Niet voor eeuwig

De 1 procentsregeling voor kunst in openbare gebouwen bestaat een halve eeuw. Een nieuw boek laat zien wat er tegenwoordig wordt gemaakt voor gevangenissen en kantongerechten....

Zo moet het blijven, voorlopig.

De smalle taartpunt land ligt in een sierlijke zwaai van de Nieuwe Waterweg, in het decor van reusachtige kranen, walmende pijpen en stapels containers. De wind strijkt er over restjes bereklauw en vergeelde pollen, wiegt de kale takken van een enkele wilg en drukt flarden flapperend plastic tegen het hek.

Maar je loopt er wel mooi op kunst. De strook is Een braakliggend terrein van Lara Almarcegui. Toen de Spaans-Rotterdamse kunstenares door de Rijksgebouwendienst werd gevraagd een werk te scheppen bij het nieuwe rayonkantoor van Rijkswaterstaat in Europoort, besefte ze, getroffen door het uitzicht ter plekke, 'dat een minimale ingreep op zijn plaats was'.

Braak blijft het dus, op z'n minst tot 2018. Tot die tijd hebben stedebouwkundigen, landschapsarchitecten en verwante gulzige inrichters het nakijken. Een scheef bordje naast de ingang van het kantoor bevestigt het: 'Een braakliggend terrein'. Als alles hier omheen bebouwd zal zijn, blijft dit volgens Almarcegui een plek 'waar willekeur en verbeelding alle ruimte krijgen'.

Wie de ontwikkeling van beeldende kunst in opdracht van de overheid onverhoopt uit het oog mocht hebben verloren, haalt hier aan de Waterwegoever de achterstand moeiteloos in. De zogeheten percentageregeling (vaker 1 procentsregeling genoemd), waarmee een deel van het budget voor nieuwbouw of renovatie van rijksgebouwen voor kunstdoeleinden wordt gereserveerd, is de abstractie op een sokkel op het gazon of wat surrealisme aan een spijker in de entreehal ver voorbij. De grenzen zijn stevig opgerekt. Kunstenaars zetten in opdracht van de Rijksgebouwendienst een auto en een hut op het binnenplein van een jeugdgevangenis, plaatsen met behulp van infrarood sensoren oplichtende konijntjes van glas in de nissen van een hal in het nieuwe Nederlands Forensisch Instituut, of gaan T-shirts verven met gedetineerden; nee, het hoeft allemaal beslist niet meer voor de eeuwigheid te zijn.

Maar het is kennelijk wel tijd om enige verantwoording af te leggen. Vrijdag presenteert Rijksbouwmeester Jo Coenen in het GEM, het Museum voor Actuele Kunst in Den Haag, Kunst bij Rijksgebouwen 2000-2003, een overzicht van de 65 opdrachten die in die periode aan 97 kunstenaars zijn verstrekt. De Rijksgebouwendienst besteedde in dat tijdsbestek 5,5 miljoen euro aan beeldende kunst. Een grotere opdrachtgever is in de branche niet te vinden.

De percentageregeling bestaat sinds 1952 en was toen al slechts een formalisering van de gewoonte nieuwe rijksgebouwen te voorzien van een kunstproject. Zwaarder dan wat werkverschaffing in de culturele sector, woog de opvoedkundige taak: onwetend publiek kwam aldus in contact met belangwekkende kunst.

De lange traditie en ambitie ten spijt, geheel rimpelloos verloopt het proces zelden. Vraag het de kunstadviseurs van de Rijksbouwmeester. Als geen ander kennen zij het krachtenveld waarin de keuzes worden gemaakt. Zij selecteren in overleg met ambtenarendelegaties de kunstenaar en diens project, dat vervolgens in schets, voorlopig en definitief ontwerp bemoeizucht van de vertegenwoordigende commissies moet kunnen verdragen.

Vier van de vijf adviseurs hebben zich verzameld aan een kloeke tafel in het atelier van de Rijksbouwmeester in de Haagse binnenstad. Een map met een bloemlezing uit de projecten ligt voor. Hans van den Ban, Jean Boumans, Kie Ellens en Theo Tegelaers hadden 'al langer het gevoel dat ze naar buiten moesten treden'. Niet alleen omdat het publiek door het boek eens kennis kan nemen van projecten waar het niet altijd zicht op krijgt, maar ook 'omdat het werk is veranderd'.

