'Niet alles draait om mij'

Rond het veertigste levensjaar komen ze vanzelf op: vragen en twijfels over ambities en oude idealen, werk, vriendschappen en de zorg om ouders....

Opvallende mannen waren het, die hij op het toneel en in films speelde. Maar ook mannen die zichzelf nauwelijks kennen en zich amper kunnen voorstellen dat ze ertoe doen. En die nooit bij de dag leven. Victor Löw: 'Precies zoals ikzelf. Altijd in een kramp, zonder grip op wie je bent. Altijd ook bezig problemen op te lossen die zich nog niet eens hebben aangediend. Nooit in staat om volstrekt open en onbevangen het veld te betreden.'

Nu wordt dat toch een beetje anders, mag hij hopen. Dankzij de rol van de kleine crimineel Randle McMurphy, eerder gespeeld door Jack Nicholson, die in One flew over the Cuckoo's Nest doet of hij gek is, zodat hij niet langer op de erwtenvelden hoeft te werken. In de gelijknamige toneelvoorstelling - première: maandag 6 februari in de Amsterdamse Stadsschouwburg - houdt hij in de psychiatrische inrichting patiënten een spiegel voor. 'Dit is de man die geen problemen heeft, die geen grote woedes kent of last heeft van opgekropte gevoelens. Hij steekt in een goed vel. Hij heeft kind noch kraai om aan te denken, is zorgeloos. Hij vraagt de andere patiënten wat er toch met ze aan de hand is en biedt ze vrolijke alternatieven voor de eindeloze gesprekssessies over kwetsuren. Randle is bevrijd in zijn hoofd, het hoogste wat je in dit leven kunt bereiken. Mij is het nog niet gelukt. Met enige jaloezie sla ik dit personage gade.'

En dat terwijl Löw toch de veertig is gepasseerd, en heus niet alles bij het oude blijft. 'Je kunt je instelling toch wel veranderen? Of anders op zijn minst de manier waarop je naar dingen kijkt.'

Jarenlang was dit het stramien: 'Uit angst om te falen of onaangenaam verrast of gekwetst te worden, kwam ik er amper aan toe om situaties simpelweg te ondergaan. En kon ik nauwelijks van mooie momenten genieten. Liever een beetje voorzichtig zijn, dacht ik steeds, omdat anders het geluk je definitief ontglipt.'

Eigen universum

Hij en zijn vrouw Mirjam de Rooij (42), met wie hij nu ruim dertien jaar samen is, die net als hij toneel speelt, en die hij al een paar keer regisseerde, waren er altijd erg goed in: 'Het problematiseren, alleen niet op dezelfde punten en op dezelfde momenten. Komt de een in oprechte ontspanning met een verhaal aan, ruikt de ander opeens toch een probleem waardoor de situatie plots van licht naar loodzwaar kantelt.'

De wenkbrauwen gaan omhoog, Löw lacht, haast verontschuldigend. Er is, zo rond zijn veertigste, toch iets veranderd. 'Het bewustzijn. Ik herken de patronen van emoties die het leven verzwaren; ik zie mezelf, duidelijker dan in de jaren daarvóór, in herhalingen vallen - al betekent dat allemaal nog niet dat ik erin slaag om het tij te keren. En wat ik ook veel beter begrijp: dat er, behalve mijn eigen leven, nog een hoop andere levens aan de gang zijn, van mensen die, net als ik, plannen verzinnen, pijn lijden, genieten, nieuwe wegen inslaan - en dat besef helpt je eigen bestaan enigszins te relativeren.

'Jarenlang ben ik nogal het middelpunt van mijn eigen universum geweest. In die zin heb ik het kind-zijn lang volgehouden. Ik ben, kun je ook zeggen, volwassener geworden - het besef is doorgedrongen dat niet alles om mij draait. Zoals ik nu ook heel duidelijk ervaar dat Mirjam en ik nooit raken uitgepraat en we echt zielsverwant zijn. Dat maakt mij meer ontspannen.'

Wat daarbij ook hielp was de geboorte van zijn zoontje Gilliam, nu drieënhalf jaar geleden - Löw was toen 39. De weg erheen was tamelijk gecompliceerd: ongeveer vijf jaar nadat hij en zijn vrouw hun eerstgeborene hadden gepland, kwam Gilliam uiteindelijk dankzij IVF ter wereld. 'Ik maak een beetje plaats voor hem. Hij moet immers tot bloei komen, en daarom moet ik mezelf minder belangrijk maken. Dat is overigens geen groot offer. Ik wil hem niks opleggen; ik wil hem alleen begeleiden. Hij staat in het veld, ik aan de zijlijn. Ik ben eigenlijk een soort coach.'

