'Niet iedereen hoeft beroemd te worden'

De Engelenbak in Amsterdam heeft al 35 jaar elke dinsdag open podium. Tal van talent debuteerde met knikkende knieën in de Open Bak....

Bob Witman

Wat heeft u met de Open Bak?

‘Ik heb daar ontdekt dat het podium mijn thuis is. Ik heb er mijn vriendin ontmoet en mijn impresario. Ik heb er prachtige en waardeloze dingen gezien. Ik heb er achter de bar gestaan. Ik kan best goed bier tappen.’

Wat is de Open Bak?

‘Het is al 35 jaar een podium waar iedereen die denkt dat hij iets kan in een professionele theateromgeving zijn act kan opvoeren. Dansen, zingen, toneel, moppen vertellen. Vooral toen ik begon, in de jaren tachtig, was het dé plek voor cabarettalent om dingen uit te testen. Je staat een kwartier voor kritisch publiek. Als het niet klopt, wordt dat genadeloos afgestraft.’

Is het een auditie, als in Idols?

‘Nee! Geen Idols. Het is geen competitie. De Open Bak is bedoeld voor mensen die iets willen uitproberen. Soms is dat omdat ze een theatercarrière willen. Soms alleen maar omdat ze een leuke act hebben. Ik heb gillend van het lachen in de coulissen gelegen bij een cursus Fiets Repareren. Maar die man die dat deed, is tevreden met zijn baan in de Jellinekkliniek. Niet iedereen hoeft beroemd te worden. Al lijkt dat wel een soort ziekte als je Idols ziet.’

Stand-up comedians, die kunnen nu overal terecht?

‘Maar in de vroege jaren negentig bestond het woord nog niet eens. Hans Teeuwen is na zijn auto-ongeluk in de Open Bak voorzichtig begonnen met wat later Hard en Zielig werd, zijn grote doorbraak. Lenette van Dongen, Acda en de Munnik, Brigitte Kaandorp, ze hebben er allemaal gestaan.

‘Toen zaten er nog impresario’s in de zaal om talent te scouten. Dat is helaas niet meer zo. Er is veel ‘concurrentie’ gekomen. Wat ook wel weer een compliment is voor de Open Bak.’

Wat zong u die eerste keer?

‘Mijn toenmalige vriendin belde ’s middags vijf uur: Jij zingt om zeven uur vanavond in de Bak. Ik had podiumvrees, maar ik ging. Ik zong Moe herinner ik me: ‘O, was ik maar dood/ Wat een gedoe/ Elke dag weer leven/ Het maakt me zo/ Moe’.

Gezellig!

‘Ik was verrast hoe het publiek reageerde. Ze begrepen alles wat ik zong. Dat had ik niet verwacht. Er was nog nauwelijks een cultuur voor het Nederlandse margelied. Je had alleen wat hits, Stef Bos en Hans de Booij. Ik was bloedzenuwachtig, maar ik wist nog diezelfde avond: dit is wat ik moet doen.’

Wat leer je in de Open Bak?

‘Je leert de confrontatie met publiek. Als je voor het eerst het toneel oploopt, heb je iets voorbereid, voor de spiegel, alleen. Dan denk je, als ik dat zeg, gaan ze lachen. Zo werkt het niet. Theater, dat gebeurt op dat moment, dan moet het kloppen. Dat kun je alleen leren door te doen. Daarvoor is zo’n open podium onmisbaar.’

Wat was het stomste dat u ooit zag?

‘De man die dacht dat hij Toon Hermans was en zijn kunstgebit uitdeed. En achteraf, in de foyer, een entree maken alsof Conny Stuart binnenkwam. Die had het niet begrepen.’

Meer over