Nieuwe slavernij en consumentisme met oogkleppen

Het gaat fout met de wereld. Het liberalisme leidt tot een groeiende machtsconcentratie bij de multinationals. Die hebben alleen nog oog voor hun aandeelhouders en spelen intussen meedogenloos poker met werknemers over de hele wereld....

Deze inktzwarte boodschap brengt de Franse journalist en schrijver Viviane Forrester in haar nieuwe bestseller Une trange dictature, dat in het Nederlands de wat verwarrende titel De terreur van de nieuwe economie meekreeg. Nieuwe economie staat in dit geval voor wat Forrester ultraliberalisme noemt. Het transformeerde haar op haar 71e van literair schrijfster tot maatschappijcriticus (zie ook het interview met Forrester in het economiekatern van 14 april jongstleden).

Forresters inzichten staan in een traditie. De recente hausse aan wereldomvattende sociaal-economische voorspellingen is grofweg op te delen in drie stromingen: de positivo's (Fukuyama, Schwartz), de realo's (Toffler, Reich) en de klokkenluiders (Rifkin, Sennett en Forresters landgenoot Attali).

In Forresters gezelschap verbleken deze laatsten. Hun zorgen om de westerse arbeidsnomaden en de groeiende kloof tussen arm en rijk doen opeens erg braaf aan. Bij La Forrester spat de woede van de pagina's. Ze heeft het over leugens, nachtmerrie's, waanzin. Topmanagers en regeringsleiders werken samen in een complot waarvan de gewone mensen de dupe worden.

Het is jammer dat de Francaise op deze manier haar gelijk haalt. De zware beschuldiging aan het adres van de zakelijke en politieke elite maakt het boek voor de goedwillenden onder hen slecht verteerbaar. Bovendien blijft het oogkleppen-consumentisme van de doorsnee burger buiten beschouwing en slaat ze de plank mis met haar opvatting over technologie ('vernietigt banen'). De auteur hinkt ook op twee benen, want soms geeft ze 'het systeem', het ongeremde privéwinstbejag en de speculatieve geldmarkten, de schuld. Dan zegt ze dat het liberale raderwerk ook ondernemers geen keuze laat: 'ook zij zijn pionnen, maar pionnen die profiteren'. Dit soort retoriek kan een zaal in vervoering brengen, maar op papier zijn de mokerslagen minder effectief.

Toch slaat Forrester terecht alarm over de toenemende concentratie van macht en geld in de wereldeconomie. De vrije concurrentie legitimeert niet alleen slavernij in de derde wereld, waar arbeiders, áls ze al een baantje vinden, hooguit twintig cent per uur verdienen. Ook in de Verenigde Staten moeten de laagstbetaalden twaalf uur per dag zwoegen om een hongerloon bijeen te schrapen en in Europa leiden miljoenen illegalen en migranten eenzelfde marginaal bestaan. Wie positief wil denken kan dit een fase noemen, vergelijkbaar met de misstanden van de eerste industriële golf. Dat doet echter niets af aan de verantwoordelijkheid van de werkgevers die collectief onderbetalen.

Forrester constateert bovendien dat overal in Europa de status van het werk in onderwijs en zorg sterk daalt ten opzichte van de commerciële sector. 'De meest onmisbare beroepen worden geminacht', aldus de auteur. Ze hekelt de monopolisering van wereldmarkten, de doorgeschoten privatisering van publieke voorzieningen en de vele pseudobanen en regelingen die de werkloosheidscijfers camoufleren.

Dat mag iedereen die het ongeremde liberalisme toejuicht in zijn zak steken.

Politici, ondernemers, Heao-studenten: probeer Forresters argumenten eens te weerleggen, voordat je je verkijkt op de onbegrensde mogelijkheden van een mondiale economie.

Meer over