NIEUW AMSTERDAMS PEIL Het verandere aanzien van het Beukenplein

Het Beukenplein in Amsterdam-Oost was ooit een enclave voor poetsers. De komst van allochtone buurtbewoners en een grondige opknapbeurt veranderden het aanzien van het plein....

Het Beukenplein is voor Louis Alberts heilige grond en het heiligst is nummer 18, want daar drijft hij zijn sigarenmagazijn. Hij werd achter de winkel geboren en zou te zijner tijd het liefst een paar meter verder worden begraven in het tuintje achter de zaak: 'Zo denk ik er over.'

Hij trekt aan zijn sigaret, kijkt naar buiten en roept het plein op zoals het was in de jaren vijftig: 'Links stond een pisbak en dat was bij het voetballen de goal, als je een bal moest stoppen dook je in de zeik. In het midden stond een haringkar en als het dan 's winters koud was kreeg de haringman bij ons een kop koffie en dan zat hij met zijn blauwe pekelhanden boven het potkacheltje. Je had een slager, een bakker, een snoepwinkeltje - alles zat er. Je kon een rondje over het plein maken en je had al je boodschappen. Recht aan de overkant had je nog een sigarenman en die ging om zes uur soms al open. Dan keek mijn vader door de gordijntjes en zei: Konki - de concurrent - is al open. Dat kon natuurlijk helemaal niet en dan ging hij al om half zes open.'

Dat was in de tijd dat in de buurt nog veel arbeiders woonden, die in alle vroegte naar hun werk fietsten. Maar de tijden veranderden en het Beukenplein was toe aan een grondige opknapbeurt. Eerst kwam de slijterij op de hoek aan de beurt voor funderingsherstel en daarna moest Alberts' sigarenmagazijn er aan geloven: 'We zaten toen in een noodwinkel en woonden zolang in Zuid. Dan hing ik hier rond tot negen uur en belde mijn moeder: kom je nog niet? Maar dan was er weer ergens brand en dan was er weer een knokpartij en ik zeg: ''ja, ik kan nou niet weg hoor''. Het beviel me niks in Zuid.'

Giuseppe Mistroni, een ex-metaalbewerker die op de hoek alweer zeventien jaar zijn Ristorante Ferrara drijft, komt een pakje sigaretten kopen. 'Toen jij in de buurt kwam', zegt Louis Alberts, 'begon het peil minder te worden.' 'Ah', zegt Mistroni, die zich de Amsterdamse humor eigen heeft gemaakt, 'maar jij bent nog burgemeester van het Beukenplein.' Dikke pret hebben ze vooral als Ajax tegen Juventus speelt, vertelt Louis Alberts: 'Toen Juventus won, had hij de hele straat volgekalkt met Juve, Juve, Juve - op de rijweg, op de stoepen, ja, met bloem hoor. Als Ajax dan wint, kalk ik met een viltstift op grote papieren: Juve verloren, Juve is niks. Dat plak ik dan op zijn raam, dan wordt hij kwaad en komt hij die proppen door de winkel gooien.'

De lange zijden van het plein werden gerenoveerd, de korte zijden gesloopt en vervangen door nieuwbouw die de Volendammer viswinkelier op de hoek 'Romeins-achtig' noemt. In een van die panden zit nu het postkantoor Beukenplein en het meisje achter de balie heeft het naar haar zin: 'Reuze gezellig, echt waar. Hele leuke mensen. Ik kom uit Noord en dat zijn een beetje saaie mensen, die maken niet zo makkelijk een praatje.' Dat ook een gewapende man een praatje kwam maken, ach, daar is ze alweer overheen: 'Hij heeft niks meegekregen, want er valt hier niks te halen. Ja, postzegels, en wat dubbeltjes en kwartjes.'

Volgens haar baas, Ron Schoute, was het een gestoorde man die later op de dag werd ingerekend: 'Bij mij is hij gefilmd en gefotografeerd. Als je er een beetje op gaat letten, kun je in elke winkel die beveiligingsdingen heel makkelijk zien en dat is niet erg, want we hebben toch liever dat hij het bij de buurman doet dan bij ons en als de buurman niet wil beveiligen, is dat zijn risico.'

