Column

Niet zijn wie anderen willen dat we zijn

De Vlaamse schrijfster Griet Op de Beeck overpeinst een zomer lang zaken die ze liever eerder had geweten.

Griet op de Beeck
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Ik was veel mensen in mijn eentje, vroeger, of dat probeerde ik toch te zijn. De dochter op wie mijn vader te allen tijde trots kon wezen. Het lief dat zo geweldig was op alle vlakken dat ze zeker nooit in de steek zou worden gelaten. De vriendin die haar nut bewees door altijd vragen te stellen en te luisteren en te vechten om toch maar weer de rekening in het café te mogen betalen. De zus die anderen uit de wind probeerde te zetten en zich minstens uitbundig solidair verklaarde als die alsnog tekort werden gedaan. De dramaturg en later de interviewer die zo slim en gedienstig en begrijpend en betrouwbaar en inventief bleek dat mensen met wie ik werkte of die door mij geïnterviewd werden helemaal vrolijk en bij voorkeur ook nog gelouterd weer naar huis gingen, nadien. Dat was het streven. Dat lukte natuurlijk nooit.

Perfectionistische mensen, we zijn met velen. Zelfs zij die het niet zo zouden benoemen, zie ik er last van hebben. En het is een lelijk beest. Want het draait je vast in een perfide vicieuze cirkel: je legt de lat zo hoog dat je je doel simpelweg niet kan halen, waardoor je teleurgesteld bent in jezelf, en die lat opnieuw minstens even hoog, of bij voorkeur nog hoger legt, waarna je opnieuw faalt. Dat soort perfectionisme is hét recept om jezelf voor eeuwig voorbij te lopen, stokken in de wielen te steken, om nooit eens blij te worden met wie je bent en wat je kunt.

En het ergst van al is, je detecteert perfectionisten niet per se meteen. Het zijn vaak net diegenen die de indruk wekken dat ze alles goed voor mekaar hebben, dat ze met een stevig brok optimisme in de dagen staan, dat ze zelfs bij gruwelijke tegenslag niet kapot te krijgen zijn. Hun omgeving zal geneigd zijn hen daar om te prijzen, waardoor ze nog meer bevestigd worden dat die strategie de enige juiste is, terwijl ze zichzelf eigenlijk voortdurend ondermijnen.

Onlangs kwam er na een lezing een vrouw naar mij. Wakkere blik, kordaat postuur. 'Ik ben 69', zei ze, 'ik heb vier broers en een zus, maar ik ben degene die al sinds de dood van mijn moeder, achttien jaar geleden, voor mijn vader zorgt. Ik zeg het tegen niemand, maar eigenlijk is hij geen lieve man. En toch sta ik elke dag opnieuw zijn huis schoon te maken, zijn eten klaar te maken, en hem te helpen bij het wassen.'

Ze zuchtte, dat kwam van eindeloze diepten. 'Misschien moet ik daar toch maar eens mee stoppen. Echt van mij houden is waarschijnlijk toch iets wat hij gewoon niet kan.'

Het verschrikkelijke is dat wie zo zijn best doet om te zijn wie hij denkt dat de anderen willen dat hij is, daar zelden mee bereikt wat dan wordt verhoopt. Het is pas door voluit en helemaal jezelf te zijn - wat voor alle duidelijkheid niks met egocentrisme of egoïsme te maken heeft - dat je ook echt open kunt omgaan met anderen, en daar zullen alle juiste mensen, degenen die echt bij jou passen, alleen maar blij om zijn.

Ik hoop dat die vrouw van toen ondertussen heeft durven handelen naar dat gevoel. Want zij verdient het, zoals wij allemaal.

Meer over