'Niet-sprinters in schaatspeloton rijden voor spek en bonen mee'

W at er vandaag ook gebeurt op de Belterwiede, een derde nationale titel haalt het voor Arnold Stam toch niet bij de eerste titel. De dag voorafgaand aan zijn eerste NK op natuurijs bij de masters was er een om niet snel te vergeten. 'Alles kwam toen samen', zegt de 42-jarige Brabander. Op 7 januari 2009 kwam er een einde aan een lange periode van onzekerheid. Zijn zoon Michael was na een jarenlange chemokuur door de artsen genezen verklaard van leukemie.


Het bleek niet het enige goede nieuws dat Stam daags voor het NK op de Oostvaardersplassen te horen kreeg. Zijn vrouw was vergeten het abonnement op de loterij op te zeggen, waardoor er na aftrek van 29 procent belasting door de Lotto 234 duizend euro op de gezinsrekening werd bijgeschreven. Stam: 'Ik denk dat niemand ons dat die dag heeft misgund.'


Toch leek het hem verstandig niet met het gewonnen geld te koop te lopen. De klanten van het aanhangwagenbedrijf dat hij overnam van zijn vader zouden het kunnen opvatten als een reden om flink op de prijzen af te dingen. 'Bovendien zit het niet in onze aard om met geld te gooien. We hebben wat kleine dingetjes aan het huis gedaan en rijden een iets grotere auto. Voor de rest staat het geld op de bank. En ik ben gewoon blijven werken.'


Bovendien: wat is geld waard als je net te horen hebt gekregen dat je zoon genezen is verklaard? Inmiddels heeft Michael zich ontwikkeld tot een fanatiek jeugdrenner en gaat hij moeiteloos mee in de sportbeleving van het gezin.


Stams oudste zoon Danny mist volgens hem nog het uithoudingsvermogen waarmee zijn vader zich onderscheidde, maar hij begon dan ook pas laat met schaatsen. De jongste van het gezin, Remco, is ook al lid van de schaatsclub. Het zal ze nog zwaar vallen om in de voetsporen van hun vader te treden. Vijftien jaar lang behoorde Stam tot de gezichtsbepalende rijders van het A-peloton. Meer nog dan zijn achttien overwinningen beklijven de talloze keren dat hij het peloton op een ronde achterstand reed, iets dat zijn rijstijl bij de veteranen nog steeds kenmerkt.


Zes marathons won hij dit seizoen al in de Regiocompetitie Zuid. En hoewel hij de eerste is om toe te geven dat de veteranen altijd in de schaduw van de elite zullen staan, heeft hij er baat bij om zijn eerste plaats in het combinatieklassement van masters en C-rijders te behouden. De eerste twee plaatsen geven immers recht op een startbewijs in de Elfstedentocht, als die er dit seizoen komt.


Te midden van de wedstrijdrijders krijgt Stam dan de kans zich nog eens te bewijzen in het A-peloton, al heeft hij niet de illusie dat hij het tempo van de rijders kan bijbenen. 'Maar ik train nog zeven keer per week en ben voor mijn leeftijd topfit', zegt hij.


Moest hij bij het NK in 2009 nog twee anderen uit de kopgroep van zich afschudden, vorig jaar declasseerde hij het peloton door er in zwaar weer op het Zuidlaardermeer solo vandoor te gaan. 'Het is heerlijk om af en toe de gaskraan flink open te draaien.'


Het was dan ook niet zijn leeftijd die hem na het seizoen 2004/2005 deed besluiten afscheid te nemen van het marathonschaatsen op het hoogste niveau. Hij had Piet Kleine, in 2000 op 49-jarige leeftijd gestopt als A-rijder, best achterna gekund. Maar elke zaterdagavond weer die gang naar de kunstijsbaan, Stam kon het niet meer opbrengen.


Een zwabbervoet, opgelopen doordat hij jaren zijn lichaam zwaar op de proef had gesteld, hinderde hem bij het nemen van de bochten. En om zich heen zag hij dat de sport steeds verder van hem af kwam te staan. 'Ik had mijn vader beloofd na zijn dood nog te blijven rijden, ook voor de naamsbekendheid van ons bedrijf. Maar na twee jaar werd Michael ziek en viel de sport niet meer met mijn leven te combineren.'


Als jurylid van de Dick van Gangelen Trofee blijft hij zich verbazen over de apathie in het peloton. Sprintersploegen als BAM bepalen het wedstrijdverloop. 'Als iemand al eens wegspringt uit het peloton, is dat met de gratie van de ploegleiders. Maar meestal gebeurt er niks. Want met de stalorders van tegenwoordig mag niemand meer weg.'Vergelijk dat eens met de jaren die de oud-winnaar van de alternatieve Elfstedentocht meemaakte. 'Dacht je dat wij altijd rekening hielden met onze ploegmakkers? Wij gingen voor eigen kans als dat kon. Marathonschaatsen doe je toch ook voor jezelf? Maar bijna elke wedstrijd wordt tegenwoordig een massasprint. De niet-sprinters rijden voor spek en bonen mee.'


Daar komt bij dat de sport nog steeds de prijs betaalt voor het experiment met SBS6. In het belang van de live-uitzendingen werden de wedstrijden verschoven van de zaterdagavond naar de zaterdagmiddag om te eindigen op de zondagmiddag. Toen de zender zich terugtrok en de traditie werd hersteld, was het leed al geschied.


Stam: 'Ik zie het bij ons op het dorp terug. De boeren kwamen na het koeien melken altijd even naar de ijsbaan, als wij zaterdagavond in de buurt reden. Er zijn ook veel minder rijders die het publiek kan herkennen. Ik snap ook wel dat je een grapjas als Erik Hulzebosch niet zomaar weer vindt. En een jongen als Jorrit Bergsma (regerend kampioen op natuurijs, red.) kan best een begrip worden. Maar voorlopig heeft niemand het voortouw genomen om zich van de rest te onderscheiden.'


Meer over