Reportage

Niets is eenvoudig in Noord-Ierland, waar Sinn Féin afkoerst op een historische overwinning

Politici Noel Williams and Stewart Dickson (Alliance Party) voeren campagne in Noord-Ierland.  Beeld Carlotta Cardana
Politici Noel Williams and Stewart Dickson (Alliance Party) voeren campagne in Noord-Ierland.Beeld Carlotta Cardana

Voor het eerst in meer dan honderd jaar kan de katholieke politieke partij Sinn Féin de grootste worden in Noord-Ierland. Maar gezien het het traumatische en onvoltooide verleden kan het moeilijk voor ze worden om het land ook daadwerkelijk te besturen.

Patrick van IJzendoorn

Voor het eerst in het 101-jarige bestaan van Noord-Ierland zal Sinn Féin, de katholieke partij die streeft naar hereniging met de rest van Ierland, bij parlementsverkiezingen de grootste worden. Een historisch moment, maar pater Thomas McGlynn merkt weinig enthousiasme binnen de congregatie van zijn St Agnes-kerk in Belfast. ‘Er heerst onverschilligheid’, zegt hij tijdens het afruimen van het altaar na een doopmis. ‘Mensen zijn met hun vakanties bezig. Daarnaast zijn er lage verwachtingen omdat het politieke systeem niet meer functioneert.’

Voor Sinn Féin is het een unieke kans. De partij was tijdens de Noord-Ierse burgeroorlog de politieke tak van de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger. Begin jaren tachtig sloeg de partij onder het motto ‘from bullet to ballot’ het democratische pad in. Nu, na een strak geleide verkiezingscampagne die doet denken aan de manier waarop Tony Blair een kwarteeuw terug met New Labour aan de macht kwam, lijkt Sinn Féin-leider Michelle O’Neill premier te worden.

Dat is de theorie dan.

Niets is immers eenvoudig in deze hoek van het Verenigd Koninkrijk, waar de verleden tijd onvoltooid is. Sinds de Goede Vrijdag-akkoorden van 1998 bestaat de afspraak dat de grootste partijen de regio samen besturen. Om de vrede te bewaren, zo was de gedachte, moeten de oude rivalen tot elkaar veroordeeld zijn. Dat ging twee decennia goed. De protestantse, pro-Britse Democratic Unionist Party (DUP) was al die tijd de grootste, gevolgd door Sinn Féin. Maar drie jaar geleden leidde het wederzijdse wantrouwen tot een impasse en werd Noord-Ierland onbestuurbaar.

Nu dreigt power sharing onmogelijk te worden. De DUP wil namelijk niet dienen onder een pro-Ierse Eerste Minister die ook nog eens tegen Brexit is. Extra reden voor protestante argwaan: wanneer Sinn Féin de grootste wordt kan het de Britse regering vragen om een Border Poll: een referendum over Ierse eenheid. Vooralsnog is deze hereniging ver weg – uit peilingen blijkt maar 30 procent van de Noord-Ieren er voorstander van te zijn – maar dat neemt niet weg dat de unionisten door een demografische verschuiving langzaam maar zeker de controle in Noord-Ierland verliezen.

Supporters tijdens een voetbalwedstrijd van de Crusaders tegen Cliftonvillein Noord-Belfast. Beeld Carlotta Cardana
Supporters tijdens een voetbalwedstrijd van de Crusaders tegen Cliftonvillein Noord-Belfast.Beeld Carlotta Cardana

Religieuze ruzie

Decennialang hadden beide groepen een soort LAT-relatie, living apart together. Een aandenken daaraan is te zien op een vredesmuur die het Alexandra Park splijt: westkant voor de katholieken, oostkant voor de protestanten. Maar dankzij de Goede Vrijdag-akkoorden zijn er poorten in de bekladde muur gekomen. ‘De hekken worden steeds lager’, zo verwoordt Nick Casey de vooruitgang in het noorden van de stad. De voetbaltrainer zit in de kantine van Solitude, het stadion van Cliftonville, de oudste en de enige ‘katholieke’ club in de Noord-Ierse competitie.

Casey vertelt dat het leven voor katholieken beter is geworden. ‘Niet langer ben je bij sollicitaties kansloos als je Kelly of Kennedy heet.’ Hij vertelt dat er binnen de katholieke gemeenschap altijd een drang naar zelfverbetering is geweest. ‘Dat zag je in de gevangenissen tijdens de burgeroorlog. De katholieke gevangenen plachten met hun neuzen in de boeken te zitten, terwijl de protestanten in de sportschool met halters in de weer waren. Daar zit een cultuurverschil. Als Sinn Fein de grootste partij wordt, moet dat worden geaccepteerd. Mogen wij hier een keer de baas zijn?’