Gilliam zal enig kind blijven, besloten Löw en zijn vrouw. 'Maar er zullen altijd andere kinderen over de vloer komen. En hij zal met veel vriendjes spelen.' Zegt dan: 'IVF... tja, de verwondering over het feit dat dit mogelijk is, overstijgt het voor mij gebruikelijke gepieker. In het IVF-centrum hebben we op een groot scherm vóór de terugplaatsing een embryo van acht cellen gezien. Dat daar later een volledig mens uitgroeide, is niet minder dan een mythische ervaring.'

Vluchtgedrag

Hij vertelt hoe de geboorte van Gilliam hem de ogen opende. 'Geweld is mij altijd bespaard gebleven, zowel lichamelijk als geestelijk. Ik kreeg geen slaag van mijn vader, vechtpartijen op het schoolplein waren onschuldig, de vechtpartijen die ik tijdens de puberteit met mijn broer Ernst had, hadden ook wel iets vertrouwds. Geweld was iets theoretisch voor mij, een abstractie.

'Maar toen Gilliam werd geboren was geweld heel actueel: 9/11 was net achter de rug, er werd gediscussieerd over de invasie in Irak. De wereld stond met andere woorden op zijn kop. Door de komst van Gilliam las ik de voorpagina van de krant opeens met andere ogen. Het kan me niet schelen of het politiek verantwoord is, dacht ik, maar die inval moet niet doorgaan - ik wil dat het rustig en veilig is en dat mijn kind niks overkomt.

'Iets soortgelijks voelde ik toen Theo van Gogh werd vermoord, hier, vier minuten verderop - ik stuitte op de versperring toen ik op weg was naar het repetitielokaal. Geschokt was ik, omdat ik hem geregeld in het park tegenkwam, omdat je sowieso niet om hem heen kon, alomtegenwoordig als hij was. Maar geschokt was ik ook omdat je niet wilt dat dit gebeurt in de buurt waar je kind zal opgroeien.

'En wat de aangekondigde films Submission II en Submission III van Ayaan Hirsi Ali betreft: ik sleep er geen filosofische theorieën of politieke ideeën bij, ik wil dat het rustig blijft - dus ik wil eigenlijk niet dat deze films er komen.'

Toch een beetje naïef, misschien, of op zijn minst vluchtgedrag. 'Kan zijn. Maar door de komst van een kind neem je op een andere manier deel aan het strijdtoneel. Geen extreme polarisatie wil ik, geen revoltes, geen brandhaarden.'

Antisemitisme

Hij staat opeens op, midden in zijn woordenstroom, want hij moet naar de wc. Zijn hondje George keft hem na. Grote stappen voorwaarts heeft hij nooit gemaakt, zegt hij als hij terug is. 'Als kind al was ik veel voorzichtiger dan ik hoefde te zijn. De buitenwereld beschouwde ik als niet veilig. Het liefst was ik thuis, in mijn eigen wereld, gesteund door een grote verbeeldingskracht.'

Löw groeide op in een buitengewoon beschermd milieu. 'Mijn ouders - ze zijn nu 71 en 78, en gelukkig nog in goede conditie - zijn gevoelige mensen die hun uiterste best hebben gedaan voor hun huwelijk en hun twee kinderen. Met name mijn moeder heeft altijd geprobeerd alle emoties op te vangen en mogelijke dreigingen op voorhand te weren. Het optreden van mijn ouders kenmerkte zich door grote voorzichtigheid, met de beste bedoelingen, vanzelfsprekend.' Het resultaat? 'Zonder dat ze daarop uit waren: dat ik een zoekerig en piekerend jongetje werd. De spontaniteit topte ik af. Ik zag overal gevaren.'

Zijn vader had wat dat betreft een voorgeschiedenis. 'In het verhaal van zijn familie komt de geschiedenis van Europa samen.' Hij werd geboren in Wenen, in 1928, uit een joodse vader en een niet-joodse moeder. 'Maar mijn grootvader wilde vluchten, hij zag hoe het antisemitisme oprukte. Het huwelijk van mijn grootouders viel uit elkaar. Mijn oma werd vervolgens verliefd op haar pianodocent, een bezeten dirigent, met wie ze, toen de situatie in Wenen onhoudbaar werd, naar Antwerpen emigreerde. Hij overleed er aan een hartaanval nog vóór de oorlog uitbrak. En opnieuw vond mijn grootmoeder een man, alweer een jood, dit keer van Russische afkomst.'

