Nieuwe scholen, oude ruzies

Er zijn al 29 islamitische basisscholen in Nederland, en aanvragen voor nieuwe moslimscholen zijn ingediend. Ook voor voortgezet onderwijs. De leerkrachten zijn veelal Nederlander, het bestuur bestaat uit moslims: 'Van de islam weten ze alles, maar of ze ook een school kunnen besturen, is de vraag.'..

GRETA RIEMERSMA

Toen Mia van Thiel nog lesgaf op de islamitische basisschool El Inkade in Ede, tekende ze eens op het schoolbord een kerk en een moskee. Ze wilde net uitleggen waar het ene gebouw voor stond, en waarvoor het andere, toen de imam, die op school was aangesteld voor alle godsdienstzaken, de klas binnenstormde. Een kerk? Dat kon absoluut niet.

Hij wilde al de gewraakte kant van het bord schoonvegen, toen Van Thiel hem vertelde wat de bedoeling was: laten zien dat er in de wereld meer is dan de islam. De imam kalmeerde. 'Maar daarna ging hij door in het Arabisch, tegen de kinderen, en je wist dus echt niet wat hij zei. Hij bleef maar wijzen naar het bord. Ik vroeg hem steeds: is er iets, is er iets? Nee, er was niets.'

'Er werd een heel eenzijdig beeld van de wereld gegeven', zegt Edwin Verploegen, die ook vertrok bij El Inkade. Jan Jeuken, die op dezelfde school lesgaf, spreekt van indoctrinatie. 'Het was alleen maar de islam. Dat wij katholiek waren, was een doodzonde. Wij kwamen in de hel.' En omdat niet-moslims toch dat voorland hadden, mocht je bijvoorbeeld gerust tegen hen liegen, leerde de iman de leerlingen. Toen Jeuken eens tegen de voorzitter van het schoolbestuur opmerkte dat hij ook geloofde, antwoordde deze: 'Dáár geloof jij in', en hij maakte met duim en wijsvinger het geldteken. Van Thiel: 'Toen ik me ziek meldde, zie hij: dan had je maar moslim moeten worden.'

Alledrie werken ze inmiddels op andere scholen. Vorig jaar vroegen ze met vier andere collega's van El Inkade via de kantonrechter in Wageningen ontslag aan. In december bepaalde deze dat hun arbeidscontract inderdaad ontbonden moest worden, vanwege 'verschillen van inzicht op levensbeschouwelijk gebied die niet konden worden overbrugd'. De financiële kant van de zaak werd onlangs afgehandeld. El Inkade is achter de rug.

Op de warme zomeravond waarop ze bij Jeuken thuis met zijn drieën napraten, kunnen er weer grappen worden gemaakt. Misschien is het ook afreageren. Mia van Thiel komt binnen in korte broek, en dat kán natuurlijk niet. Waarop zij even later volkomen onverwacht begint te roepen: 'Haram, haram', Arabisch voor 'zonde' of 'slecht'. Het zondige blijkt de decoratie te zijn op het glas dat Jeuken net aan zijn mond zet: een rijtje varkens.

Er komt die avond meer naar boven dan ze hadden verwacht. Jeuken zegt wel dat hij niet te veel emoties wil, dat hij zich wil bepalen tot de feiten. Maar als hij vertelt dat zijn nieuwe baan nog steeds tijdelijk is, voegt hij eraan toe: 'Onzeker? Moet je een vaste baan hebben in Ede. Dát is onzeker.' De gezichten worden roder, de een heeft zijn mond nog niet dicht, of de ander heeft hem al open. Na een uur ligt El Inkade levend op tafel. Verploegen: 'Achteraf denk je: wat heb ik geslikt. Ik ben veel te ver gegaan.'

Wat ze vertellen, draait om het woord 'integratie'. El Inkade mocht in Ede geen eiland worden, zo luidde het doel in het beginjaar 1991, maar werd het wel, vinden ze. Hun verhaal is interessant omdat elke tegenstander van islamitische scholen precies dat argument zal gebruiken: dat ze niet bevorderlijk zijn voor 'de integratie'. Het argument klinkt nu bijvoorbeeld in Rotterdam, waar de gemeente onlangs aanvragen kreeg voor drie nieuwe islamitische basisscholen.

