Niet kapot te krijgen

Op vele momenten had het afgelopen kunnen zijn met Pearl Jam, maar de grunge-band uit Seattle ging steeds gewoon door....

Door Menno Pot

Het is even wennen: Eddie Vedder met kort, haast gemillimeterd haar. Weg zijn de lange, krullende manen, meer dan tien jaar lang een van de handelsmerken van de Pearl Jam-zanger. Als je er een opmerking over maakt, wrijft hij blozend met de vlakke hand over zijn hoofd, zijn gezicht vertrokken in een ongemakkelijke grimas. 'Yeeaah', mompelt hij, zacht en langgerekt, 'I know. . .'

Twaalf jaar bestaan ze nu, Pearl Jam. Twaalf jaar! Zo lang geleden alweer - de lange haren, versleten, gescheurde spijkerbroeken, flanellen houthakkershemden en van kleur verschoten T-shirts met opdruk. De tijd van afgetrapte legerkisten en versleten Doc Martens met lange veters, die je een paar slagen om de schoen moest wikkelen voor je ze vastmaakte.

Grunge. Pearl Jam overleefde.

De huidige formatie verschilt maar op één plaats van de allereerste, uit 1990. Drummer Matt Cameron (ex-Skin Yard en -Soundgarden) is er pas sinds april 1998. Hij draagt zijn pasgeboren dochtertje in een draagmand.

Verder zijn ze er allemaal nog: bassist Jeff Ament (39 jaar), die vroeger altijd wijde hoeden, mutsen en petten droeg. 'Geintje', zegt hij zelf, maar het werd zelfs even mode op de Parijse en New Yorkse catwalks.

Mike McCready (36), sologitarist. Vroeger mager, later pafferig door drank en medicijnen. Nu iets er tussenin.

Gitarist Stone Gossard, met rozig zonnebrilletje, rondkuierend op blote voeten. Hij praat het meest (en het hardst) en lijkt de gangmaker in de groep kalme, bescheiden eind-dertigers.

En Vedder dus. 37 Jaar inmiddels en onopvallend rondschuifelend door de loods op een oud bedrijventerrein in Seattle, die fungeert als oefenruimte, opslagplaats en hoofdkwartier - op een steenworp van de gezichtsbepalende Space Needle.

Relikwieën aan muren en plafond vertellen het verhaal. Met punaises zijn foto's opgeprikt, sommige verbleekt en omgekruld. Tournee- en studiokiekjes, ook van Pearl Jam-voorlopers als Green River en Mother Love Bone, toen Eddie Vedder nog een surf kid op het strand van Zuid-Californië was. Er hangen backstage-pasjes, oude posters en concertkaartjes. En: de grote blokletters van piepschuim die werden gebruikt voor de hoesfoto's van Ten.

Verschillende malen was het bijna afgelopen geweest. Pearl Jam had al na anderhalf jaar kunnen imploderen, toen de Seattle-hype zijn kookpunt bereikte en het enthousiasme van de fans grensde aan tienerhysterie. Of in de tweede helft van de jaren negentig, toen de onderlinge sfeer te snijden was en er maar geen goede plaat meer wilde komen. Of in de zomer van 2000, toen tijdens het Deense Roskilde-festival negen fans de dood vonden in het gedrang voor het podium. Het jongensboek viel met een klap dicht, voor zover dat nog niet was gebeurd bij de dood van Andrew Wood van Mother Love Bone (1990) en Kurt Cobain van Nirvana (1994). Dit jaar volgde Layne Staley van Alice In Chains.

'Het had mij ook kunnen gebeuren', zegt Vedder, net als Cobain afkomstig uit een verscheurd gezin. 'Maar ik had nooit een pistool tegen mijn hoofd gezet. Ik zou zijn vertrokken naar een onbewoond eiland. Ik wil sterven door een surfongeluk.'

