NIET TE GELOVEN I

N het debat in de Tweede Kamer naar aanleiding van haar geruchtmakende interview in NRC Handelsblad zei minister Borst in alle ernst dat ze zich niet bewust was dat de Nederlandse uitdrukking 'Het is volbracht' een religieuze betekenis heeft....

Dat is werkelijk niet te geloven. Dat ze deze uitdrukking, nota bene in de week voor Pasen, had gebezigd voor het feit dat ze de bij christenen omstreden euthanasiewet door de Eerste Kamer had geloodst, was al een beledigende blunder. Dat ze beweert dat ze de betekenis ervan niet kende, is een ongeloofwaardige uitvlucht.

Heeft ze in haar eerbiedwaardige leven nimmer naar een uitvoering van de Johannes Passie geluisterd? Is ze nooit in Nederland op school geweest? Heeft ze nooit romans of verhalen gelezen? Elke omgang met de Nederlandse taal maakt duidelijk hoezeer ons land een christelijke cultuur heeft. Je hoeft helemaal niet te geloven om talloze uitdrukkingen aangeleerd te krijgen, die direct uit de Bijbel stammen. Je kan die uitdrukkingen alleen adequaat gebruiken, als je de oorspronkelijke betekenissen en de latere, vaak ironische bijbetekenissen kent. Juist door de gewraakte uitdrukking op dat bepaalde moment te gebruiken, bewees ze dat ze perfect op de hoogte was van alle connotaties.

In plaats van haar op een kansloze motie van wantrouwen te tracteren, hadden de christelijke partijen aan deze krachtigste vertegenwoordiger van de moderne paarse levensopvatting, haar tijdens het Kamerdebat beter op speelse wijze een boek kunnen geven: Bijbels Lexicon, woorden en uitdrukkingen uit de Bijbel in het Nederlands van nu, samengesteld door Karina van Dalen-Oskam en Marijke Mooijaart, beide werkzaam op het Instituut voor Nederlandse Lexicologie.

Dit vorig jaar verschenen werk is het levende bewijs hoe gelovigen en niet-gelovigen elkaar in een moderne, atheïstisch geworden cultuur nog kunnen blijven begrijpen dankzij de vele bijbelse gezegden. Niet voor niets moeten studenten in de Engelse taal- en letterkunde grondig de Bijbel in het Engels bestuderen, anders begrijpen ze geen tittel of iota van moderne Engelse auteurs (idem voor Frans, Duits, Spaans etc.).

Het Bijbels Lexicon geeft op bladzijde 377 de vindplaats (Johannes 19:30) en de oorspronkelijke betekenis van de nu gewraakte uitdrukking 'het is volbracht': dat wat voorspeld is, is vervuld. De alledaags geworden, verwaterde betekenissen worden eveneens met voorbeelden genoemd: 'De 76ste Nijmeegse Vierdaagse is ten einde, het is volbracht'.

Het lexicon is een uitvoerige en prachtige verzameling van verwachte en onverwachte zegswijzen. De lijdensweg die Borst nu moet gaan is een te gemakkelijke verwijzing, maar het minder bekende muggenziften, mussen die van het dak vallen, een lust voor het oog zijn en de befaamde hoogmoed die voor de val komt, komen allemaal uit dezelfde bron.

Wat valt te leren uit de blunder van Borst? Moeten ze het haar vergeven, 'want ze wist niet wat ze deed'? Of gaat er onder dit ogenschijnlijk onbelangrijk voorval een dieper cultureel misverstand schuil tussen de gelovige en ongelovige leden van onze samenleving? Is de taal nog gans het volk? Zegt het voorval iets over de rol van de taal in de sociale cohesie van een samenleving? Moeten we het zelfbeeld van onze tolerantie bijstellen? Ik vind van wel.

Een gemeenschappelijke taal met al haar oude zegswijzen en ingesleten voorstellingen verschaft enerzijds de gemeenschappelijke grond voor samen leven, samen handelen en wandelen, ook bij grote wereldbeschouwelijke verschillen. Anderzijds treden er aan de lopende band en onvermijdelijk grote emotionele interpretatieverschillen op over diezelfde uitdrukkingen. Sociale cohesie is niet identiek aan consensus. Men begrijpt elkaar en tegelijk begrijpt men elkaar niet, door de listen van de taal.

Zo is het ook met wetten, die eveneens in taal gebeiteld moeten worden en dus voor soortgelijke misverstanden zorgen. Ik vind dit de beste rechtvaardiging van het belang van een democratie. Juist omdat verschillende groepen iets met elkaar gemeenschappelijk hebben en tegelijkertijd het nooit met elkaar eens zullen zijn, moet een systeem ontworpen worden van checks and balances, van spel en tegenspel, woord en wederwoord, van competitie en coöperatie.

De culturele voorwaarde voor zo'n subtiel evenwicht tussen onverenigbare karakters en wereldbeschouwingen is dat men door en door geoefend is in het respecteren van elkaars opvattingen en wereldbeschouwingen. Minister Borst en kardinaal Simonis geven er beide herhaaldelijk blijk van dit vak niet onder de knie te hebben.

Tegenover de ijzig rationalistische mensopvatting van politiek Paars, waarin alle vragen van leven en dood in vaste regels en 'strikte voorwaarden' worden vastgelegd, staan onwrikbaar de vele irrationele opvattingen van het bisschoppelijke paars. Het is moeilijk te geloven dat ze beide nog voor een bergrede vatbaar kunnen zijn.

Meer over