In die stad zijn in elk geval de VVD, GroenLinks en de PvdA niet blij. PvdA-raadslid R. Seip: 'Hoe raken leerlingen op een islamitische school op de hoogte van de normen en waarden die in onze samenleving worden gehanteerd? Ik ken ze van hen, maar kennen ze die van mij?' Ze lacht: 'Krijgen ze daar apart les in?' Om tot de conclusie te komen: 'Het kan tot misverstanden leiden als die kinderen in het volle leven komen te staan. En dat gaat toch een keer gebeuren.'

En staat het conflict in Ede op zichzelf? Is het een exces of is er vaker dit soort herrie op islamitische scholen? En wat zegt dat over de toekomst - want de belangstelling voor het islamitisch onderwijs groeit. Nederland telt nu 29 basisscholen, met in totaal zo'n zesduizend leerlingen. Dat is nog maar 3 procent van het totaal aantal moslimkinderen in Nederland. Maar er zijn dus die drie aanvragen in Rotterdam. In Den Haag wachten twee oude aanvragen voor basisscholen op een uitspraak van de Raad van State, die elk moment kan komen, en de gemeente kreeg onlangs twee nieuwe verzoeken binnen.

Achter de nieuwe aanvragen in Rotterdam en Den Haag zit de Stichting Islamitische Onderwijsgroep Nederland (SION), die op termijn wil proberen in beide steden ook een moslimschool voor het voortgezet onderwijs van de grond te krijgen. In Amsterdam zijn er al langer besprekingen tussen de Islamitische Stichting Voortgezet Onderwijs (ISVO) en een christelijke scholengemeenschap om eventueel lessen te geven die voorbereiden op een imamschool.

Wie de mensen achter deze papieren rompslomp spreekt, krijgt het gevoel dat het islamitisch onderwijs lééft, wat er ook van de aanvragen terecht mag komen. Als ze erover praten, zie je de nieuwe scholen voor je ogen verschijnen. Een moslimleraar, vrolijk: 'Wij willen islamitische instituties op alle niveaus, tot aan universiteiten.'

In Ede begonnen de niet-islamitische leraren in 1991 'enthousiast' aan hun nieuwe baan. Van Thiel en Jeuken zaten zonder werk, en stonden dus 'met de rug tegen de muur', Verploegen kwam in 1993 kersvers van de pabo en trof bij El Inkade 'een leuke sfeer' aan. Het uiterlijk was aan een reglement onderworpen, maar dat vonden ze geen probleem. Voor vrouwen gold een hoofddoek, wijde kleren, nergens te bloot, de kleuren niet te fel, geen opzichtige make-up en sieraden. Voor mannen was een korte broek verboden. Verder hoefden de leraren, in de beginjaren hoofdzakelijk niet-islamitische autochtone Nederlanders, zich niet te bemoeien met de godsdienstlessen, daarvoor was de imam.

'Het was heel gemoedelijk in die begintijd', herinnert Jeuken zich. Beperkingen die gaandeweg op hun pad kwamen, stuitten niet direct op weerstand. Zo bleek praten over dinosaurussen taboe, want die hadden met de evolutietheorie te maken, 'terwijl Allah de aarde heeft geschapen', aldus Jeuken. Toen hij in de klas een dambord te voorschijn haalde, zei een jongetje: 'Meester, dat mag niet.' Dammen was spelen om het gewin.

Jeuken kan er ook om lachen dat hij lesmateriaal doorspitte op verboden afbeeldingen: een jongetje dat naakt onder de douche stond, gaf hij in elk boekje met potlood een zwembroek. Afbeeldingen van mensen en dieren lagen sowieso moeilijk. Ze mochten alleen gebruikt worden als ze een onderwijskundig doel dienden, en dus 'werd je steeds inventiever', zegt Van Thiel. Een sneeuwpop? Die diende ervoor om kinderen te leren neus, ogen en mond te benoemen.