Waarom ging Pearl Jam door? Omdat het zo moest zijn. Enkele uren na 'Roskilde' belde Pete Townshend op, die in 1981 met The Who een nog grotere ramp meemaakte: vijftien fans werden doodgedrukt. Vedder: 'Hij wist dat we onszelf de vraag stelden: waarom wij? Waar verdienen we dit aan? Hij zei: misschien overkomt het jullie, omdat jullie het aankunnen. Dat was een enorme stimulans om daar te blijven en door te gaan. En niet weg te lopen voor lastige vragen.'

Maar toch: waar Nirvana, Soundgarden, Alice In Chains en de Screaming Trees verdwenen, verschijnt van Pearl Jam op 12 november studioplaat nummer zeven, die de strijdbare titel Riot Act draagt. De eerste single I Am Mine is al uit.

'We're like goddamn' weeds', grijnst Vedder. Niet kapot te krijgen. 'We wisten onbewust dat we tien jaar lang platen konden blijven maken, steeds meer op onze eigen manier. Als we maar zuinig genoeg zouden zijn op wat we hadden.'

Da's heel andere taal dan op 6 november 2000, vier maanden na 'Roskilde', toen Pearl Jam de noodlottige Binaural Tour afsloot met een thuiswedstrijd in Seattle. Uitgerekend de strijdbare, optimistische gitarist Stone Gossard had het gevoel gehad dat ze niet verder konden gaan. De anderen overtuigden hem. Maar in Seattle, na ruim een half uur, was er ineens de door velen verwachte aankondiging van Vedder: 'Seattle, dit was het dan. Nog één show. We spelen nooit meer.'

De volgende ochtend brachten ze hun spullen terug naar de opslagruimte. En daar stonden ze dan. Vedder: 'Voor het eerst had niemand plannen. Ik zei: ''De mazzel, we zien elkaar wel weer.'' Zo gaan bands dus uit elkaar, dacht ik. Het voelde of we met pensioen waren gegaan.'

Nu lopen ze toch weer tussen gitaren, drumstellen, zangmicrofoons en luidsprekers. 'Our crap', zegt Gossard liefkozend. Ook weer zin om op tournee te gaan? 'Yep', zegt de gitarist. 'Enorm.'

Vedder: 'Ik bekijk het tegenwoordig per dag. Elke ochtend als ik mijn sokken aantrek, stel ik mezelf de vraag: wil ik nog in deze band zitten? Ja. En op het moment dat ik dat besluit neem, heb ik een verantwoordelijkheid, een commitment, richting de anderen.'

Zo is Pearl Jam een wandelende paradox geworden: er is te veel narigheid geweest om nog te geloven in een jongensachtig rock-'n'-rollsprookje. Bovendien verschrompelden de albumverkopen en eindigde een slepend juridisch gevecht tegen concertorganisator en kaartjesverkoper Ticketmaster in frustratie en een financieel drama.

Maar Pearl Jam oogt en klinkt de laatste jaren meer dan ooit ontspannen en in balans. Het hervonden elan leverde zelfs een onverwacht goed album op: Binaural (2000), gevolgd door een wereldtournee waarvan alle 72 optredens in eigen beheer als dubbel-cd verschenen. De dramatische, groot gebarende rockband is, heel stiekem, al jaren een veelzijdige, dynamische gitaargroep. Een van de beste live-rockbands bovendien, die niet 'blaast', maar het klein weet te houden. Pas op Binaural resulteerde dat ook in een album dat bleef boeien.

Ze weten het zelf ook wel: aan Pearl Jam-platen mankeert altijd wel wat. Ze hebben iets onafs en meestal kun je een scherpe grens trekken tussen de sterke songs en de opvullertjes. Ament: 'Ten klonk te glad en opgeblazen. Destijds was het al geen goede verklanking van wie we waren, laat staan nu. Ik heb ruwe versies van de plaat die geweldig klinken. We hebben moeite met het maken van het twelve song statement dat de platenindustrie van artiesten eist: een album dat helemaal deugt.'

