Column

'Niet verlichte autocraat Poetin past het aureool van vredesapostel niet'

'Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat Poetins diplomatieke succes hem een duurzame verhoging van zijn politieke krediet oplevert', schrijft columnist Paul Brill.

President van Rusland Vladimir Poetin. Beeld anp
President van Rusland Vladimir Poetin.Beeld anp

Er zitten dezer dagen weer veel meesterstrategen op de tribune van de internationale arena. Hun meewarigheid is niet mals: in de Syrië-crisis is een schipperende president Obama het initiatief uit handen geslagen en is hem alleen dankzij Moskou een openlijke politieke nederlaag bespaard gebleven. De Russen zijn behendig ingesprongen op wat minister Kerry zich al dan niet bewust liet ontvallen op een persconferentie, namelijk dat een militaire operatie tegen het bewind van president Assad alleen nog kon worden voorkomen als het Syrische arsenaal van chemische wapens stante pede onder internationaal toezicht zou worden geplaatst.

Mooi is het plaatje inderdaad niet. Een vroegere presentator van een praatprogramma op de Amerikaanse televisie had de gewoonte om, als een van zijn gasten op niet al te coherente wijze een hem welgevallige stelling verkondigde, te zeggen: You stumbled into the truth, je tuimelde per ongeluk in de waarheid. Dat geldt in zekere zin ook voor de Syrië-politiek van de regering-Obama: met meer geluk dan wijsheid is men uitgekomen bij een diplomatieke route, die in elk geval de broodnodige tijdwinst oplevert. Maar het pad is uiterst glibberig en het lastige parket waarin de Amerikanen zich bevinden, laat zich moeilijk verhullen.

Regie behouden
Curieus genoeg heeft van degenen die nu ach en wee roepen over het gebrek aan doortastend leiderschap in het Witte Huis, menigeen twee weken geleden met een zelfde opgestoken vinger verkondigd dat een Amerikaanse militaire operatie tegen Damascus ten ene male uit den boze was als er geen waterdicht VN-mandaat aan ten grondslag lag, dat op zijn beurt weer moest stoelen op onomstotelijk bewijs dat Assad en de zijnen willens en wetens gifgas hebben ingezet. Laat ik het vriendelijk zeggen: hier is sprake van enige inconsistentie. Er is maar één manier waarop de regering-Obama gegarandeerd de regie had kunnen behouden, namelijk door onmiddellijk in actie te komen zodra ze er zelf van overtuigd was dat het Syrische regime de vermaarde rode lijn grootscheeps had overschreden.

Niet alleen vanuit strategisch, maar vanuit moreel oogpunt was dat goed te verdedigen geweest, maar het is ook wel weer begrijpelijk waarom het niet is gebeurd. Nog los van Obama's ongemak met de rol van opperbevelhebber en zijn neiging om elk belangrijk besluit minstens drie keer tegen het licht te houden, zijn er reële risico's verbonden aan een militaire interventie en wordt de animo daartoe verder ingetoomd door de twijfels over wat we mogen verwachten van het Syrische verzet. Bovenal was er het schreeuwende gebrek aan politiek draagvlak. Als willige coalitiegenoten dienden zich alleen de Fransen en de Turken aan. Premier Cameron beet in het zand en Berlijn verkoos eens te meer de afzijdigheid. In eigen land moest Obama opboksen tegen een combinatie van oorlogsmoeheid en neo-isolationisme, die een vreemdsoortige maar effectieve coalitie van rechtse Republikeinen en linkse Democraten produceerde.

Poetins sleutelpositie
Dat president Poetin zich nu mag verheugen in een sleutelpositie, is maar zeer ten dele zijn eigen verdienste of het gevolg van het gebrek aan tactische listigheid bij de Amerikanen. Want ook als Obama zijn rode lijn schielijk had uitgegomd en meteen exclusief had ingezet op een diplomatieke aanpak, was Poetin verzekerd geweest van een ereplaats. Als het gaat om Syrië (en nog een paar netelige kwesties), betekent diplomatiek overleg automatisch een hoofdrol voor de Russen. En zo soeverein kunnen ze nu ook weer niet opereren, want de regering-Obama heeft gelijk met de constatering dat het aanbod tot eliminatie van Assads chemische wapens er niet was gekomen zonder de dreiging van Amerikaans militair optreden. Die dreiging moet dan ook geloofwaardig blijven, wil het diplomatieke proces niet binnen de kortste keren verzanden in hopeloze touwtrekkerij.

Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat Poetins diplomatieke succes hem een duurzame verhoging van zijn politieke krediet oplevert. Er zijn allicht wat verwarde geesten die hem als een soort held omarmen, hetzij vanwege diepe haat jegens de VS of Obama als persoon, hetzij vanuit een schematische visie op het Midden-Oosten. Maar een niet eens verlichte autocraat, tevens hofleverancier van het massamoordenaarsregime in Syrië, past het aureool van vredesapostel niet. Daarvoor is een en ander ook te doorzichtig. Dezelfde Poetin die deze week in een opiniestuk in The New York Times waarschuwde voor de geweldsspiraal die het gevolg kan zijn van een militaire interventie, schreef in 1999 een artikel voor dezelfde krant waarin hij betoogde hoe zeer een Russisch militair optreden in Tsjetsjenië geboden was en dat we er volledig op mochten vertrouwen dat de Russische commandanten gewone burgers zouden ontzien. Titel van het stuk: Why We Must Act, waarom we moeten handelen.

Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant.

Meer over