Niet geschikt voor lachebekjes

Hoe fijn Michael Haneke de personenregie ook tekent, een coup de théâtre heeft hij niet paraat.

Opera

Van Mozart. Regie: Michael Haneke. Dirigent: Ludovic Morlot

Brussel, De Munt, 26/5. Voorstellingen t/m 23/6

Vooraf luidde in Brussel vooral de vraag: hoe donker wordt de bril die Michael Haneke opzet voor zijn regie van Mozarts opera Cosi fan tutte. Dat de in roem gemarineerde filmmaker geen lachebekje is, zullen bioscoopbezoekers beamen. Het wrange levenseinde in de Oscarwinnaar Amour, of de knapen die in Funny Games een vakantiegezin terroriseren: na een Haneke verlaat niemand neuriënd de zaal.

Toch kon je dat in Brussel beleven, zij het alleen omdat Mozarts noten zich kranig hielden. Ze moesten een regisseur weerstaan die hardnekkige pogingen ondernam hen van de frivoolste glans te ontdoen en de vaart te stuiten. Haneke schaarde zich in het meest cynische Cosi fan tutte-kamp.

De kwestie is zo oud als het stuk zelf: bekijk je de funny games rond de zusjes Fiordiligi en Dorabella van de kluchtige kant? (Overspel, ai-ai, maar ja, zo zijn ze nu eenmaal, de vrouwtjes. Haha!) Of zit je je te verbijten bij de onbeschofte wijze waarop de meiden er door hun vrijers Ferrando en Guglielmo worden ingeluisd?

Haneke plaatste de geforceerde partnerruil in elk geval in een weergaloos decor. Mediterrane villa aan zee, net opgeknapt, een onaffe Watteau hangt aan de muur. Daar verwelkomt de oude vos Don Alfonso zijn gasten voor een housewarming; daar kiepert hij twee stelletjes in de reageerbuis van een liefdesexperiment waarvan hij de uitkomst allang kent.

Aan geld en lamlendigheid kent deze biotoop geen gebrek. Alcohol vormt de brandstof in dit drama, waar iedereen om de haverklap in het rijk gesorteerde drankmeubel duikt. De machinerie die de ellende voortstuwt, knutselt Haneke intussen handig in elkaar. Despina, bij Mozart en zijn librettist Da Ponte een kittige kamermeid, wordt door hem gepromoveerd tot Don Alfonso's neurotische vrouw. Samen vormen ze een uitgeblust echtpaar, dat hooguit nog lol beleeft aan wederzijds sarren en de omslachtiger varianten van seks ('dan was ik het kamermeisje').

Aan Hanekes tweede opera - in 2006 regisseerde hij Mozarts Don Giovanni - kunnen psychologische puzzelaars hun hart ophalen. Muziekgevoeligen zullen klagen dat de Oostenrijker op minstens vier manieren het bloed uit de noten zuigt. De spreekzang van het recitatief komt uit weke mondjes. Lauw klinkt ook het klavecimbel dat dit zingzeggen begeleidt. Het inlassen van een suizende stilte heeft effect, maar bij herhaling hapert algauw het vliegwiel van de partituur.

Ook aan de keuze van de solisten merk je dat Ludovic Morlot, de verse chef-dirigent van De Munt, zijn oren naar Haneke heeft laten hangen. Treffende vocale karakterisering legt het af tegen handige theatrale kneedbaarheid. Toch gloeit het duet waarin Guglielmo (bariton Andreas Wolf) en Dorabella (mezzosopraan Paola Gardina) elkaar vinden sensueel. En ook al is de komische kant van Despina ernstig gekortwiekt, sopraan Kerstin Avemo komt in haar witte pierrotpakje prima voor de dag. William Shimell, de bariton die ook opduikt in Amour, speelt een beschaafd-vileine Don Alfonso.

Maar hoe fijn Michael Haneke de personenregie ook tekent, een coup de théâtre heeft hij niet paraat. Aan het eind vormen de zes spelers een sjorrende ketting, die tijdens het slotakkoord uiteenspat. Iedereen in de war, iedereen slachtoffer - het is de standaardoplossing van het morele Cos¿-kamp.

undefined

Meer over