Maar betere tijden zijn in zicht. Het nieuwe Riot Act lijdt weer aan het bekende euvel, maar is tevens het laatste album dat de band aan platenlabel Sony Music verplicht is. Daarna wacht contractuele vrijheid, onafhankelijkheid en - in de woorden van Ament - een bigger piece of the pie ('Als we voortaan vijf goede songs hebben, brengen we gewoon vijf songs uit, makkelijk zat'). Vedder: 'Internet? Om te bestellen, ja. Maar we blijven tastbare platen maken. Met extra mooie verpakkingen. Vinden we leuk.'

Het lijkt nabij: het eigen paradijsje, waar alles weer is als vroeger.

Vedder: 'Toen we begonnen, hoopte ik maar twee dingen. Dat we veertigduizend platen zouden verkopen, zodat we van Sony een tweede mochten maken. En dat ik de twaalfsnarige Rickenbacker-gitaar kon kopen die ik al een tijdje wilde. Die kostte 700 dollar, tweedehands. Ik werkte als ober in een restaurantje. Mijn ambities waren heel klein. Als je dat vasthoudt en veel tijd voor jezelf neemt, blijft dit een geweldig beroep.'

Van eerdere verkramping of totale radiostiltes is inmiddels geen sprake meer: Pearl Jam is uit zijn bunker gekropen. Journalisten zijn weer welkom, zij het in beperkte aantallen. En alleen thuis, in Seattle.

De nieuwe openheid lijkt deels te danken aan Vedders activiteiten voor Ralph Nader, de 'groene' presidentskandidaat voor wie hij in 2000 actief campagne voerde. 'Dat was de eerste keer dat ik publiekelijk voor de goede zaak vocht', zegt hij. 'Het heeft me enorm geïnspireerd. Vroeger vond ik praten vreselijk, vooral over mezelf en mijn liedjes. Door de interviews die ik namens Nader deed, voel ik me hier' - hij wijst op het cassetterecordertje op tafel - 'niet meer onprettig bij.'

Vedder hoort tot de categorie van de muzikale activisten, zoals Steve Earle en Bono. Eerder vocht hij op de achtergrond: vóór Pro Choice, de beweging die abortus in de VS gelegaliseerd wil krijgen. Tegen het monopolie van Ticketmaster. Vóór Tibet en de bedreigde groene boomkikker. Tégen globalisering, wapenbezit en de regering Bush.

Voor hem, naast een thermosfles koffie, staat het onafscheidelijke kleine typmachientje waarop hij zijn denkbeelden uittikt - of liever gezegd: zijn hele leven. Alles bewaart hij, compleet met polaroids van alle mensen die hij ontmoette. Pearl Jam-fans kennen de lappen tekst die hij op het typmachientje produceert: kleinste regelafstand, onaffe zinnen, veel komma's en puntjes. De typmachinelettertjes staan overal: in de cd-boekjes, op de website en in het fanclubblad Manual For Free Living, dat eerder een politiek pamflet is dan een rockzine.

Waarschuwing uit Vedders voorwoord in het meest recente nummer: 'Er wordt TE ALLEN TIJDE geprobeerd je iets te verkopen, al is het soms geen product, maar een idee, zoals: BLOEDVERGIETEN IS NODIG OM DE VRIJHEID TE BESCHERMEN.'

Met het militant getitelde Riot Act op komst, waarop een nummer staat dat Bush Leaguer heet ('He's not a leader/ he's a Texas leaguer'), plus een enkele verwijzing naar '9/11', krijgt hij nog meer politieke vragen dan normaal. Vedder: 'Vreemd, want het is er altijd geweest in mijn songs. In Half-Full, een nummer op de nieuwe plaat, grijp ik terug op de tekst van een oud nummer, namelijk Porch, een song over de kloof tussen arm en rijk. In Half-Full zeg ik eigenlijk: zie je wel, ik zei het toch? Ik word een ouwe drammer.'

Hij lacht. 'Het heeft zin wat deze band doet, zolang we ook maar iemand bereiken, of gewoon muziek maken die iemand mooi vindt. Zo simpel was het toen het begon, en we hebben altijd geweten dat het zo kon blijven. Dát is wat we probeerden te beschermen. And I think we fucking did it.'

Meer over