Column

Nieuw defect: een schroefje los bij de mens

 

Jean-Pierre Geelen
Still uit Air Crash Investigation (niet uit de besproken aflevering) Beeld
Still uit Air Crash Investigation (niet uit de besproken aflevering)Beeld

Het was 1 april, dus de beelden met de laatste seconden van de verongelukte Germanwings zullen echt wel nep zijn geweest. Paris Match en Bild Zeitung kunnen beweren wat ze willen. Letterlijk, want in de eerste dagen na de crash vorige week viel op hoezeer internationale media - ook Nederlandse - zich in hun speculatieve berichtgeving baseerden op Bild, de roddelkrant die doorgaans grossiert in foto's van Sylvie Meis.

De beelden van passagiers die 'gillend de dood in' vlogen (copyright: De Telegraaf) ontbraken woensdag dan ook op tv. Voor wie niet zonder zijn portie vliegtuigongelukken kon, was er het bekende verstrekkingspunt National Geographic Channel. Air Crash Investigation heet de drug, waarin elke aflevering een vliegtuigongeluk wordt onderzocht. Er zijn er genoeg: de zender weet er al dertien seizoenen mee te vullen.

De belangstelling mag dan balanceren op een wat troebele mix van nieuwsgierigheid, angst en sensatiezucht, de kracht zit in de verbeelding van het noodlot. Met archiefbeeld, spectaculaire animaties, acteerwerk en geluidseffecten worden de ongelukken spectaculair gereconstrueerd, zoals Opsporing Verzocht of vroeger bij Peter R. de Vries.

De rechtvaardiging voor deze kijkoperatie, aldus de voice-over: 'De meest verwoestende fouten hebben geleid tot een aantal opzienbarende revoluties in de luchtvaartveiligheid'. Dat ook de vliegangstige kijker maar weer aan boord stapt.

Woensdagmiddag was het 8 september 1989. Het Convair-toestel van de Noorse lijndienst Partnair 394 stortte voor de Deense kust in zee. Alle 55 inzittenden kwamen om.

Air Crash Investigation toonde (gespeeld) de piloten in de cockpit, keuvelend over het eten van die dag. En toen die uitslaande metertjes. Schokkerige beelden aan boord van een kantelend toestel. Passagiers gilden de dood in.

Een noodsignaal had ontbroken, er werden enkel wrakstukken en vijf lijken teruggevonden.

Wat was er gebeurd? Alles wees op een bom. Sabotage wellicht. Air Crash Investigation wist de spanning een klein uur in de lucht te houden.

De details voeren hier te ver, maar na onderzoek bleek er iets met de generator van de kist; een ouwetje, van een maatschappij die bovendien in financiële problemen zat. Er bleek een beugel gebroken, er waren trillingen ontstaan, waardoor het staartstuk losliet en de kist naar links tolde. De zee in.

De troost van de tragiek: Air Crash Investigation stelt de kijker steevast gerust met de zegeningen van de vooruitgang. Elke crash verkleint in die denkwereld de kans op een volgende. Heeft de zender aandelen in de vliegbranche? Ditmaal rammelde die verzekering juist.

De hele crash bleek in de kern terug te voeren op drie lullige boutjes die in het staartstuk los hadden gezeten. Vervalste nepfabrikaten, afkomstig van de levendige zwarte handel in inferieure vliegtuigonderdelen.

Er zitten zes miljoen bewegende onderdelen in een 747, leerden we. Maar gelukkig: door maatregelen dankzij de Convair-crash was de zwarte handel bestreden en 'zijn passagiers nu veel veiliger' (ook al verplaatste de handel zich naar die in certificaten die de veiligheid zouden moeten garanderen): 'In de 20 jaar daarna zijn er geen ongelukken meer geweest door neponderdelen', duwde de voice-over zijn kijkers de kist weer in.

Tot vorige week met de Germanwings dan, toen een nieuw defect opdook: een schroefje los bij een mens. National Geographic staat vast al te trappelen dat drama in beeld te brengen. Verontrustend.

Meer over