Niet enkel nerds in ruitjeshemd

Het hoge startsalaris kan een goede reden zijn om economie te gaan studeren. Niet voor Evelien Spitteler en Boudewijn Maten....

Tekst Jasper Karman

‘Ik wil accountant worden. Dan kom je al snel bij economie uit’, zegt Evelien Spitteler (19), op de vraag waarom ze economie is gaan studeren. ‘Ik was me al vanaf de derde klas aan het oriënteren, maar vanaf het laatste jaar wist ik het zeker. Ik wil bij een van de grote vier accountantsbureaus werken: Ernst & Young, Deloitte, KPMG of PriceWaterHouseCoopers.’

Boudewijn Maten (24) kijkt haar verbaasd aan. ‘Dat je dat toen al wist. Ik ben bijna afgestudeerd en weet nog steeds niet wat ik wil gaan doen.’ Hij weet ook niet meer precies waarom hij economie is gaan studeren. ‘Ik vond cijfertjes wel leuk, en ik was goed in economie. Toen ben ik dat maar gaan studeren.’

Maten is in 2002 begonnen en moet alleen nog zijn scriptie. Spitteler heeft het eerste jaar erop zitten en gaat zich nu specialiseren in accountancy & finance.

Beiden hebben geen spijt van hun keuze. Maten: ‘Het is een leuke, brede opleiding. Precies wat ik ervan had verwacht.’ Spitteler: ‘Ik vind het geweldig. Het is fijn om alleen vakken te doen die ik echt interessant vind. En het wordt alleen maar leuker. Dit jaar krijgen we les over jaarverslagen en gaan we leren boekhouden’, zegt ze stralend.

Niet iedereen is zo enthousiast. Na het eerste jaar haakt ongeveer de helft af, zo weet Spitteler te melden. ‘Maar dat hoort er een beetje bij. Veel studenten kiezen voor economie omdat ze niet weten wat ze willen. Die stoppen al snel, omdat het niet is wat ze hadden verwacht, en gaan dan communicatiewetenschap doen, of de toneelschool.’

Het komt ook door de zwaarte van de studie, denkt Maten. ‘Vooral mensen die niet goed zijn in wiskunde hebben het zwaar in het eerste jaar. Bijna eenderde van het programma bestaat uit wiskunde. Als je niet van cijfertjes houdt, dan heb je hier niets te zoeken.’

Toch zijn het niet alleen nerds met ruitjesoverhemden en rekenmachines die economie studeren, stelt Maten. ‘Het is echt een allegaartje. Naast echte boekhouders zijn er ook hippe types, die de richting marketing en reclame doen. Verder lopen er veel echte ondernemers rond, die na hun studie een bedrijf willen beginnen.’

Voor sommige studenten is het hoge startsalaris voor net afgestudeerde economen een reden om deze studie te kiezen, maar dat geldt niet voor Spitteler en Maten. ‘Het is mooi meegenomen, maar geld was bij mijn keuze geen drijfveer’, zegt Spitteler. ‘Ik vind het een leuke studie, ik zou het ook zijn gaan doen als het minder goed zou betalen.’

Maten vindt dat hoge salaris terecht: ‘Ik had ook vijf jaar geleden kunnen gaan werken, maar ik ben gaan studeren en heb veel tijd en geld geïnvesteerd. Het is niet meer dan redelijk dat je daarvoor later wat terugkrijgt.’

Daarover hoeven Maten en Spitteler zich geen zorgen te maken. De bedrijven staan in de rij voor getalenteerde accountants. Op de universiteiten wordt druk gerekruteerd, en bedrijven doen van alles om bij de studenten in de gunst te komen.

‘Ik heb me laatst lekker een dagje laten fêteren door zo’n kantoor’, vertelt Maten. ‘We hebben een uurtje gewerkt aan een project. Daarna gingen we op hun kosten lunchen in een hippe tent en mochten we in het casino gokken met hun geld. Het was maar 15 euro, maar toch.’

Ook Spitteler is een dagje in de watten gelegd. ‘Ik ben naar een zeiltoernooi voor studenten geweest. Er was eten, drinken en na afloop een groot feest, en alles werd door die bedrijven betaald. Ik denk niet dat het moeilijk is om bij een van die kantoren een baan te krijgen.’

Maar voordat ze gaat werken, wil Spitteler eerst alles uit haar studie halen. ‘Ik wil carrière maken. Een baantje in de marge is niets voor mij.’ Daarom doet ze van alles naast haar studie. Ze is actief voor de studievereniging en zit dit jaar in de Centrale Studentenraad.

Maten adviseert haar om ook tijdens haar studie alle geboden kansen te benutten. ‘Ik heb tijdens mijn studie parttime bij beleggersbank Alex gewerkt. Dat was een goede leerschool. En ik heb een half jaar in Barcelona gestudeerd. Daar heb ik vooral mezelf goed leren kennen; mijn sterke en zwakke punten. Dat was heel waardevol.’

Spitteler knikt instemmend. Zij wil ook een uitwisseling gaan doen. Eerst wil ze een minor gaan doen en goede cijfers halen. Haast heeft ze niet: ‘Ik wil niet voor mijn 25ste gaan werken. Dus ik kan nog zes jaar over mijn studie doen.’

Maten maakt zich geen zorgen over zijn toekomst. ‘Ik weet zeker dat ik een leuke baan kan krijgen. Het is de wet van vraag en aanbod. Er is erg veel vraag naar goed opgeleide accountants en financierspecialisten. En het aanbod is nog steeds beperkt.’

Meer over