Wat er mis ging, aldus de drie leerkrachten, huisde aanvankelijk in één persoon: de directeur, de niet-islamitische A. Willems. Nu komt het vaker voor dat docenten menen dat de directeur niet deugt, maar in dit geval kon Willems, zeggen ze, júíst zijn gang gaan op een school als deze. Het bestuur, officieel het hoogste gezag, volgde de directeur 'klakkeloos'.

Op El Inkade kwamen de bestuursleden uit de 'zwakkere milieus van de Turkse en de Marokkaanse samenleving', aldus Jeuken. 'Ze konden lezen en schrijven en daar hield het mee op. Er was hun niet geleerd te denken. Als je een probleem hebt, stap je naar de imam, en die lost het op. Hier was dat de directeur.' Zo ontstond de situatie dat het onduidelijk was wie wat had besloten. 'Het bestuur', zei de directeur vaak. Maar, meent Jeuken, 'het bestuur kon in die tijd niet eens typen'. De verplichte medezeggenschapsraad was er niet. Volgens Willems had de school daarvoor een ontheffing, 'maar dat bleek later niet te kloppen'.

'Als Willems als een normale directeur had gefunctioneerd, was het nooit uit de hand gelopen. Hij wilde de macht. Op een andere, Nederlandse school was hem dat nooit gelukt. Dus gebruikte hij de islam, daar wisten wij toch niks van.' Zo hing er in de lerarenkamer opeens een lijstje met alle voedingsstoffen waarin varkensvlees is verwerkt. Leraren werden geacht daarop het eten van kinderen te controleren. Docenten moesten verplicht surveilleren als leerlingen op hun matjes aan het bidden waren.

Steeds meer dingen mochten niet. Foto's maken bijvoorbeeld. 'En dan vroeg de Marokkaanse assistente: waarom maak je geen foto's?', herinnert Van Thiel zich. Als ze dan antwoordde dat het verboden was, was de verbazing groot. Jeuken: 'De kinderen lieten zelf vakantiefoto's zien, en daarop liepen ze op het strand bijna moedertje natuur! Je had op zijn zachtst gezegd het idee dat de culturele verschillen in stand werden gehouden, en daarvan werden de kinderen de dupe.' Tussen 1991 en 1996 groeide het aantal leerlingen van 50 naar ongeveer 240. Driekwart was van Marokkaanse afkomst, een kwart Turks, later kwamen er Somalische kinderen bij.

Langzamerhand begon het bestuur zich te roeren. Jeuken: 'Er was altijd wel iemand van hen aanwezig.' Van Thiel: 'In het begin was dat niet storend.' Verploegen: 'Leuk zelfs af en toe.' Jeuken: 'Totdat bleek dat ze met een notitieblokje rondliepen.' Van Thiel: 'Toen bleek achteraf dat ze alles van me wisten, met wie ik wanneer had staan praten.' Jeuken valt uit: 'Alsof je goddomme in een oorlog wordt gecontroleerd. Echt, zo was het.'

Begin 1995 belandden Jeuken en Van Thiel in de ziektewet. De Onderwijsinspectie was inmiddels door hen ingeschakeld. Willems ruimde datzelfde jaar het veld. Hij is nu directeur van een islamitische basisschool in Leerdam en heeft 'geen behoefte' om zijn versie van het verhaal te vertellen.

Aan het eind van 1995 kwam er een nieuwe voorzitter: Al Surinami, die overigens evenmin commentaar wil leveren, omdat hij 'daarom niet tot besturen is geroepen'. Begin 1996 kwamen Jeuken en Van Thiel terug. Al Surinami kondigde nieuwe regels af. Het docentenkorps moest zich voortaan hullen in lange gewaden: mannen in een 'qaamis', vrouwen in een 'hidjeb'. Er werd bepaald hoeveel uren de docenten voor en na de lessen op school moesten zijn, tot op de minuut. De medezeggenschapsraad bestond nog steeds niet, maar die zou er komen.

'Jazeker, we kunnen erover praten', zei Al Surnami over het nieuwe reglement. 'Maar het ligt vast.' De voorzitter 'gedroeg zich als directeur', en meer dan dat. Hij vroeg leerlingen: 'Wat doet de meester goed en wat doet hij niet goed?' Kinderen mochten van hem de klas uitlopen als ze het niet met de les eens waren. Verploegen: 'Zij kregen het voor het zeggen.'