Dat geldt niet voor de procedure. Het overleg begint steevast met de opstelling van een programma van eisen. Dat wordt opgemaakt zodra de ruwe contouren van het ontwerp voor het nieuwe gebouw vastliggen: hoeveel vierkante meters komen er bijvoorbeeld, welke materiaal wordt gebruikt, waar komen in-en uitgang en, niet onbelangrijk, welk bedrag is beschikbaar. De budgetten varin van een half tot twee procent van de bouwkosten.

Tegelaers: 'Van groot belang is de vraag met welk doel je de kunst wilt inzetten. Is de kunst bestemd voor de gebruiker of juist voor de bezoeker? Of voor beiden? Welk gebaar wil de dienst ermee maken? Wat is de context?' Als er een formulering op tafel ligt, nodigen de adviseurs, als voorzitter van de commissie, kunstenaars uit, waarna de opdracht volgt.

De vraag of iets mooi is, komt in het overleg met de commissies maar marginaal aan bod. Van den Ban: 'Daar kun je beter niet aan beginnen. Smaak is persoonsgebonden.' Boumans: 'Het is onze taak er wel op toe te zien dat het niveau hoog is.' Tegelaers: 'Het moet een zekere kwaliteit hebben.' Van den Ban: 'En niet zelden kom je dan op iets uit, wat de betrokkenen wel degelijk mooi vinden.'

Het gaat, zegt Kie Ellens, niet meer om kunst die autonoom in een atelier is uitgedacht, uitgevoerd en vervolgens geplaatst. 'Nu is er veel meer sprake van een wisselwerking tussen de kunstenaar, de opdrachtgever en de omgeving.' Van den Ban: 'Het din waarmee nogal wat schilders en beeldhouwers neerkeken op een opdracht, is weg. Kunstenaars zijn tegenwoorisdig niet meer alleen op zoek naar het podium van een galerie of een museum. Daar komt toch altijd hetzelfde soort publiek. Het is zeker zo spannend iets te maken voor een organisatie, waarbinnen heel specifieke eisen gelden.'

Elke opdracht kent gevoeligheden. Neem alleen al de functie van het gebouw. Een project voor een nieuw belastingkantoor mag geen protserigheid uitstralen; de vox populi - 'dat zijn centen' - hoef je niet te voeden. Gevangenissen vragen om diezelfde reden ook ingetogenheid - 'je gaat toch niks moois maken voor dat tuig?'

Kantoren van de Immigratie en Naturalisatie Dienst gelden weer als 'kwetsbaar'; er is zn politieke lading aan gegeven. Een plan om in Zwolle de namen van al en Fatima te projecteren op de gevel als illustratie van het wegvallen van de grenzen, is daarom gesneuveld. En wat brengen dvd-stills met tafereeltjes van allochtone gezinnen in een overduidelijk Nederlandse biotoop teweeg in de wachtruimte van de IND in Den Bosch? Wekt het niet de verwachting dat toelating slechts een formaliteit

Dit project haalde het overigens wel: de afbeeldingen zijn, leggen de adviseurs uit, ook bedoeld voor het personeel, dat zich zo realiseert dat er een werkelijkheid achter de bureaucratie schuilt.

De keus is, beklemtonen ze in koor, zelden een strijd tussen uitersten: de ambtenaar aast op meer dan een stilleventje aan de wand - hij zit, mogen ze aannemen, in de commissie uit een zekere culturele interesse - en zij weten ook dat ze het incasseringsvermogen van droogstoppels niet tot het uiterste moeten tarten.

Het overleg kan tot breed gedragen resultaten leiden. Een grillig gevormde aluminium sculptuur van William Speakman op een binnenplaats van het ministerie van Sociale Zaken spreekt de 'gebruikers' zeer aan, verzekert Tegelaers. Een wandschildering met de verschillende stadia van een bloembol en bijbehorende banken (kunstenaar Gijs Frieling) in het INDgebouw te Rijswijk ontmoeten waardering omdat ze universele elementen van volkskunst bevatten.

Maar de praktijk kan weerbarstig zijn. In een enkel geval is het de techniek die de marges bepaalt. Het situeren van een roze wolkje boven een kantoor dat de Utrechtsebaan in Den Haag overspant, stuitte op uitvoeringsproblemen. De bedoeling was water uit keramische spuitmondjes te vernevelen en door kleurstof of belichting roze te maken. Maar na twee jaar experimenteren is het project stopgezet. Het waait er te hard: de wolk nam voortdurend de gedaante van een lange schoorsteenpijp aan.