Het postkantoor is de nieuwe Konki van Alberts, want Ron Schoute verkoopt ook sigaretten, snoep en kranten. 'Ik heb Turkse kranten, Chinese, Indonesische, Portugese, Spaanse, Engelse, Duitse, Joegoslavische, Indiase, Surinaamse en Antilliaanse kranten - want al die mensen wonen hier in de buurt. En een Belgenkrant hebben we ook, want die mensen schijnen ook te lezen.'

Over de bevolkingssamenstelling, die zo anders is dan hij vroeger gewend was, heeft de heer Koopman van de verfwinkel tegenover het postkantoor zo zijn gedachten. 'Maar daar laat ik me verder niet over uit. Die mensen hebben een heel andere cultuur. Ik denk dat 80 procent van de vroegere bewoners er niet meer zijn. Dus heb je nieuwe mensen met een nieuw koopgedrag. Ze besteden veel minder. Vroeger werd er meer geverfd. Amsterdam is altijd heel erg poetserig geweest en een Amsterdams gezin ging eens in de twee jaar behangen, witten en schilderen. Je had zo'n drie, vier huishoudens in de week die acht, negenhonderd gulden uitgaven, want dat gaat ongeveer binnenshuis in een huis zitten. Dat bestaat niet meer. Mensen van mijn leeftijd lappen nog wel de ramen, maar vergeten het houtwerk. Het enigste wat nog van vroeger bestaat, is de gehaktdag, maar de wasdag is er niet meer.'

In Uladag Market onthult de Turkse groenteman de gedachte achter zijn Spartaanse winkelinrichting: 'Alles netjes, ja. Alle Turkse winkels hebben zelfde inrichting.' Nee, dan de kaaswinkel, daar wordt over de inrichting nagedacht. Erik Heinen: 'We gaan hier een leuke winkel van maken. Alles wordt gestuct, het wordt een beetje een strakke winkel en het moet - zeker in Amsterdam - een knusse sfeer hebben. In Amsterdam mag het zelfs een puinhoop zijn. Ik wil er in de toekomst nog een wijntapperij aan toevoegen, achter in de winkel, een open keuken erin en het liefst heel veel wijnvlekken op de muur. Het liefst met viezigheid waar je in staat, een beetje, wat ze op z'n Amsterdams zeggen een aggenebbisjwinkel, die doen het hier het beste. Eenvoud, hè. Deze wand gaat een Fransman decoreren met druivenbladeren en hier gaat hij een schildering maken van een oude kast met kazen, een spinnenweb en een muisje dat erin rondwandelt.'

Heinen rekent erop dat hij de investering eruit krijgt nu in de nieuwbouw op het Beukenplein appartementen van de hand gaan voor drie ton. Daar wonen zijn toekomstige klanten en misschien ook die van Jan van Beek, die er weer heel andere ideeën op na houdt over eenvoud. In zijn meubelzaak verkoopt hij Pastoe, Artifort, dat soort merken: 'We hebben uitsluitend modern en minstens een keer in de week krijg ik de vraag: wat doen jullie hier op dit plein? Ik kon zeventien jaar geleden deze ruimte overnemen en omdat ik al veertig jaar in het vak zit, met wat je opbouwt aan relaties, komen mensen gericht hier naar toe, ook omdat we een paar programma's exclusief hebben voor Amsterdam. Oude klanten komen terug als ze zich nog een keer opnieuw inrichten en we krijgen ook de kinderen van die mensen, die gaan ook niet oubollig wonen.