Langzamerhand nam de tolerantie ten opzichte van andere opvattingen af. Jeuken herinnert zich een gezegde van Al Surinami: 'Ik weet wat Allah doet, ik weet wat Allah denkt.' Er werd gedreigd met de hel. Toen Van Thiel en Jeuken op een dag wegens het carpoolen vijf minuten eerder vertrokken, kregen ze een berisping: een officiële strafmaatregel. Jeuken liet zich daarna niet meer zien. Verploegen zat 'tegen een maagbloeding aan', en meldde zich ziek. Van Thiel volgde.

Ze herinneren zich dat bijna het halve team, dat toen uit zo'n twintig docenten bestond, in de ziektewet zat. Er kwamen invalleerkrachten, groepen werden bij elkaar gezet. De Onderwijsbonden CNV vroegen namens zeven leerkrachten ontslag aan. Van Thiel: 'We hebben allemaal gezegd: of we nu een uitkering krijgen of niet, we willen hiervan af.' Toen een van hen even terugkwam op school om zijn spullen te halen, liep hij Al Surinami tegen het lijf. De spullen moesten blijven waar ze waren. 'Jullie drinken het bloedgeld van de kinderen', waarschuwde de voorzitter. 'Tot vele generaties na jullie zal Allah je straffen.'

In december kwam staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs in actie: ze schakelde de Onderwijsinspectie in. Vlak daarna kregen de zeven leerkrachten ontslag. Het probleem op El Inkade was, zegt Jan Jeuken: 'Respect. Ik ben Jan, maar ik mocht geen Jan blijven.'

Adjunct-directeur Saïd van El Inkade laat weten dat de school 'helaas geen behoefte' heeft om over de gebeurtenissen te praten. De ISBO, de overkoepelende organisatie voor alle islamitische schoolbesturen, wil een aanvraag voor een gesprek per fax, om vervolgens per fax mee te delen dat er aan dat verzoek geen gehoor kan worden gegeven, vanwege 'de drukke agenda en andere prioriteitstellingen binnen onze organisatie'.

Hoe kom je dan te weten of het conflict in Ede uniek is of niet? Een afspraak met een andere islamitische basisschool wordt afgezegd, volgens het bestuur is er voorzichtigheid geboden. In een VPRO-documentaire over islamitische scholen, vertelt de Nederlandse directeur, was alles heel feitelijk weergegeven, 'en plotseling komt er een meisje, van lichte zeden bijna, vertellen dat ze vroeger ook met een hoofddoekje had rondgelopen.' Een vertekend beeld, vindt hij. De afspraak mag best op een later tijdstip doorgaan: 'U vraagt wat, ik vertel wat, en dan moeten we het daarna eens worden over het verhaal.'

Een medewerker van de Onderwijsbonden CNV zegt dat ook andere moslimscholen problemen hebben met zaken als medezeggenschap en huishoudelijke reglementen. Maar hij verwijst door naar Aad Heij, regiomanager in Amersfoort, die inderdaad die indruk heeft. Even later belt Heij terug: 'Wij durven geen gemotiveerde conclusie te trekken dat er op deze scholen meer ellende is dan op andere scholen.' De bond moest zich pas nog bemoeien met twee ontslaggevallen, maar dat komt overal voor. Hij herinnert ook aan de manier waarop bijzondere scholen in het verleden inhoud gaven aan hun christelijke identiteit. En nog niet zo lang geleden was er 'op reformatorische scholen gedonder over de evolutietheorie op het eindexamen'.

Het lijkt erop dat wat gebeurde op El Inkade extreem is. Maar dit soort 'onenigheid', over kleding, inhoud van lessen en manier van lesgeven, zal zich in de toekomst 'zonder meer' vaker voordoen, aldus Z. Arslan, beleidsmedewerker van Forum, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling in Utrecht. Juist omdat de geschiedenis van moslimscholen in Nederland nog zo jong is. 'De islamitische scholen zijn bezig met een zoektocht naar hun identiteit. Dat zal nog wel een tijdje duren. Maar ik ben er niet bang voor, conflicten heb je waar mensen werken en waar belangen op het spel staan.'

