Niet zo frivool

De Deense singer- songwriter Agnes Obel is écht geen zwevende bosnimf. Met haar album Aventine wil ze inzoomen op de details, gefocust als een zakenvrouw.

'Dit ben ik dus', zegt ze, 'kijk je ervan op?' Ja, eigenlijk wel. In het dagelijks leven, en tijdens deze interviewdag in een Amsterdams hotel, is de Deense singer-songwriter Agnes Obel (32) een heel andere vrouw dan de muzikante die we kennen: het blonde haar los, kledingstijl 'ingetogen trendy', rokje tot boven de knie, kousenvoeten ontspannen op de zitting van een stoel.

Op artiestenfoto's, het podium en haar albumhoezen schept ze een ander beeld van zichzelf. Vanaf de hoes van debuutalbum Philharmonics (2010), in Nederland goud en wereldwijd goed voor een halfmiljoen verkochte exemplaren, kijkt ze ons ietwat ijzig aan, als een Scandinavische plattelandsvrouw uit de 19de eeuw. Voorop haar prachtige nieuwe plaat Aventine staat ze en profil afgebeeld tegen een roodgloeiende achtergrond, het haar streng opgestoken, net als tijdens haar concerten.

'Dat past bij mijn muziek', zegt ze. 'Ik wil het niet te frivool.' Dat valt te begrijpen, want dat zijn haar verstilde, door volronde pianoklanken gedragen liedjes ook niet. Ze zijn warmbloedig maar sereen: de melodieën bewijzen dat er zoiets bestaat als gereserveerd sprankelen. Het is alsof Agnes Caroline Thaarup Obel, zoals ze voluit heet, ze met zachte, beheerste stem van dichtbij in je oor zingt, terwijl de cello van Anne Müller troostend meezoemt.

Je ziet haar bijna op een oude boerderij in de bossen staan, maar bij die woorden heft ze de handen theatraal ten hemel: 'Dat zeggen mensen nou altijd! Ik woon nota bene in Berlijn. Hadden mijn ouders maar een afgelegen houten landhuis waar ik me lekker kon terugtrekken, maar mijn ouderlijk huis staat in hartje Kopenhagen.'

Het misverstand is verklaarbaar: haar folky muziek heeft onmiskenbaar iets ruraals en rustieks, en haar teksten verwijzen vaak naar de natuur, van het rotsige rivierbed uit de hit Riverside (2010) tot de bergen, luchten, kusten en kreken op Aventine, al is de Aventijn - een van de zeven heuvels waarop Rome werd gebouwd - nu urbaan gebied.

'Ik zoek naar woorden die pure emoties kunnen verbeelden', zegt ze. 'Dan beland je al snel in de natuur, die staat voor puurheid.'

Haar metaforen roepen vaak ook een gevoel van oudheid op, van samenkomen rond een vuur (Pass Them By) en van bergachtige vergezichten als in Dorian: 'It's written on the mountains / a line that never ends.'

Zelfs haar pianospel klinkt oud, als kamermuziek (Obel is klassiek onderlegd), maar de bezongen emoties zijn gewoon van nu: het zijn de hare.

'Voor het uitdrukken van veel emoties is taal ontoereikend. Ze kunnen zo diep en veelzijdig zijn dat woorden er geen recht aan doen. Ik probeer ze niet eens letterlijk te verwoorden, maar schets ze. Ik bezing gevoelens die ik nooit bespreek, omdat ze te vaag , te genant of te ingewikkeld zijn: emoties waar ik nergens mee naartoe kan.'

Voor Aventine geldt dat nog sterker dan voor Philharmonics. In de artiestenbiografie die haar platenlabel verstrekte, staat dat ze op haar debuut door het bos dwaalde, maar op Aventine halt houdt om de nerven van één boomblad te bestuderen. Ze peinst even.

'Zelf zou ik liever het beeld van een schilderij gebruiken. Op Philharmonics beschreef ik het hele tafereel, op Aventine zoom ik in op een detail. Het beeld van een door het bos dwalende Agnes is me te romantisch: alsof ik me laat leiden door de wind en het allemaal maar zo'n beetje uit me laat vloeien. Ik ben geen heksenvrouwtje. Wanneer ik muziek schrijf, ben ik juist gefocust als een zakenvrouw: het is hard werken, al hoor je dat niet aan mijn platen af, gelukkig.'

Aanvankelijk deinsde ze ervoor terug om haar gevoelige sololiedjes uit te brengen. Ze wilde ze zelfs niet uitvoeren met de bands waarin ze speelde. Toen ze in 2009 de stoute schoenen aantrok en er een paar op haar MySpace-pagina zette, ging het snel.

'Ik heb veel dingen publiekelijk moeten leren: het reizen, interviews doen, het zakelijke aspect. Ik was er niet op voorbereid, maar ben er wel van gegroeid. Ik heb dingen gedaan waarvoor ik vroeger zou zijn teruggedeinsd. Ik ben nu dapperder, maar een liedje blijft een monoloog, met alle risico's van dien. Je bent niet in gesprek, maar vertelt ongevraagd wat je op je hart hebt en kunt slechts hopen dat de mensen zullen luisteren. Dat blijft eng. Het vraagt veel van me.'

Ze verwijst naar het nummer Dorian, over vrienden die uit elkaar groeien en zich daar pijnlijk bewust van zijn. 'Will you come along to the end?'

Gelukkig heeft ze haar geliefde Alex nog. Hun relatie heeft de storm tot dusver goed doorstaan. 'Gelukkig,' zegt Obel, 'want soms krijg ik het gevoel dat mijn muziek al het andere in de weg staat.'

Ze lacht. 'En daar schrijf ik dan maar weer een liedje over.'

Agnes Obel: Aventine. PIAS.

Live: Paradiso, Amsterdam, 19 oktober (uitverkocht).

VROUWENVROUW

Agnes Obel benadrukt dat ze echt wel naar platen van mannen luistert, maar haar eigen werk roept toch vooral vergelijkingen op met dat van vrouwelijke collega's. Zo erkent ze dat Aventine raakvlakken heeft met de rouwplaat White Chalk (2007) van PJ Harvey: 'Kale liedjes over verdriet, waar je toch niet verdrietig van wordt. Hoop ik.'

De Amerikaanse Tori Amos (net als Obel klassiek geschoold) was als pianospelende popmuzikante een voorbeeld, 'al hamert zij wel veel harder op dat ding dan ik.'

Haar zwierige zangmelodieën, die lang niet altijd toewerken naar een afgebakend refrein, roepen de songs van Joni Mitchell, Suzanne Vega, haar Noorse generatiegenoot Ane Brun en ook Kate Bush in herinnering, al blijven hoge uithalen bij Obel achterwege.

undefined

Meer over