Niet meer dan rondlopen bij Luteijn

Dans..

Ongehoord, hoe ongegeneerd luidruchtig in sommige theaters dekoffiekopjes worden afgeruimd, de longen uit de lijven worden gehoest ende mobiele telefoons keer op keer blijven rinkelen. Het kwam deconcentratie bij White Dreams, het kerstprogramma van Introdans, niet tengoede.

Nu was het ook geen avond dans die je rechtop in je stoel deed zitten.De eerste twee stukken, allebei reprises, waren overwegend ingetogen vanaard - een niet echt handige programmeringsvolgorde. En de wereldpremièredie volgde na het sobere, meditatieve lijnenspel tussen witte banieren vanLin Hwai-min (White uit 1997) en de vloeiende, mooi lyrisch gedanstebewegingsstroom in golvende witte jurken van Ed Wubbe (White Streams uit1986), bleek een kat in de zak.

Het stuk heet Geen Zwanen Meer en begint zodra de slotakkoorden van hetechte Zwanenmeer weggestorven zijn. Choreograaf Adriaan Luteijn, voormaligdanser van Introdans, mag dan wel geïnspireerd zijn door het romantischeballetrepertoire, wat hij met die inspiratie doet, haalt het niet bij deklassieker van Petipa, Ivanov en Tsjaikovski.

Nu hoeft een beginnend choreograaf ook geen meesterwerk af te leveren.Luteijn echter mist de belofte van een choreografisch talent. Ideeën heefthij wel. Maar daarmee heb je nog geen boeiende dans.

Geen Zwanen Meer begint hoopvol. De prins uit het verhaal, hier gedanstdoor Stein Fluijt, wordt geconfronteerd met een rij huwelijkskandidaten,gezeten achter een tafel. Mooie zoete popjes, maar zonder kraak of smaakomdat ze er exact hetzelfde uitzien en exact hetzelfde doen. Uniform alshet leger zwanen in Het Zwanenmeer. Wat dan aantrekt, is de tegenpool, hierde dame in het zwart (Femke Feddema), die via een filmscherm haar entreemaakt.

Dat liefde niet alleen maar goed is (zoals de witte zwaan Odette) offout (zoals de zwarte zwaan Odile), dat was Luteijns uitgangspunt. Iedermens verenigt lichte en donkere kanten, en in de liefde moet je daar nietvoor weglopen. Dat meerkleurige, die flexibiliteit, daarover lijkt hetmiddelste deel te gaan. Hierin laten dansers hun lichaam zachtjes veren inbanieren die kruislings over het toneel gespannen zijn en looptuiteindelijk de hele groep in gevlekte pakken rond. Helaas is het ook nietmeer dan rondlopen - in zeer voorspelbare patronen, met hier en daar eenmislukte poging tot etherisch zweven, op een nare, grove electronischecompositie van Theo Sieben.

En dan danst Hij natuurlijk met Haar, de tegenpool. Dat gaat goed, datziet iedereen. In hun duet zit uitdaging en strijd, maar ook gelijkheid entederheid. Waarom zij dan ook nog haar zwarte pakje uit moet trekken, zodateen bodysuit in hetzelfde blauw als dat van hem zichtbaar wordt, isonbegrijpelijk dubbelop en banaal.

Mirjam van der Linden

Meer over