Voor de Commissie van Beroep voor het Bijzonder Islamitisch Onderwijs en de Geschillencommissie Medezeggenschapsraad zijn in elk geval weinig eventuele ruzies uitgevochten, want Coïkun Çörüz, die in beide commissies zit, valt nu juist op dat hij het met geschillen niet druk heeft. 'Wat in Ede is gebeurd, kan niet, maar dat zegt niet dat op alle scholen dat soort dingen gebeuren.'

'Ik heb er persoonlijk heel veel problemen mee gehad' vertelt Sahied Nanhekhan, adjunct-directeur van de Yunus Emre-school in Den Haag en secretaris van het Islamitisch Pedagogisch Centrum (IPC). 'Omdat ik moslim ben, ga ik niet automatisch de moslims verdedigen. De werkwijze in Ede had anders gemoeten. Je kan alleen in goed overleg alles doen.'

Beide mannen, Çörüz en Nanhekhan, logenstraffen het beeld dat PvdA-raadslid Seip in Rotterdam had geschetst. 'Wie wil nu een islamitische school?' vroeg ze zich af. 'Mijn inschatting is dat het níét de jongeren zijn. Ik krijg de indruk dat vooral de ouderen een probleem hebben, de eerste generatie. Zij zijn hier gekomen met het idee dat ze terug zouden gaan. Oké, dat lukt niet, dan gaan we hier een stukje van onze cultuur neerzetten, denken ze misschien. En die mensen zitten dan in schoolbesturen.'

Maar Çörüz en Nanhekhan zijn jong, en ze bemoeien zich zeer met islamitisch onderwijs. Nanhekhan was pas nog bij een bijeenkomst in Doorn waar alle besturen van de 29 islamitische basisscholen bij elkaar waren, en daarvan weet hij dat de meeste bestuursleden onder de vijftig zijn, en meestal jonger. 'Bij ons is het meestal wel zo dat een oudere dan de rol van voorzitter vervult. Een oudere vertegenwoordigt wijsheid.' En het zijn allemaal moslims, dat spreekt voor zich.

Schoolbesturen vertegenwoordigen op bijzondere scholen het 'bevoegd gezag'. Islamitische scholen nemen die woorden letterlijk. Wie je op welke school ook vraagt om een gesprek, altijd word je doorverwezen naar de voorzitter. De voorzitter moet toestemming geven, en schuift vervolgens aan bij het interview. Bestuursleden zijn zeer actief bij de school betrokken. De drie ex-leerkrachten van de El Inkade-school hadden geconstateerd dat er controle zou moeten komen op wie er in zo'n bestuur zitting nemen. 'Jan en alleman kan er in. Van de islam weten ze alles, maar of ze ook een school kunnen besturen, is de vraag.' De wet schrijft op dit punt niets voor.

'Om nu de conclusie te trekken dat oudere mannen met baarden alleen op macht uit zijn, gaat me veel te ver', zegt Çörüz. Wel pleit hij voor meer 'jong talent' in de schoolbesturen, mensen die in Nederland 'gepolderd' zijn. Aan moskeeën is te zien wat er gebeurt als jongeren bij het bestuur betrokken zijn. Dan ligt het accent niet meer louter op geloof, maar ook op bijvoorbeeld fiets-, computer-en integratiecursussen. Op scholen zouden dat buitenschoolse activiteiten kunnen zijn. Maar er is te weinig van dat allochtoon talent, degenen die actief zijn, worden 'overvraagd', die zitten zowel in moskeebestuur, als in vakbond, als in politieke partij.

De drie ex-leerkrachten van El Inkade zijn geen tegenstanders van islamitische scholen geworden. Een van de positieve kanten van dit onderwijs vinden ze dat kinderen er zelfvertrouwen krijgen. Toen de school in Ede pas open was, was het eerst behoorlijk onrustig op het schoolplein, merkte Mia van Thiel. De leerlingen, die bijna allemaal van andere scholen kwamen, waren strijdlustig, omdat ze altijd in de minderheid waren geweest. Na verloop van tijd verdween de onrust. Jeuken: 'Op een islamitische school kunnen ze zijn wie ze zijn, Turks, Marokkaans, of wat dan ook.'

