Nieuwe mossel uit de achtbaan

Mosselteelt is volgens natuurbeschermers schadelijk, en met natuurlijke mosselbanken gaat het slecht. Hoe komen we dan aan voldoende mosselen? Mogelijk bieden mosselzaadinvanginstallaties uitkomst.

Twee problemen zijn er met de mossel - traditioneel vooral op tafel te vinden wanneer de 'r' in de maand is. De halfnatuurlijke teelt van consumptiemosselen is volgens natuurbeschermers en biologen schadelijk voor de natuur. Twee: met de wilde populaties van het zeedier dat van nature voor de kust leeft in riffen van ontelbare, aan elkaar geklitte exemplaren in voedselrijk water, gaat het slecht. Rond 1990 verdwenen door overbevissing op een haar na alle natuurlijke 'mosselbanken' in de Waddenzee, en sindsdien willen de banken maar niet herstellen. Terwijl mosselbanken volgens zee-ecologen voor een gezonde Waddenzee onmisbaar zijn als voedsel en schuilplaats voor allerlei zeedieren en als een gedekte tafel voor vogels.


Donderdag discussiëren wetenschappers - mosselbiologen, vogelexperts maar ook kenners van zeestromingen - in Leeuwarden over het vraagstuk: waarom blijven mosselbanken almaar weg en hoe krijgen we ze het best terug? Het zal zeker gaan over de zogeheten 'mosselzaadinvanginstallaties' (MZI's), die de schadelijke visserij op 'mosselzaad' overbodig kunnen maken.


Voor de mosselen die mosselvissers uit het Zeeuwse Yerseke van oudsher kweken op percelen, een soort onderwaterakkers in de Zeeuwse delta en de Waddenzee, is namelijk elk jaar - letterlijk - zaaigoed nodig. Piepjonge mosseltjes, van de bodem van vooral de Waddenzee geschraapt met door krachtige schepen voortgetrokken korven.


Al dat gesleep met mosselnetten maakt de wadbodem instabiel, is het idee, waardoor beginnende mosselbanken steeds maar wegspoelen. Onder druk van natuurorganisaties sloot het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2008 daarom alvast met mosselvissers een convenant om stapsgewijs het gebied waar van de bodem mosselzaad mag worden gevist te beperken. MZI's moeten het tekort aan mosselzaad aanvullen, en uiteindelijk in 2019 in de hele behoefte voorzien, vindt LNV, dat inmiddels is opgegaan in het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.


Constructie

Kees Groot, eigenaar van een horecagroothandel in Den Helder en uitvinder, rijdt het terrein van de Helderse Visser-scheepswerf op. In het droogdok staat 'Kaatje Mossel', een 26 meter lange, 8 meter brede stalen ponton met daarop een constructie dat nog het meest lijkt op een stuk achtbaan.


Groot legt uit: 'In 2000 tipte een bevriende bioloog van onderzoeksinstituut TNO mij, dat de mosselzaadvisserij vroeg of laat op weerstand zou stuiten. Als experiment hing Groot een constructie met stukken touw en net in het Malzwin, een zeegeul in de buurt van Den Helder. 'Na twee maanden zat het tjokvol jonge mosselen. Het leek mij interessant om zo'n constructie op te schalen.' Groot sloeg, eerst in samenwerking met TNO en daarna voor eigen rekening, aan het experimenteren. Hij kreeg er - als niet-mosselvisser - een speciale vergunning voor van LNV.


Uiteindelijk kwam Groot uit op een systeem waarin stroken netwerk van 110 meter lang bij 3 meter diep aan een touw hangen dat drijvend gehouden wordt door plastic jerrycans. Aan weerszijden bevindt zich een scheepsanker. De MZI heeft zich intussen bewezen in stormweer, en het simpele systeem leent zich ook voor het efficiënt oogsten van mosselzaad. Daarvoor bedacht Groot speciaal de 1,5 miljoen euro kostende Kaatje Mossel.


Een lier trekt het net via oplopende rails als een gordijn boven het dek van de ponton, waarna een transportbandmechanisme het tussen twee enorme verticale, roterende borstels voert die het mosselzaad los borstelen. De rails maken een bocht van 180 graden boven het achterdek en voeren aan de voorkant van de ponton weer het water in. Een lopende band voert het mosselzaad direct af naar het klaarliggende schip van een afnemer. Groot: 'Je kunt zo volcontinu oogsten, de netten glijden vanzelf terug op hun plaats in zee.'


Vervolg op p2


Rukt de Japanse oester op als je het mosselzaad niet opvist?

Vervolg van p1


De Helderse uitvinder werkt intussen met 42 netten, die hij in het voorjaar uitzet in het Malzwin. In zomer en najaar vaart de Kaatje Mossel uit om te oogsten. Pas nog haalde Groot de najaarsoogst binnen: 'Het bracht de jaarvangst op ruim 800 duizend kilo, een record.' Voor de hele vangst waren er afnemers, tegen een goede prijs. Gelukkig maar, gezien de investeringen. Nog een opsteker is dat begin november de vergunning van LNV voor onbepaalde tijd is verlengd.


