Nieuwsrechtszaak om troostmeisjes

Nieuwe spanningen Zuid-Korea en Japan om rechterlijke uitspraak over ‘troostmeisjes’

Japan moet twaalf Zuid-Koreaanse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gedwongen tot prostitutie een schadevergoeding van bijna 75 duizend euro betalen. Dat heeft een Zuid-Koreaanse rechter vrijdag geoordeeld. De kans is klein dat Japan de uitspraak zal respecteren.

Een standbeeld van ‘troostmeisje’ in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Beeld AP
Een standbeeld van ‘troostmeisje’ in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul.Beeld AP

Zuid-Korea en Japan ruzieën al decennia over compensatie voor de zogenaamde ‘troostmeisjes’, vrouwen die door het Japanse leger werden gedwongen om in militaire bordelen te werken. De Japanners haalden de slachtoffers uit onder meer Korea, Indonesië, en China. Ook Nederlandse vrouwen werden gedwongen tot prostitutie.

De twaalf vrouwen spanden in 2013 een zaak aan tegen de Japanse overheid. De zaak kon pas in 2016 in behandeling worden genomen omdat Tokio niet reageerde op verzoeken van de Koreaanse rechtbank. Japan houdt vol dat de Zuid-Koreaanse rechter niet gerechtigd is de Japanse overheid aansprakelijk te stellen. Ook zou compensatie al geregeld zijn in 1965, toen Japan en Zuid-Korea met een akkoord de betrekkingen normaliseerden.

Volgens de rechter valt de zaak wel onder zijn jurisdictie. ‘De misdaden tegen onze burgers werden gepleegd op het Koreaanse schiereiland, dat illegaal werd bezet door Japan.’

Van de twaalf vrouwen die de zaak in 2013 begonnen zijn er nog slechts vijf in leven.

Onacceptabel

De Japanse kabinetschef Katsunobu Kato noemde de uitspraak ‘onacceptabel’. De Zuid-Koreaanse ambassadeur in Tokio, die vrijdag meteen werd ontboden, riep op tot kalmte.

De relatie tussen Zuid-Korea en Japan, dat in de eerste helft van de 20ste eeuw in Korea een bruut koloniaal bewind voerde, is traditioneel moeizaam. Het geschil over genoegdoening voor de ‘troostmeisjes’ vormt een extra obstakel. In Seoul wordt sinds 1992 elke woensdag voor de Japanse ambassade actie gevoerd.

Een doorbraak kwam in 2015, toen de twee landen een akkoord sloten om de troostmeisjeskwestie ‘voor eens en altijd’ te schikken. De slachtoffers en hun families kregen een schadevergoeding van in totaal 7 miljoen euro en de Japanse premier Abe zou in een telefoongesprek met de Zuid-Koreaanse president excuses hebben aangeboden. Niet alle Zuid-Koreaanse slachtoffers steunden het akkoord en in 2018 zette de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in er weer een streep door, onder meer omdat Japan geen ‘gemeende excuses’ zou hebben aangeboden.

Sindsdien glijdt de relatie tussen de twee landen af naar een dieptepunt. Zo ruziën Tokio en Seoul ook over compensatie aan Koreaanse dwangarbeiders. Een Koreaanse rechter oordeelde eerder dat Tokio ook in deze kwestie de slachtoffers moest compenseren. In afwachting van compensatie nam Zuid-Korea bezittingen van Japanse bedrijven in beslag. Tokio stelde daarop handelsbelemmeringen in.

Meer over