Hoezeer de tijden zijn veranderd blijkt bij de North-Belfast derby; de klassieke voetbalwedstrijd tussen Cliftonville en het protestantse Crusaders. Tot de jaren zestig was dit een strijd tussen de arbeiders- en middenklasse, zegt Crusaders-voorzitter Mark Langhammer in het Seaview-stadion, ‘toen Cliftonville katholiek werd, veranderde dat in een religieuze ruzie.’

‘De club heeft twee dubieuze records’, vertelt hij. ‘De eerste is een 11-0 nederlaag tegen Boekarest in de Europa Cup, de ander is 2.100 agenten op 1.900 toeschouwers bij een derby tegen Cliftonville. Een keer is een agent zelfs doodgeschoten in het stadion.’

Dat is nu goeddeels verleden tijd, aldus de 61-jarige Langhammer, ‘Cliftonville heeft ons geld geleend toen we het nodig hadden en andersom.’ Bij de wedstrijd zijn maar twee politiebusjes present om toezicht te houden. Het is toepasselijk voor het nieuwe Belfast dat het eerste doelpunt van het protestantse Crusaders op naam komt van een katholiek, Billy Joe Burns. ‘Hij is een katholiek, maar we houden van hem’, verzekert een juichende Crusaders-fan.

Paramilitairen met bivakmutsen en pistolen

Langhammer, zoon van een Tsjechisch-katholieke oorlogsvluchteling en een protestantse moeder, groeide op in Noord-Belfast. Niet ver van de plek waar acteur en regisseur Kenneth Branagh opgroeide. Net zoals veel van zijn leeftijdsgenoten verliet Langhammer de door the troubles geteisterde hoofdstad zodra de kans zich aandiende. Hij studeerde in Schotland en speelde rugby in Frankrijk. De verkiezingen doen hem weinig. ‘Ik wil Labour kunnen stemmen, gewoon een linkse partij zonder religieuze grondslag. Dat kan dus niet in dit gekke politieke systeem.’

Langhammer zegt zich zorgen te maken over de spoken uit het verleden, dat 93 procent van de kinderen nog steeds naar een puur katholieke of protestantse school gaan. Deze onderwijsapartheid is een relikwie uit het verleden, net als de muurschilderingen van kopstukken van de katholieke IRA en de protestantse UVF. Aardig als trekpleister voor het terreurtoerisme, maar ze vormen ook een permanent aandenken. Vanaf sommige muren richten paramilitairen met bivakmutsen pistolen op voorbijgangers, de Noord-Ierse variant van de buurtwacht.

Een plakkaat van de Ulster Volunteer Force (UVF) in Zuid-Belfast. Beeld Carlotta Cardana
Een plakkaat van de Ulster Volunteer Force (UVF) in Zuid-Belfast.Beeld Carlotta Cardana

In boekwinkels liggen tafels vol met boeken over the troubles, terwijl in het gerechtshof strafzaken lopen tegen bejaarde Britse paratroepers die in 1972 geleden verantwoordelijk waren voor Bloody Sunday. In het overwegend katholieke West-Belfast – het oostelijke deel van de stad is een bolwerk van de protestanten – hangen posters met het gezicht van Noah Donohoe, een 14 jaar oud katholiek jongetje dat in juni 2020 verdween. Vijf dagen later werd zijn lichaam naakt gevonden in het protestantse deel van Noord-Belfast, in de afwatering.

Peace babies

Deze moord komt snel ter sprake, bijvoorbeeld in een Iers cultureel centrum aan de Falls Road. ‘Het is onvoorstelbaar dat de politie de zaak nog steeds niet heeft opgelost’, zegt de 19-jarige Naoise Farrelly. ‘Overal hangen tegenwoordig camera’s. Het lijkt op desinteresse. In Dublin was de dader zo gevonden bij een soortgelijke zaak.’ Hoewel ze een zogenaamde ‘peace baby’ is – geboren na de vredesakkoorden van 1998 – vertelt Farrelly dat ze nog steeds op haar hoede is wanneer ze in een protestantse wijk is. ‘Ik ga niet met een Celtic-petje in Oost-Belfast lopen.’

Ze krijgt bijval van Dáire Turley (23), een docent Gaelic met wie ze een bardienst deelt. ‘Ik ging ooit werken bij een supermarkt waar de manager vroeg of ik bezwaar had tegen de naam Darren op mijn naambordje. Mijn eigen naam was te Iers.’ De twee, die anders dan hun ouders vloeiend Gaelic spreken, zijn echter niet van plan om Sinn Féin te stemmen, maar op het socialistische People Before Profit. ‘De kosten van het levensonderhoud en sociale voorzieningen zijn belangrijker nu’, zegt Turley. Ze kent de burgeroorlog alleen van doorvertelde verhalen, van béaloideas.