Er waren verhalen over piloten en onderduikers, die later nog weleens werden verteld, maar zonder grote emoties. 'Die werden in ons gezin zelden rechtstreeks geuit. Praten, praten, praten was het adagium - als manier om alles in goede banen te leiden, om het zo gezellig te houden, om de extremen te mijden.

'De generatie van mijn ouders heeft de oorlog meegemaakt en soms lijfelijk het kwaad ervaren. De babyboomers daarna waren niet bereid om de draad van vóór de oorlog weer zomaar op te pakken - wij gaan het helemaal anders doen, was, zo veronderstel ik, hun idee, de onderste steen moet boven. Ook zij hebben in de buurt van het kwaad verkeerd. Maar onze generatie, die van de net-veertigers, heeft niks van nabij meegemaakt. Wij hebben er alleen over gehoord, we hebben de afschrikwekkende beelden gezien, we hebben er, in eindeloze herhaling, les in gekregen, in de slechtheid van de mensheid.

'Ik heb weleens gedacht dat we daardoor zo voorzichtig zijn geworden, dat we zelden het achterste van onze tong laten zien, dat we niet kwetsbaar willen zijn, dat we liever meelachen met de sterkeren dan dat we tegen ze ingaan. Dat we, in de beste Wouter Bos-traditie, zeggen dat het zus zou kunnen zijn, maar ook zo. Of, als jij iets tegengestelds zegt, toch weer anders. We zorgen er zelfs voor dat we niet te zeer uitdragen dat we pret hebben.'

Kermisgevoel

Op het toneel probeert Löw soms zijn grenzen te verkennen. Zijn vader bezocht Studio Herman Teirlinck te Antwerpen, werd regisseur en ontmoette zo, bij het Zuidelijk Toneel, zijn vrouw Wieke Mulier, Löws moeder. Zij stopte met acteren toen Victor geboren werd. Om in de jaren zeventig de draad weer op te pakken, als geëmancipeerde vrouw die cabaret bracht dat extreem-feministische ideeën aan de kaak stelde. 'Ze treedt nog steeds op voor vrouwenverenigingen.' Broer Ernst zingt in zijn eigen bandje en acteert ook, onder andere in de populaire jeugdserie Zoop. 'En zo zijn we allemaal aan het toneel verbonden. Ik kan hier niet over psychologiseren. Dit is kennelijk genetisch bepaald.'

Victor Löw speelde bij gesubsidieerde toneelgezelschappen als Het Nationale Toneel, Theater van het Oosten, de Blauwe Maandag Compagnie en het RO Theater. In 1996 kreeg hij de Louis d'Or, de hoogste toneelonderscheiding, voor zijn rol van Soekarno in het gelijknamige toneelstuk. En het was precies in die tijd dat het aan hem begon te knagen. 'Soekarno kreeg lovende recensies en jubelzang, combineerde - wat ik zo zoek in het toneel - intelligentie met wat ik gemakshalve het 'kermisgevoel' noem: zowel degenen die willen nadenken als degenen die voor poppenkast vallen, kwamen bij deze voorstelling aan hun trekken. En toch zaten de zalen meestal maar voor eenderde vol.

'Ik kreeg er last van dat veel te weinig mensen zagen wat wij tot stand hadden gebracht. En keek met bewondering naar de verrichtingen van Joop van den Ende, die op zijn voorstellingen een enorme pr-machine zette, ervoor zorgde dat de zalen vol zaten en intussen toch niet vies was van een inhoudelijke zoektocht.'

Partijtje zielig-zijn

Het duurde nog tot 2002 voordat hij het gesubsidieerde toneel liet voor wat het was en zijn eerste rol speelde bij Joop van den Ende Theaterproducties, als de bokser Mountain McClintock in Requiem voor een zwaargewicht.

Vervolgens werd hij ook de tegenspeler van Simone Kleinsma in de RTL-comedy Kees & Co. En dat vast niet alleen vanwege zijn passie voor een inhoudelijke zoektocht. 'Dat ik op die manier bekend zou worden bij een groter publiek sprak me aan, absoluut. En ook de financi'le voorwaarden waren aantrekkelijk. Maar ik voelde me er ook buitengewoon prettig, anders zou ik het niet kunnen. Bovendien kreeg ik met nieuwe technieken en vaardigheden te maken. Een grap die het nét niet is, komt veel harder aan dan een partijtje zielig-zijn dat wat minder goed uit de verf komt.'

