'Niet verstrikt raken in je ambities'

Ze groeide op in armoede en kon gaan studeren dankzij de olympische titel die ze in Peking won. 'Ik ben blij met mijn achtergrond.'

Shelly-Ann Fraser moest olympisch kampioen worden om haar droom waar te maken: studeren. Niets geks aan, zegt ze vrolijk. 'Na de middelbare school kon ik het niet betalen. Wel nadat ik in Peking de 100 meter had gewonnen.'

De kleine Jamaicaanse topsprintster zit op een heuveltje aan de rand van de atletiekbaan van de University of Technology in Kingston. Ze borrelt van levenslust. Het is begin mei. Over drie weken is ze bachelor of science, als eerste in haar familie. Daarna richt ze zich op Londen, waar ze haar olympische titel hoopt te prolongeren.

En daarna? Een master in de kinderpsychologie. Fraser lacht haar beugeltje bloot.'Er is in de hele wereld behoefte aan kinderpsychologen, dus ook in Jamaica. Er zijn gezinnen met veel problemen en er is niemand om ze te helpen.'

Fraser (25) weet waarover ze spreekt. Ze groeide op in een van de slechtste wijken van Kingston, Waterhouse. Met haar jonge moeder - een straatverkoopster - en twee broers leefde ze in één kamer, ze sliepen in één bed. Vaak was er slechts één maaltijd per dag, soms was er alleen pap. Het toilet was buiten, net als het drugsgeweld.

'Meestal ging het om een gangsteroorlog, onschuldige mensen werden niet vaak de dupe. Ik was eraan gewend. Soms hoorde je een knal of een waarschuwing. Dan kroop je onder het bed en je bleef binnen. Soms konden we een dag niet naar school vanwege het geweld. Het was normaal voor ons.'

Ze kopieerde de gangsters in straatspelletjes. Ze speelde graag met jongens. Ze maakten van klei geweren en lieten ze in de tropische zon uitdrogen totdat ze hard waren. 'We speelden onze eigen oorlogen.' De hagedissen in de buurt hadden het zwaar verduren. 'We doodden ze met stokken. Of we bliezen ze op.'

Ze ging naar een meisjesschool, maar zocht altijd de jongens op. Ook in de atletiek. Ze testte zichzelf tegen hen. Niet dat ze atletiek erg serieus nam of dat ze de sport zag als een manier om te ontkomen aan de armoede. 'Natuurlijk vond ik het leuk, maar ik wilde als tiener ook plezier maken. Ik heb op de middelbare school nooit erg mijn best gedaan in de atletiek. Ik trainde nauwelijks.'

Fraser was de snelste van haar middelbare school, maar gold niet als een groot talent. Ze werd niet afgevaardigd naar mondiale jeugdtoernooien en blonk niet uit bij de Boys & Girls Championships, het belangrijke scholierenkampioenschap van Jamaica. Toch viel ze Stephen Francis op, de coach van topsprinter Asafa Powell. Hij vroeg haar in 2006 bij zijn trainingsgroep.

Onder Francis perfectioneerde ze haar bliksemstart en werkte ze hard aan het verbeteren van haar uithoudingsvermogen, zodat ze haar voorsprong steeds beter wist vast te houden. Dat lukte voor het eerst echt in 2008, toen ze zich plaatste voor de Spelen. Ze hield topsprintster Veronica Campbell-Brown, de olympisch kampioene op de 200 meter, buiten de olympische ploeg.

In Peking hield niemand rekening met haar. In 10,78 seconden won ze de medaille die haar beroemde landgenote Merlene Ottey tevergeefs najoeg bij vijf Olympische Spelen. Ze was op de 100 meter de eerste olympisch kampioene uit Jamaica, als 21-jarige debutante. Ze knapte haast van blijdschap. 'Het gaf me het gevoel dat alles mogelijk was, als je maar de discipline kunt opbrengen om het goed te doen.'

Fraser heeft er vrede mee dat de olympische titel haar niet zo rijk of beroemd heeft gemaakt als Usain Bolt. Ze omschrijft zichzelf als verlegen. Het liefst zou ze rennen, winnen, een tijdje uitbundig lachen en dan snel verdwijnen in de catacomben.

Tegelijkertijd snapt ze dat ze op Jamaica haar faam kan benutten. Ze wil hoop bieden aan kinderen die opgroeien in uitzichtloze situaties. Er zijn enorme problemen op het eiland, meent ze. Veel ouders zijn te arm om hun kinderen adequaat te kunnen voeden, laat staan om ze op te voeden of te stimuleren. Gezinnen zijn groot, de huizen klein.

'Ik ben blij met mijn achtergrond, die heeft me gevormd. Wie zegt dat ik een olympisch kampioen zou zijn geworden als ik in een chique buurt was opgegroeid? Je wordt geboren in een situatie en die situatie helpt je te worden wie je bent. Maar je moet er hard voor werken en geloven in je mogelijkheden.'

Ze heeft een beduimeld schrift dat ze overal mee naartoe neemt. Tussen de trainingsopdrachten staan korte kreten waaraan ze hoop ontleent. Ze bladert en leest voor. 'De missie is begonnen', 'Geloof in het onmogelijke omdat niemand anders dat doet', 'Herken de winnaar in jezelf.'

Ziet ze zichzelf in Londen opnieuw als winnaar als vanaf vrijdag de 100 meter op het programma staat? Fraser probeert er niet aan te denken. Ze zou het liefst aan de Spelen beginnen als een atlete zonder geschiedenis, net als vier jaar terug.

Ze lacht: 'Ik train vol overgave en toewijding, maar je moet niet verstrikt raken in je ambities. Je krijgt elke dag de kans om te lachen, om vrienden te zien en plezier te maken. Ik hou van atletiek, maar ik ben er niet door geobsedeerd. Daarvoor is het leven te mooi.'

undefined

Meer over