'Niet voetballen, dan net zo lief dood'

Toen hij nog bij Jong Ajax zat, hoorde hij nooit zomaar iemand 'Ebecilio' zeggen. Dat is anders nu. Lorenzo Ebecilio (19) is een nieuw, jong gezicht op de Nederlandse velden. Vandaag is hij met Ajax in Moskou, in een poging na de 0-1 tegen Spartak in Amsterdam de kwartfinales van de Europa League te bereiken.


'Na een paar wedstrijden in het eerste elftal liep ik een winkel binnen. Een jongetje bleef me aanstaren en tikte zijn vader aan. Die zei tegen dat jochie: Ja hoor, dat is Ebecilio. Yeah, riep dat ventje, en hij vroeg om een handtekening.'


Hij weet nog dat hijzelf een ventje was, en dat hij toen zelfs de school als een soort voetbalveld zag. 'Na de rust ging ik zwetend het lokaal weer in. Als ik thuiskwam, nam ik de bal en ging ik voetballen met mijn oom. Playstation I liet ik staan.'


Hij is een sterke linksbuiten, maar dan in het tijdperk van Playstation 3. Fysiek, snel, intuïtief. Hij mist nog wat overzicht en fijnzinnigheid in zijn techniek. Wedstrijdmomenten verwarmen hem: zijn debuut tegen Vitesse, zijn eerste treffer tegen RKC, zijn tweede tegen AZ. Dat is zijn oude club, die hem wegstuurde nadat bij hem hartproblemen waren geconstateerd. 'Maar ik koester geen haatgevoelens.'


Van AZ moest hij vertrekken, nadat hij als jongen van vijftien bij de tandarts een hartstilstand kreeg. 'Die mededeling: we hoeven je niet meer, vergeet je nooit.'


Toen hij daarna een prachtseizoen beleefde bij zijn oude club Hollandia uit zijn woonplaats Hoorn, belde AZ of hij wilde terugkeren. 'Ze hoeven me niet meer te bellen', zei hij tegen zijn moeder. Hij ging naar Ajax. 'Mijn moeder en oom hebben, na alles wat ik heb meegemaakt, tijdens mijn wedstrijden in Ajax 1 met tranen in de ogen gezeten.'


Hij is vastbesloten. 'De doktoren in het ziekenhuis zeiden dat ik misschien nooit meer zou kunnen voetballen. Dat ging het ene oor in en het andere uit. Mensen zeggen: gezondheid is toch belangrijker. Maar als ik niet kan voetballen, hoef ik ook niet te leven. Zo dacht ik en zo denk ik nog steeds. Ik ga liever dood op het veld dan ergens anders.'


Ebecilio heeft een straatmentaliteit, zonder een ouderwetse straatvoetballer te zijn. Hij is van het gras. Ebecilio, van Surinaamse ouders, zit vol energie.


Ronaldo, de Braziliaan, was zijn idool. 'Net als hij scheerde ik mijn hoofd kaal. Met de tondeuse, en dan nog eens met het scheermes erover. Ik wilde net als Ronaldo zijn. Maar ik voelde toen al dat ik een eigen stijl had.'


Hij kan passeren en scoren. 'Ik doe veel op gevoel, kracht en snelheid. Vaak denk ik niet na en lijkt het alsof ik maar wat doe. Dat is soms ook zo. Je hebt ook bijna geen tijd om na te denken, dus ga ik op mijn gevoel af. De ene keer gaat dat beter dan de andere keer. Ik heb altijd één doel voor ogen: met flair spelen, mijn ding doen, alles uit mezelf halen.


'Ik voel me vrij op het veld. Maar hoe langer je speelt, hoe meer de mensen van je verwachten. Ook van jezelf mag je verwachten dat je steeds meer laat zien, dat je zo constant bent dat je een wedstrijd kunt openbreken of beslissen. Ik heb nog zo veel mooie jaren te gaan hier.'


Naar verwachting tekent hij binnenkort bij tot 2014.


Bij AZ zat hij nooit op de bank, was hij degene die de doelpunten maakte als linksbuiten of als spits. Ja, hij kan spits zijn. 'Ik ben balvast, je kunt me inspelen, ik kan wegdraaien, een bal kaatsen, kappen en schieten met beide benen. Maar linksbuiten speel ik lekkerder.'


Trainer Frank de Boer is een leermeester die hij al bij de A-jeugd trof. Toen gebeurde het een keer dat Ebecilio zomaar omviel tijdens een sprint. 'Ik voelde opeens een klap en viel naar voren, met een tinteling in het achterhoofd.'


Hij dacht dat er een bal tegen zijn hoofd was geschoten, of dat iemand tegen hem opliep. Uiteindelijk zat een draadje in het kopje van de ICD los, het operatief ingebrachte apparaatje dat zijn hartritme bewaakt.


'Het kopje zat los, terwijl dat muurvast moet zitten. Er kwam storing op de draad, waardoor de ICD dacht dat ik een ritmestoornis had en afging. Dan krijg je een elektrische schok. We gaan ervan uit dat het niet meer gebeurt. Angst heb ik niet.'


Maar voor het thuisduel met Anderlecht had hij het toch wel een beetje benauwd. 'Ik heb niets tegen de trainer gezegd, maar ik was sneller buiten adem.'


Door de gebeurtenissen met zijn lichaam beleeft hij alles intenser, denkt hij. Zo zegt hij over zijn debuut bij Vitesse: 'Toen het fluitje ging waren de zenuwen weg. Mijn eerste balcontact was niet echt goed. Maar ik dacht: ik sta hier, hier heb ik zolang voor geknokt.'


Meer over