Werd hij vanwege zijn Kees & Co-avontuur met de nek aangekeken door collega's uit het gesubsideerde circuit? 'Valt mee. Het klimaat is gelukkig iets minder krampachtig geworden. Maar als ik in de kroeg iemand tegenkwam van wie ik wist dat hij of zij het niks vond, ging ik zo iemand uit de weg. Was ik helemaal niet in geïnteresseerd, in die mening. Je weet zelf donders goed waarom je iets doet of niet.'

Hij slaat met de vuist op tafel. 'Ik denk dat ik toch wat moediger ben geworden. Vroeger was ik er constant alert op dat ik kwetsuren moest zien te voorkomen, waardoor ik de leuke dingen verwaarloosde. Het doet er niet toe dat het niet prettig is, was mijn overtuiging, het is belangrijk dat het geen pijn doet. De laatste jaren kom ik er steeds duidelijker achter dat het er wél toe doet of het leuk, enerverend of, voor mijn part, gezellig is.'

Uitputtend

Hij verhaalt met enthousiasme over zijn samenwerking met Simone Kleinsma, die in One flew over the Cuckoo's Nest verpleegster Ratched speelt. En over regisseur Hans Croiset, die hem er soms op wijst dat hij meer van het repeteren moet genieten. 'Mijn instelling zorgt er toch voor dat toneel voor mij immer uitputtend is. Er zit altijd een kwellende adder onder. Is een voorstelling eindelijk een keer helemaal goed gegaan, en komt alles uiterst harmonieus samen, begint het de dag erop weer van voren af aan, zonder garantie op hetzelfde succes.'

Zijn rollen in films als Karakter en Lek zullen, zegt hij, de tand des tijds beter doorstaan dan de toneelvoorstellingen waarin hij speelde. Straks zal zijn zoon op dvd kunnen zien hoe vader Victor zich in films onderscheidde. Schuwt Löw de vergankelijkheid? 'Als je jong bent, word je wel verteld wat de dood is, maar je lichaam begrijpt nog niet dat het kan sterven - het groeit en bloeit en ontdekt, en is eigenlijk antidood. Rond je veertigste begint je lijf het eindelijk te snappen.'

Dat maakt onzeker. In One flew over the Cuckoo's Nest realiseren de patiënten zich dat hun perspectieven niet florissant zijn. 'Ze zitten in de shit, maar die shit is ook veilig - het maakt maar onrustig als je daaraan wilt ontsnappen. Beter kun je verkeren in omstandigheden die je al kent dan omstandigheden die je vreemd zijn. Ze zijn gevangen in een fuik van problemen waar ze niet uitkomen. Maar ze schuilen er ook, faalangstig als ze zijn, te bang of te gevoelig voor het leven. In die zin verstoort Randle McMurphy de orde. Hij laat ze lachen én hij brengt ze in verwarring.'

Testosteron

Zo confronterend is Victor Löw nog niet. Tegen wat de komende decennia gebeuren gaat, en wat hij nog niet kent, ziet hij nogal op. 'Ik zou me graag een voorstelling willen maken van hoe ik oud zal worden, en of me dan een lijdensweg bespaard zal blijven. Maar het lukt me niet. Ik zal me straks moeten neerleggen bij de omstandigheden, en me eraan over moeten geven.'

Hij schatert opeens. 'Het schijnt zo te zijn dat bij mannen van boven de vijftig het testosterongehalte naar beneden gaat, en dat je daardoor vanzelf verandert. De emotie wordt oprechter, de benadering zachter. Daar wacht ik dan maar op.'

Hij vraagt of hij even zijn vrouw mag bellen, die samen met hun zoontje een korte vakantie doorbrengt op een van de Canarische Eilanden. Als hij het gesprek heeft beëindigd: 'Ik hoop dat ik Gilliam straks de ruimte geef. Dat ik hem ook het recht gun op zijn eigen pijn en gezeik. Ik kan niet alle zorgen van hem wegnemen, want ik kan simpelweg niet overal bij zijn.'

Wil hij zijn zoontje later ook nog een wijze levensles meegeven? Victor Löw aarzelt - een van die zeldzame momenten dat de woordenstroom stokt. En citeert dan een uitspraak die Ray Charles in een documentaire deed. 'Wees altijd jezelf maar begrijp dan wel dat niet iedereen je aardig vindt.'

Met fonkelende ogen: 'Maar dan moet je jezelf wel op tijd beschermen. Anders ben je te kwetsbaar.'

Meer over