Niet automoblist maar fietser moet punten krijgen

Bevordert het puntenrijbewijs de veiligheid op de weg of is het een oplossing voor problemen die er helemaal niet zijn?...

Deze week debatteert de Tweede Kamer over de invoering van een puntenrijbewijs. Veel andere Europese landen kennen al een systeem waarin autobestuurders strafpunten krijgen bij verkeersovertredingen. Wie het maximum heeft binnengehaald, krijgt straf: rijbewijs kwijt, opnieuw examen doen, eventueel een extra boete.

Het idee wordt op Forum Online, het discussieplatform van de Volkskrant op internet, met gemengde gevoelens onthaald.

Bas van de Sande ziet in het kabinetsplan een nieuwe poging 'om de aandacht af te leiden van bepaalde problemen'. Het nut van een puntenrijbewijs is niet bewezen, beweert hij, en bovendien 'moeten we accepteren dat er ongelukken gebeuren in een dichtbevolkt land met heel veel auto's op de weg.' Waarom zoveel tijd en aandacht voor een probleem dat in principe onoplosbaar is?

Hij bekent zich schuldig te hebben gemaakt aan drie van de vijf misdrijven waarvoor de chauffeur strafpunten krijgt: Van de Sande rijdt harder dan dertig wanneer de weg leeg is, kleeft bumper als een automobilist voor hem met honderd kilometer per uur een vrachtwagen inhaalt en niet meteen weer naar rechts gaat, en heeft ook wel eens een rood licht gemist omdat hij oranje niet meer haalde.

En Van de Sande vervolgt: 'Ben ik een gevaar op de weg? Nee, zeker niet. Nog nooit heb ik een ongeluk gehad en mijn rijgedrag is niet roekeloos.' En dus vindt hij het niet eerlijk dat hij zijn rijbewijs zou kwijtraken.

Wladimir van Kiel is het met Van de Sande eens. 'Het bumperkleven en agressief rijgedrag komen zo sporadisch voor dat dit probleem in de echte wereld niet bestaat en geen oplossing nodig heeft.'

Adam Zeeger neemt het tegenovergestelde standpunt in. 'In 2002 waren er ongeveer 1100 verkeersdoden, zeven miljoen snelheidsovertredingen, vele gewonden, blikschade en veel files.' Volgens hem volstaat een puntenrijbewijs niet om deze ellende terug te dringen.Zeeger pleit ervoor niet alleen een strafpunten-systeem in te voeren, maar ook een driejaarlijkse 'APK-keuring' voor de automobilist, die moet bewijzen dat hij zich kan gedragen.

Van Kiel is van mening dat het verstrekken van rijbewijzen heel goed geprivatiseerd kan worden. De verzekeringsmaatschappijen zouden daarin een grote rol kunnen spelen. Die hebben immers belang bij zo weinig mogelijk schade. 'Zij zullen het echt wel uit hun hoofd laten iemand te verzekeren die niet kan rijden.'

Chris Stemerdink wijst er fijntjes op dat de verzekeraars wel 'gek zullen zijn om zelf te gaan uitzoeken wie kan rijden en wie niet. Nu regelt de staat dat, heerlijk toch, en het kost de verzekeraars geen cent.'

Volgens Roos de Fraine wordt de mogelijke rol van verzekeraars overschat. Ze bepalen nu al de hoogte van de verzekeringspremie door uit te gaan van statistieken: jongere chauffeurs betalen meer. En wie net een ongeval heeft veroorzaakt, betaalt ook meer, omdat hij zijn bonus kwijt is. Met die werkwijze lopen de verzekeraars wel achter de feiten aan: ze zijn altijd een stap achter bij het bestaande risico.

En er is een principieel bezwaar: 'het is geen goed idee om de verzekeraars bij het toekennen van het rijbewijs zowel rechter als partij te laten zijn.' Niet de capaciteiten van de chauffeur geven de doorslag, maar de statistieken.

Jan van Nispen kiest een heel andere benadering. Voor hem zijn niet de automobilisten de grote boosdoeners in het verkeer, maar de fietsers. 'Die moeten een puntenrijbewijs krijgen', zegt hij.

Jaap Spaargaren herkent wel iets in Van Nispens redenering, maar is het niet met hem eens: 'Ik ben een fietser. Fietsers doen alles wat God verboden heeft en dan bij voorkeur tegen de rijrichting in. Maar per saldo richten ze als het fout gaat minder schade aan dan blunderende of domweg moorddadige automobilisten'.

Marc-Jan Trapman voorziet dat het puntenrijbewijs nog maar de eerste van een hele reeks maatregelen is die de komende jaren ingevoerd gaan worden om het verkeer veiliger te maken. Het gebruik van de weg wordt namelijk steeds gecompliceerder, en daarom moeten de eisen die aan automobilisten worden gesteld, ook steeds zwaarder worden. De economische waarde van een rijbewijs zal uiteindelijk net zo hoog worden als die van een vliegbrevet, voorspelt hij.

Meer over