'Daar komt nog iets bij. Toen dertig jaar geleden Ikea zich in Nederland vestigde, werd er in onze branche nogal tegen geageerd, want die ging de prijzen kapotmaken en maakte daardoor de de handel kapot. Achteraf blijkt dat Ikea voor ons type zaken een geweldige stimulans is geweest. Iedereen heeft wel eens wat gekocht bij Ikea, vooral de jonge mensen gingen erheen. Ze kwamen toen in aanraking met een heel ander genre meubel en als ze aan de tweede aanschaf toe zijn, komen ze bij ons type zaak terecht. Vroeger woonde tien procent van Nederland in dit genre en we schatten dat het nu tegen de twintig procent is. Dat is echt merkbaar, want we hebben vaak gehoord: Ikea hoeven we nu niet meer.'

Een maand geleden vestigde een geestverwant van Van Beek zich op het Beukenplein. Wie bij de firma Logo-line naar binnen loopt, ziet het logo terug van het postkantoor, ja, de PTT is een van hun klanten.

Videotheek De Beuk is met twee door luxaflex afgeschermde etalages een dode plek op het plein. 'Wij', zegt de videotheker, 'zijn een besloten zaak en vanaf de buitenkant is er niet naar binnen te kijken. Voor een erotische videotheek is dat toch wel een must, want de klanten zijn over het algemeen toch wel beschroomd, ze schamen hun eigen om naar binnen te komen.'

Je kunt wel goed naar binnen kijken bij slijterij Cheers, dat komt doordat slijter Ron van der Plas een paar keer is overvallen. 'Eerst stond er een grote stelling voor de ramen, toen was de winkel als het ware dicht. Daarna hebben we snel verbouwd, de etalage dus opengemaakt, zodat het gewoon een open inkijk is. Dat is veiliger.'

Maar na sluitingstijd gaan de rolluiken omlaag, net als bij sigarenmagazijn Alberts, wat het plein 's avonds nogal doods maakt. Veel is er dan niet te zien. Bij het Belhuis gaat er achter halfopen luxaflex van alles om waar ze ook liever geen pottenkijkers bij hebben, bij NAZ food is nog wat levendigheid van klanten die er een roti-kip komen afhalen en in Mirami's vertelt meneer Kavuk hoe het hier in de jaren tachtig nog was: 'Wij hebben groot firma gehad met mijn broer, gebroeders Kavuk, was nummer 17, 19 en 21. Was notenbar, slagerij en groente. Die firma was tot '82, toen gaat het niet meer goed, wij zijn gestopt. Toen tien jaar in groentewinkel werken. Gaat niet meer. Nu eethuis en wij moet volhouden tot kapot is, tot laatste punt, pfft. Ik ga niks anders doen, ik wil ook geen uitkering of zo, heb nooit gehad. Ik werk elke dag, ik voel goed, maar laatste tijd ik ga failliet, dan ik moet naar sociale dienst. Ik kan niet terug naar Turkije, ik ben Hollander, ik ben 51. Ik heb precies 35 jaar hard gewerkt voor belasting en ik heb nog maar één nier.'

Ook de dierenarts heeft de laatste jaren zijn cliëntèle zien veranderen. 'Tegenwoordig heb je veel meer kleine gezelschapsdieren, want ja, ze wonen allemaal zoveel hoog achter en dat hele grote spul heb je daar sowieso niet zoveel. Je hebt een hele grote tweedeling in de praktijk. Of het is heel groot en stoer of het is heel klein en handzaam. Je moet denken aan Yorkshire terriërs en Maltezer hondjes, dat soort dingen van het echt kleine formaat. En het andere is meer in de zin van de pitbull-types. Niet zozeer pitbulls, maar Argentijnse doggen, het echt wat stoere spul van mensen die denken dat ze veiliger over straat kunnen lopen met zo'n hond.'

Ach ja, het Beukenplein. Louis Alberts: 'Mijn vader is hier begonnen in 1921 en het is nu weer goed hier, al vind ik dat er nog wat te veel horeca zit op zo'n pleintje. Er moeten weer meer winkels komen. Maar ik ga hier nooit weg, hoor. Amsterdam, als ik van buiten de stad kom en ik loop het Amstelstation uit en ik struikel over een junk en ik stap in een hondedrol - dan denk ik: ha, ik ben weer thuis'

Martin Schouten

Meer over