden of euro.

'De mensen die door een bedrijf worden uitgezonden verdienen gemiddeld tussen 120 duizend gulden à twee ton. Werknemers die minder dan een ton waard zijn, worden lokaal geworven, want dat is goedkoper', vertelt Silvester de Keijzer van Lee Hecht Harrison, een organisatie die gespecialiseerd is in internationale loopbaanmanagement. 'Bedrijven sturen meestal de sleutelfiguren naar het buitenland. Deze expats zijn de 'managers to be': de mannen die naar de raad van bestuur kunnen.

'Veel van mijn collega's hadden maar één doel: zo snel mogelijk naar het buitenland gaan', vertelt een expat (42), die voor een grote Nederlandse bank in Singapore werkt. Hijzelf voelde die drang niet zo sterk. Pas na tien jaar op het hoofdkantoor in Nederland was hij toe aan een buitenlands avontuur. 'Het kan ook nadelen hebben voor je carrière als je ver van het hoofdkantoor zit', meent de bankier. Voor de achtjarige loopbaan van zijn vrouw betekende de overplaatsing in ieder geval weinig goeds. Na de verhuizing naar Singapore, stopte ze met werken. 'Als je meegaat moet je concessies doen', beweert de expat, die liefst anoniem blijft.

Trouwpapiertje

Niet overal kan de partner van een uitgezonden werknemer aan de slag. In sommige landen mogen vrouwen niet werken en in andere krijgen ze zeer moeizaam een werkvergunning. Het ontbreken van een trouwpapiertje maakt dat nog gecompliceerder. Verder dient zich ook een ander probleem aan: de vacatures. Zelfs in Europa met haar vrije economische verkeer blijkt het moeilijk om op hetzelfde niveau door te werken. Als je niet bent uitgezonden door je werkgever, is de kans klein dat je in het buitenland een betere baan zult vinden.

Voor de partner die huisvrouw of vrijwilliger wil worden is het expatbestaan wel een goede optie. De vrouw van Cees Grol (49) werd beiden. Hij zag op een dag een vacature in de krant. De regering van Botswana zocht docenten om onderwijs op te zetten voor kinderen met een handicap of leerproblemen. Binnen anderhalf uur besloten Grol en zijn gezin te reageren. 'Wij wilden altijd al zoiets doen maar zagen geen kans', zegt Grol.

Voor de luxe deed hij het niet. Met zijn vrouw en vier zonen woonde hij in een Afrikaanse volksbuurt. Zonder beveiliging, personeel of airconditioning. Grol: 'In de avond zaten de leerlingen bij ons thuis huiswerk te doen, omdat wij als enige elektriciteit hadden'. Qua inkomsten ging de familie Grol er evenmin op vooruit: 'Mijn vrouw stopte met werken, dus bleef er maar één loon over. Dat salaris was ongeveer even hoog als wat ik in Nederland kreeg', vertelt Grol. In 1999 gingen ze terug. Er was nog genoeg werk te doen, maar het ontbrak aan goede opleidingen voor de kinderen.

De terugkeer naar Nederland is niet het minste probleem voor een expatriate. Het buitenlandse bestaan werkt vaak verslavend. Het salaris, de bijzondere status of de vreemde cultuur wennen meestal sneller dan verwacht. Hoe langer de expat wegblijft, hoe minder Nederlands hij bewust of onbewust wordt. Grol: 'Als je terugkomt, is Nederland net Madurodam. Heel vol, veel regeltjes en iedereen is heel druk. En vooral: alles wordt hier zo bloed en bloed serieus genomen.'

Dit is het eerste deel van een tweeluik over werken in het buitenland.

Meer over