‘Nieuwe pil sneller toelaten’

Nieuwe medicijnen komen onnodig laat op de markt...

Van onze verslaggeefster Carlijne Vos

Amsterdam Nieuwe geneesmiddelen worden in Nederland op de markt gebracht met een vertraging van gemiddeld zeven maanden. Patiënten in veel andere Europese landen hebben eerder toegang tot nieuwe medicijnen.

Door deze vertraging is de afgelopen tien jaar een welvaartsverlies – door onder andere hoger ziekteverzuim en meer ziekenhuisopnamen – van 970 miljoen euro ontstaan.

Dit hebben economen van de Universiteit van Maastricht berekend in samenwerking met het economisch onderzoeksbureau APE in de studie ‘Welvaartseffecten van innovatieve geneesmiddelen’.

De economen baseren zich in hun berekeningen op een steekproef van 52 geneesmiddelen die de laatste tien jaar zijn geïntroduceerd. Uit het onderzoek blijkt dat het Nederlandse toetsingsbeleid voor nieuwe – en dus dure – geneesmiddelen restrictief is, in vergelijking met andere landen zoals Groot-Brittannië en de Scandinavische landen.

De conclusies van de Maastrichtse economen zijn koren op de molen van de farmaceutische industrie die al langer aanloopt tegen het restrictieve Nederlandse beleid. ‘Vooral bij medicijnen voor grote groepen mensen, zoals 'bijvoorbeeld diabeten en mensen met hart- en vaatziekten, is het Nederlandse beleid erg terughoudend’, zegt Peter de Vries Robles, directeur Public Affairs bij Sanofi Aventis. ‘Je krijgt het er gewoon nauwelijks doorheen.’

Volgens de Franse farmaceut is de wachttijd bij deze geneesmiddelen langer dan een jaar tot soms enkele jaren. Onlangs werd het geneesmiddel Acomplia – tegen obesitas in combinatie met risicofactoren als diabetes type 2 – geweigerd door de Nederlandse toetsingscommissie. Er zou te weinig bewijs zijn dat het geneesmiddel effectief is. ‘En dat terwijl inmiddels ruim 200 duizend mensen in de rest van Europa het geneesmiddel gebruiken met geweldige resultaten’, zegt De Vries Robles.

Nieuwe geneesmiddelen worden over het algemeen eerst getoetst door de Europese registratieautoriteit EMEA. Die beoordeelt de medicijnen op werkzaamheid en veiligheid. Vervolgens bepalen nationale commissies of het medicijn voor vergoeding in aanmerking komt en tegen welke prijs het op de markt mag worden gebracht. In Nederland is het het College van Zorgverzekeringen (CVZ) dat de minister hierover adviseert.

‘Het Nederlandse zorgbeleid is hoofdzakelijk gericht op kostenbeheersing’, zegt hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot van de Universiteit van Maastricht. ‘Er wordt nauwelijks gekeken naar de opbrengst op de lange termijn; de gezondheidswinst, de gevolgen voor het ziekteverzuim en de verbetering van de kwaliteit van leven.’

Deze mentaliteit wordt weerspiegeld in de waardering van een extra gezond levensjaar dankzij medische technologie, zo schrijven de onderzoekers. In Nederland wordt dit gewaardeerd op 20 duizend euro, terwijl dit in andere landen vaak het dubbele is. Hierdoor valt de berekening van de kosteneffectiviteit van nieuwe geneesmiddelen veel ongunstiger uit.

Het CVZ bevestigt dat de rekenmethode omstreden is. Maar van overbodige wachttijd is volgens de woordvoerder geen sprake. Het toetsingsinstituut komt zelf op een gemiddelde duur van zes maanden per medicijn. ‘Dat is in sommige landen korter, maar in andere nog veel langer.’

Volgens de Maastrichtse onderzoekers wordt de Nederlandse focus op kostenbeheersing verscherpt omdat zorgverzekeraars – die de portemonnee beheren – nauwelijks financieel risico lopen voor uitgaven aan relatief dure ziekenhuiszorg. Dit komt door het vereveningssysteem dat zorgverzekeraars beschermt tegen de kosten van hoge risicogroepen. Een zorgverzekeraar met veel diabetespatiënten krijgt bijvoorbeeld de hogere ziekenhuisuitgaven gecompenseerd. De kosten voor innovatieve geneesmiddelen, echter, betaalt de verzekeraar uit eigen zak.

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt heeft vorige maand een motie ingediend, waarin hij de regering opheldering vraagt over de zogeheten ‘perverse prikkels’ die het niet lonend maken om te investeren in innovatie en goedkopere zorg. Omtzigt constateert dat er prikkels zijn ‘die ziekenhuisopname soms goedkoper maken dan poliklinische zorg of huisartszorg in plaats van andersom.’

De farmaceutische industrie hoopt dat het onderzoek van de Europese Commissie naar de farmaceutische sector, dat Eurocommissaris Neelie Kroes eerder deze maand is gestart, de mechanismen bloot legt. Kroes wil onderzoeken waarom er zo weinig nieuwe geneesmiddelen op de markt worden gebracht.

Meer over