Turley zegt het jammer te vinden dat Sinn Féin wel zetels heeft in het Britse Lagerhuis, maar deze vanaf het begin, vier decennia terug, weigert te bezetten. ‘Ik begrijp het principe, dat ze de Britse macht niet erkennen. Toch zou ik graag zien dat ze Boris Johnson van repliek zouden dienen, dat is een goede manier om een boodschap te verspreiden.’ Ierse hereniging is voor de twee nog geen prioriteit. ‘Nu is er geen meerderheid voor, maar wij gaan het nog meemaken in ons leven’, verwacht Farrelly, ‘het is een natuurlijke ontwikkeling.’

De Brexit als Noord-Ierse splijtzwam

Het excuus dat de pro-Britse, protestantse unionisten van de DUP gebruiken om niet te willen dienen onder Sinn Féin is wat bekend is geworden als het Noord-Ierse Protocol in het Brexit-akkoord. Dat voorziet in een grens op de Ierse Zee om een politiek-beladen grens op het Ierse vasteland te voorkomen. Maar het zorgt er ook voor dat de unionisten zich afgesneden voelen van het Britse Moederland. ‘Zolang het Noord-Ierse Protocol er is, gaan we niet meeregeren’, verzekert Sammy Wilson, DUP-afgevaardigde in het Lagerhuis.

‘Het protocol is meer dan een handelsbarrière’, waarschuwt Jim Allister, de leider van de conservatieve Traditional Unionist Voice tijdens een bijeenkomst in de North Belfast Orange Memorial Hall. ‘Het is een stap naar Ierse hereniging.’ De 69-jarige advocaat, die zich profileert als de ware erfgenaam van dominee Ian Paisley, krijgt een ovatie uit de volle zaal, waar de tweehonderd aanwezigen een toegift verzorgen in de vorm van God Save the Queen. Op de stoelen liggen pamfletten over ‘The Slaughter of Altnaveigh’, de grensstreek waar de IRA in 1922 een bloedbad aanrichtte onder ‘weerloze Protestante mensen’. De boodschap is duidelijk.

De derde weg

Bij zowel de hoop op hereniging als bij de afkeer van het Noord-Ierse Protocol in het Brexit-akkoord speelt identiteit een grote rol, wat gepaard gaat met Ierse en Britse vlaggen. Maar er is een derde identiteit aan het ontstaan, de Noord-Ierse. ‘Dat is onze gedeelde geschiedenis, dat zijn onze gedeelde ervaringen, en onze gedeelde hoop voor de toekomst’, zegt Danny Donnelly, een verpleger die namens de Alliance Party kandidaat is in de kuststreek ten noorden van Belfast. Opiniepeilingen suggereren dat deze partij, de Noord-Ierse zusterpartij van D66, de DUP gaat verdrijven van de tweede plek.

Het podium van een protest tegen het Noordierse Protocol in Noord Belfast. Beeld Carlotta Cardana
Het podium van een protest tegen het Noordierse Protocol in Noord Belfast.Beeld Carlotta Cardana

Samen met partijcoryfee Stewart Dickson loopt de 44-jarige Donnelly door Carrickfergus, een protestantse garnizoensstad waar de Britse prins William baron is. Er blijkt animo te bestaat voor een ‘derde weg’. ‘Twintig jaar geleden hoefden we hier niet te komen, omdat iedereen op de unionistische partijen stemde, maar dat is aan het veranderen’, zegt Dickson, de langst zittende volksvertegenwoordiger van Alliance. Wat de Ierse hereniging betreft heeft zijn partij geen uitgesproken standpunt, terwijl het Brexit-protocol voor hen slechts wat praktische aanpassingen zou behoeven.

Donnelly: ‘In de deuropening begint geen kiezer over het Protocol. Over gezondheidszorg des te meer. Ons zorgstelsel kraakt in zijn voegen. Dat merk ik dagelijks in het ziekenhuis.’ Op het iets verderop gelegen Islandmagee, een schiereiland waar in het begin van de 17e eeuw drieduizend bewoners omkwamen bij de eerste Ierse opstand, krijgt Donnelly van harte steun van Ian Johnson. Weet je wat het probleem is, teveel mensen stemmen op basis van bloody history, in plaats van met hun bloody head’, zegt de gepensioneerde bankmanager.

Maar bij zijn overbuurman William, die zijn garagedeur aan het schuren is, vangt Donnelly bot. ‘Weet je Danny, ik zou graag op je stemmen’, zegt de 55-jarige werknemer van een ruimtevaartbedrijf. ‘Maar als ik niet voor de unionisten stem, steun ik voor mijn gevoel Sinn Féin. Ik stem uit vrees.’ Wanneer William een combinatie van begrip en teleurstelling op het gezicht van de campagne voerende politicus met zijn gele pamfletten ziet, doet hij een handreiking. ‘Geef me maar een folder. Dan bewaar ik hem voor mijn dochter. Die zal wel interesse hebben.’