Nieuw gezelschap voor betonkolos met tweede leven

Vermaledijde, schaalloze betonkolossen. Dat is het algemene oordeel over jaren-zestigarchitectuur. Vandaar dat veel van deze gebouwen gretig worden neergehaald en vervangen door wat nu voor ideale bouwkunst doorgaat....

Zo'n opmerkelijk proces speelt zich nu af in Apeldoorn, waar vandaag een sierlijke toren door de Belastingdienst in gebruik wordt genomen. Oppervlakkig gezien lijkt dit vederlichte bouwwerk misschien een willekeurige wolkenkrabber zoals er zoveel verrijzen. Maar het aardige van deze Apeldoornse hoogbouw is dat deze nu eens niet een staaltje van introverte ijdelheid is. Hij komt voort uit de opknapbeurt van een groot complex dat al eind jaren zestig is ontworpen.

Ruimte, licht en functionaliteit wilde architect Piet Zanstra in 1965 zijn opdrachtgevers bieden. Daarom ontwierp hij, op een groot open terrein aan de rand van de stad, twee identieke ensembles. Deze zouden elk uit drie gebouwen bestaan: een van vijf etages, een van negen en een toren (vijftien lagen). Het ontwerp voor die gebouwen was toen modern: glazen gevels en breed uitkragende vloeren, met kloeke betonnen borstweringen hierlangs. Maar Zanstra (ook van het Amsterdamse Maupoleum, afgebroken) had de tijdgeest tegen. Het plan werd niet afgemaakt; de torens bleven achterwege. En waar hij een mooie groene ruimte dacht, kwam alleen een bomvolle parkeerplaats.

Eind jaren negentig van de vorige eeuw moest de Belastingdienst centraliseren. Met als gevolg dat meer kantoorruimte op deze plek noodzakelijk werd. Zo deed zich de kans voor alsnog die twee torens uit Zanstra's plan te bouwen. Maar dan wel naar eigentijds ontwerp. Het nieuwe zit hem allereerst al in de vorm. Rond 1970 was nog niet zo bekend dat rechthoekige torens op straatniveau vaak orkanen veroorzaken. Een afgeronde vorm werkt beter, en daarom krijgen de nieuwe torens van bureau DP6 (de eerste is gereed, de tweede in aanbouw) een plattegrond in de vorm van een nier – zelfs stormwind waait hier soepeltjes langs. En terwijl Zanstra's gebouwen nog werden ontworpen als kamertjeskantoren, zijn in de nieuwbouw de etages vrij indeelbaar, desgewenst zelfs vrij van tussenmuren.

Ronduit extravagant is de nieuwe zonwering – een systeem dat speciaal voor dit gebouw is uitgevonden. Hierbij is op enige afstand van de gevel (voldoende om de glazenwasser zijn werk te kunnen laten doen) een soort gordijn van horizontale lamellen opgehangen dat precies de rondingen van de gevel volgt. Elke lamel bestaat uit tientallen identieke, taps toelopende kunststofelementen (polycarbonaat), die door aluminiumstrips worden omvat. Dit geheel wordt door de onderste, betonnen, lamel op zijn plaats gehouden.

Het ziet er futuristisch uit, een bijna lichtgevende, rozige stralenkrans, die bovendien alle kanten van het gebouw verschillend maakt. Zonlicht hoeft immers niet overal even sterk geweerd te worden. Aan de zuidkant staat de zon het hoogst, daar is de afstand van de lamellen onderling het grootste. Aan de oost-en de westkant staat de zon veel lager, daar hangen ze dichter op elkaar. En aan de noordzijde komt geen zon; daar is het glas dus vrij in zicht.

Die luchtige lamellenkrans, hoe supermodern ook, vormt niettemin een onmiskenbaar beeldrijm met de betonnen banden van Zanstra's gebouwen. Temeer daar deze oude gebouwen worden gerenoveerd (door architect R. Hoots van de Rijksgebouwendienst), waarbij de betonnen borstweringen van voorheen worden vervangen door transparant materiaal. Zo komt alsnog Zanstra's oude plan tot zijn recht: met echte ensembles van drie, in hoogte verschillende, gebouwen.

En zelfs de ruimte ertussenin wordt nu ingericht als oorspronkelijk bedoeld: een open landschap. Dat is niet alleen de verdienste van DP6, maar evenzeer van Donald Lambert (stedenbouwkundig plan), tuininrichters Bosch & Slabbers, en daarnaast van de architecten Neutelings en Riedijk die voor vrijwel het gehele gebied een ondergrondse plint ontwierpen. Deze plint krijgt allerlei bestemmingen, waaronder een uitgebreide parkeergarage en ruimten. vergaderMaar bepalend is, in dit verband, vooral wat op de daken gebeurt. Die worden geheel onder water gezet, zodat het heel grote vijvers lijken. Aan de rand daarvan komen veel bomen, en in het midden is nu al een verdiepte patio (met grove dennen) met daarin de toegang tot de nieuwe toren.

deze kolossale ingreep wordt wat jarenlang een rommelig, halfslachtig kantorenterrein was, nu eindelijk een verrijking van de stad. Een echte open, groene plek rond lichte, functionele kantoren. Met als hoogtepunt een bloedmooi uitzicht, vanuit twee torens met rondom glazen gevels, op de uitgestrekte bossen rond Apeldoorn.

Meer over