Vaker mort het personeel, en aan die bezwaren wordt niet altijd gehoor gegeven. 'Ik ben blij dat mijn raam er niet op uitkijkt.' Een blinde muur scheidt het Rijkswaterstaatkantoor van rayonchef Ard Drooger van Een Braakliggend Terrein van Lara Almarcegui. Hij en zijn collega's gebruiken dezelfde kwalificatie: 'Geldverspilling'. 'Het heeft tienduizenden euro's gekost en wat hebben we ervoor gekregen? Een website, een boekje en een uitlegbordje bij de ingang, dat nog scheef moest staan ook.' Daar houden ze bij Rijkswaterstaat natuurlijk helemaal nietvan.

Heeft Drooger niet mee kunnen praten? Hij zat toch in de commissie? Hij is er maar mee gestopt, zegt hij. 'Het liep helemaal spaak. Ik wil best meedenken, maar dit had geen zin. Het was een andere wereld.' Hij wijst naar twee schilderijen tegen de muur, gestileerde weergaven van twee verkeerslichten: Stop and go; ook een cadeau van de Rijksgebouwendienst. Kijk, dat is kunst die hij begrijpt. Het is, neem hem niet kwalijk, doodzonde van het terrein. Had er gras gezaaid, wat boompjes geplant, dan was iedereen tevreden geweest.

Adviseur Kunst Tegelaers laat zich door dit soort geluiden niet ontmoedigen. 'Het is ook taak van de kunstenaar om vragen te stellen, gebruikers en bezoekers te dwingen om op een andere manier na te denken. Dat was ook het interessante aan dit project: Rijkswaterstaat is bij uitstek de organisatie die over inrichten van land gaat, en dan laat je uitgerekend daar iets braak liggen.' Zelfs bij het nieuwe Paleis van Justitie in Arnhem, gebouwen die toch een zeker gezag moeten uitstralen, schuwen ze de zelfrelativering niet: op een groot raam worden figuurtjes uitgebeeld die criminele activiteiten ontplooien. Dat is de durf die ze in het atelier van de Rijksbouwmeester op prijs stellen.

Boumans: 'Je moet toch vaststellen dat kunstenaars veel vrijheid krijgen.' Tegelaers: 'Het is niet altijd even makkelijk, soms sta je er wel van te kijken wat er doorheen komt.' Van den Ban: 'Het enthousiasme ontstaat vaak gaandeweg.' Ellens: 'Van die konijnen in het Nederlands Forensisch Instituut, een werk van Femke Schaap, willen personeelsleden nu modellen mee naar huis nemen.'

Maar het komt ook voor dat het n gaandeweg verdampt. Theo Tegelaers keerde onlangs wat mismoedig terug uit een vergadering op het ministerie van Sociale Zaken. Een deel van zijn voorstel was afgeschoten. Een project van het Noors/Deense kunstenaarsduo Elmgreen/Dragset als onderdeel van de vernieuwing van het interieur ging de commissie te ver. Het idee was een grote spiegel te maken, waarin met kogellampjes het woord 'Casino' oplicht.

Tegelaers zag het wel zitten: Sociale Zaken en de gokzucht als uitersten van het spectrum van de verzorgingsstaat; tussen bewaken en laat maar rollen. De commissie dacht er anders over: zoiets wakkert vooroordelen alleen maar aan: hier wordt met geld gesmeten.

Hij had het al aangevoeld, zegt Tegelaers. De actualiteit maakte de commissie kopschuw. De affaire over de prijzig uitgevallen verbouwing van het UWV-hoofdkantoor brandde los, en toen wist hij dat de bijl zou vallen. 'Je merkt in zulke gevallen wel dat kunst snel onder druk staat. Onder ambtenaren is de laatste jaren een zekere angst gegroeid dat ze ter verantwoording kunnen worden geroepen.' Troost: het project van GabriLester om vertrekken in het gebouw van Sociale Zaken met periscopen te verbinden, haalde de eindstreep wel: het idee om een extra netwerk in het organische gebouw van architect Herman Hertzberger aan te leggen, is enthousiast omarmd.

Voor de morrende wegbeheerders aan de Nieuwe Waterweg was er uiteindelijk ook nog een pleister op de wonde. Op Een braakliggend terrein is toch iets van inrichting te traceren: op hun aandringen is een teakhouten bankje geplaatst.

Meer over