In de vestiging van zee-onderzoeksinstituut Imares in Yerseke, met zicht op de Oosterschelde, vertelt marien ecologe en mosselonderzoeker Pauline Kamermans waardoor MZI's zo goed werken: 'In het voorjaar zweven in zeewater onnoemelijk veel mossellarven ter grootte van hooguit eentiende millimeter. In de loop van mei vestigen die zich op vaste voorwerpen in zee. Het mosselbroed groeit hard, tot 2 centimeter in augustus.'


De komst van MZI's lijkt de problemen van de traditionele mosselvisserij de wereld uit te helpen. Toch is er een punt van zorg, dat mogelijk verreikende consequenties kan hebben voor de ecosystemen van Waddenzee en Zeeuwse wateren. Misschien putten MZI's het voedsel in zee uit. Die vraag staat centraal in een door Kamermans geleid onderzoeksproject in opdracht van LNV, waarin Imares samenwerkt met de onderzoekinstituten Deltares, NIOO-CEME en MarinX om de effecten van opschaling van het aantal MZI's in de zogenoemde 'mosseltransitie' in kaart te brengen.


Mosselzaadbehoefte

Kamermans: 'De mosselzaadbehoefte is 40 miljoen kilo. Wanneer dat allemaal door MZI's wordt geleverd, en die hoeveelheid dus op de bodem achterblijft, betekent dat een flinke extra voedselvraag.' Mosselen eten vooral fytoplankton, de zwevende algen in water die als 'primaire productie' dienen voor de rest van de voedselketen. Maar ook andere schelpdieren eten fytoplankton, waardoor tussen de filtrerende soorten concurrentie optreedt. Kamermans schetst een ingewikkeld probleem: 'Langs de kust hebben nu twee nieuwe filtrerende schelpdiersoorten voet aan de grond, de mesheft en de Japanse oester. Het ligt voor de hand dat de sterkste filtreerders het meeste voedsel opmaken. Misschien krijgen voor vogels belangrijke schelpdieren als kokkels en mosselen het in natuurlijke banken moeilijk.'


Historische gegevens over de primaire productie moeten een idee geven van de hoeveelheid potentieel beschikbaar voedsel voor alle zeeleven, en de relatie met de hoeveelheid mosselen en andere filtrerende dieren. Een lastige klus, vertelt Kamermans. 'Er is in voorbije jaren helaas bezuinigd op de Rijkswaterstaatmetingen die als basis dienen.' Daarna volgen schattingen van de bestanden aan schelpdieren. In het model komen gegevens over het filtreervermogen van de schelpdiersoorten, die op het lab in Yerseke worden gemeten aan levende dieren. Het project loopt tot 2013. Halverwege zal advies worden uitgebracht over MZI-opschaling. Kamermans: 'Eén ontdekking hebben we al. Waar het fytoplankton begint op te raken, zie je steeds meer heel kleine soorten, pico-fytoplankton. Dat hopen we, ook later, te gaan gebruiken als vinger aan de pols.'


Voor schipper Nique Verschuure zijn MZI's een aanwinst, vertelt hij in de stuurhut van de mosselkotter YE 18, net terug in Yerseke vanuit de mosselpercelen in de Waddenzee. Even hebben hij, medeschipper Dennis Verschuure en matroos Lando Nieuwenhuizen tijd om te praten. 'Dit jaar viel er zelfs helemaal geen natuurlijk mosselzaad op te vissen.' Met MZI's, die ook de YE 18 inzet in de Oosterschelde en Waddenzee - met op kerstboomslingers lijkende touwen aan boeien, en een variant met netten - is gelukkig mosselzaad gevangen.


Maar de kostprijs van MZI-mosselzaad, tot driemaal die van natuurlijk bodemzaad, blijft een struikelblok, vertelt Verschuure. 'Voor MZI's zijn grote investeringen nodig, en het onderhoud en oogsten zijn erg arbeidsintesief. Bovendien nemen ze ruimte in waar onze collega's de garnalenvissers niet kunnen varen.'


Verschuure over de vraag of mosselbanken terugkeren zolang het natuurlijke mosselzaad maar blijft liggen: 'Daarvan spoelde toch altijd heel veel weg. Op de mosselpercelen blijven ze juist wel liggen.' Bovendien, traditionele mosselkweek kán duurzaam zijn: 'Mijn opa en zijn voorvaderen deden het zonder dat er iets mis ging.' Het zal hem benieuwen, zegt Verschuure, wat alle onderzoek oplevert: 'Maar met het convenant is er gelukkig toekomst voor de mosselvisserij.'


Meer over