En dat is precies de reden om meer islamitische scholen te stichten, zegt Nanhekhan. 'Er zijn nog steeds gewone scholen die onze meisjes met hoofddoeken niet accepteren.' Gymnastiek kan een probleem zijn. 'Waarom kunnen ze de meisjes niet apart laten gymmen?' Biologie kan omstreden zijn. Op zijn school in Den Haag, de Yunus Emre-school, wordt dat vak gegeven volgens de islamitische normen en waarden. 'Wij vinden dat je het bevredigen van seksuele behoeften moet uitstellen. Condooms en al die dingen, we willen er niet eens over spreken.'

Op de moslimscholen onderling wordt over het lesprogramma niet precies hetzelfde gedacht. Het Islamitisch Pedagogisch Centrum (IPC) heeft onlangs een advertentie geplaatst voor een onderwijskundige, die meer eenheid moet brengen in de lesstof. Ideaal zou zijn eigen lesmateriaal ontwikkelen, maar dat is 'een gigantisch werk, dus beginnen we eerst het huidige materiaal te screenen', zegt Nanhekhan. Screenen? 'Ja, op anti-islamisme, de kwestie hoofddoek, afbeeldingen die niet functioneel zijn, seksuele voorlichting, dat soort dingen.'

Maar, hier wordt geopereerd binnen de wet, benadrukt Nahekhan. Daar zijn veel misverstanden over in omloop: 'Wij moeten voldoen aan alle wettelijke eisen die het ministerie van Onderwijs stelt. Aandacht besteden aan andere godsdiensten: dat moet, moet, moet. Dat weet men vaak niet.'

Hoe de kinderen die moslimonderwijs hebben gevolgd het doen op het voortgezet onderwijs, is nog niet uitputtend onderzocht. 'We doen het niet beter dan andere scholen, maar ook niet slechter', luidt de algemene conclusie. Maar Nanhekhan vindt 'de sociaal-emotionele kant' veel belangrijker. 'Hoe veilig voelen onze kinderen zich, is er nestwarmte? We willen ze eerst sterk maken, zelfvertrouwen geven. Dan laten we ze los, zodat ze kunnen vechten voor gelijke kansen.'

En weten deze kinderen die dan volwassen zijn geworden iets van de rest van de Nederlandse samenleving? Thuis bij Jan Jeuken was het gesprek er aan het einde van de avond ook op gekomen. 'Je hebt streng katholieke scholen, of protestants-christelijke scholen', memoreerde hij. 'Je kan niet zeggen: wij mogen wel en zij niet.' Verploegen: 'Ik wil niet zeggen dat er geen islamitische scholen meer moeten komen, maar ze moeten wel aandacht besteden aan integratie.' Van Thiel: 'En dat wordt door niemand gecontroleerd. Besturen zijn autonoom, dus stap er maar eens binnen.'

De voorzitter van de Yunus Emre-school in Den Haag, Adel Amin, een joyeuze man, vlot in het pak: 'Wat we de kinderen proberen te vertellen, is dat de maatschappij bestaat uit moslims en niet-moslims. We móéten met elkaar omgaan.' Is dit een verlichte islamitische school? Amin houdt niet van woorden als 'streng' en 'minder streng'. 'Dwang is niet zinvol, het gaat om overtuigen.'

Voor vrouwelijke moslimdocenten zijn hoofddoeken op de school in principe verplicht, maar als een van hen 'er nog niet aan toe is', respecteert Amin dat. 'Dat is ook islam.' In de directiekamer zit zo'n blootshoofdse moslimvrouw. Amin tegen haar: 'Ik had ook kunnen vragen of je even snel een hoofddoek om zou willen doen, maar dat vind ik hypocriet.'

In de hoge gangen van de school hangen bontgekleurde papieren ballonnen, koranteksten en foto's van moskeeën door elkaar. In de voorgevel staat gemetseld: 'Anno 1911, Koningin Wilhelminaschool.' Daaronder op een nieuw blauw bord: Yunus Emre Basisschool.

Greta Riemersma

Meer over