'Niemand zegt je meer gedag'

In Grijze zielen, dat een bestseller werd, schetst Philippe Claudel een zwarte wereld, net als in Zonder mij, de vandaag verschenen vertaling van zijn roman uit 2000....

Door Wineke de Boer

Het wereldwijde succes van Grijze zielen heeft het ritme van zijn leven veranderd. Roman- en scenarioschrijver Philippe Claudel somt de landen op waar hij de afgelopen zes maanden is geweest voor de promotie van zijn boek. Van Libanon tot Australië kennen ze hem nu. Maar dat weerhoudt hem er niet van om, 'in het geheim', boekjes bij kleine uitgeverijen te blijven uitbrengen. Zijn laatste is net verschenen bij Editions Aencrages: het is in een oplage van vijfhonderd exemplaren gedrukt, hij schreef de tekst bij foto's van Richard Bato.

Claudel is ook altijd blijven lesgeven. Hij deed dat eerder op middelbare scholen, aan lichamelijk gehandicapte kinderen, en in een gevangenis. Nu geeft hij colleges literatuur aan de Universiteit van Nancy. Maar hij wist al van kinds af aan dat hij schrijver wilde worden. 'Toen ik leerde lezen en schrijven - ik was toen zes - realiseerde ik me dat er mensen waren die verhalen verzonnen. Dat vond ik geweldig! Toen ben ik begonnen met het schrijven van verhaaltjes van drie regels en versjes, en ik ben nooit meer opgehouden. Maar alles wat ik heb geschreven tussen mijn zesde en mijn vijfendertigste, en dat is' - hij houdt zijn rechterhand een meter boven zijn linker als om de stapel volgeschreven vellen te laten zien - 'dat is slecht. Het vreemde aan schrijven is dat het geen beroep is, je kunt het niet leren. Maar tegelijkertijd ook weer wel. Een timmerman maakt ook geen mooie kast bij zijn eerste poging. Hij maakt eerst wat gammele meubels voor hij tot die kast komt. Ik moest me losmaken van de invloeden van anderen. Onbewust kopieerde ik boeken die ik had gelezen en mooi had gevonden. En dat was niks. Maar het leven ging door, ik heb liefgehad, ik heb geleden. En op een gegeven moment moet ik tegen mezelf hebben gezegd: ''Stop daar toch mee, schrijf op wat je op je lever hebt''.' Er is ook een andere, veel prozaïscher reden waarom het ineens wél lukte: 'De computer. Vanaf het moment dat ik op een toetsenbord ben gaan tikken, is het beter geworden. Met de hand schrijven gaat gewoon te langzaam.'

Na het lezen van Grijze zielen en de opvolger daarvan, Zonder mij (de Nederlandse vertaling van het in Frankrijk eerder verschenen J'abandonne), verwacht je dat Philippe Claudel op z'n minst een melancholische en misschien wel cynische man zal zijn. In Grijze zielen wil hij laten zien dat er eigenlijk geen onderscheid is tussen moordenaars en heiligen: iedereen is even slecht. Zelfs een baby wordt in dit boek schuldig geboren. De verteller is, net als in Zonder mij, een man wiens vrouw op jonge leeftijd is gestorven. Hij wordt verteerd door schuldgevoel. In Grijze zielen heeft dat bij de verteller geresulteerd in een pikzwarte kijk op de wereld en een obsessief doorzettingsvermogen. In Zonder mij daarentegen heeft de verteller het leven bijna opgegeven: 'Ze is dood en het lijkt of ik nauwelijks nog leef. Ik strompel alleen nog maar door.' Na het verlies van zijn vrouw brengt de werkelijkheid de gekwetste man tot de rand van de afgrond. Het is dan ook een allesbehalve rooskleurige werkelijkheid: het individu en de vluchtigheid vieren er hoogtij en je kunt niet ontkomen aan geweld, armoede, grofheid en platitudes. De hoofdpersoon vertelt dit boek aan zijn 21 maanden oude dochtertje.

Bij de schepper van deze zwarte werelden is er niets van cynisme of verslagenheid te bekennen. 'Toen ik dit schreef was mijn eigen dochtertje zo'n twintig maanden. Ik wilde haar vertellen over de wereld waarin ze toen leefde, maar waaraan ze natuurlijk geen enkele herinnering zal hebben. Ik schrijf als ik zin heb om te schrijven: daarvóór hebben zich vaak al verhaaltjes of personages in mijn hoofd genesteld. Elk personage heeft een andere stem. Daarom verschillen mijn boeken ook zo van toon en stijl. Als ik eenmaal bezig ben, laat ik het boek met me aan de haal gaan. Ik heb geen schema, ik weet niet wat ik wil zeggen. Toen Zonder mij klaar was, zag ik dat het een in vitriool ondergedompeld portret van de moderne wereld was geworden. Het is wel vergeleken met De wereld als markt en strijd van Houellebecq.

'De hoofdpersoon heeft een afkeer van deze wereld, maar ik niet. Ik geloof in de mens. Hij is tot het ergste in staat, maar ook tot het beste. Mijn boeken zijn altijd geschreven met een grote fascinatie voor menselijkheid. Dat is ook een reden waarom ik schrijf: elke keer probeer ik dichter bij het menselijke mysterie te komen. Het schrijven zelf is voor mij een menselijke daad: het is een manier om te laten zien dat ik er ben, dat ik niet anders ben dan anderen. Iedereen doet z'n best. De een met tuinieren of schilderen, ik met schrijven. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.'

Geëngageerd is hij niet, zegt Claudel zonder dat daarnaar wordt gevraagd. Toch is Zonder mij een sociale roman. 'Ik heb geen theorieën die ik wil verdedigen. Ik zeg niet dat vroeger alles beter was, of slechter. Ik constateer alleen dat de tijd waarin we nu leven raar is. En dat wil ik laten zien. Ik wil de mensen wakker schudden. De beste boeken die ik heb gelezen lieten me dingen zien waarvan ik niet wist dat ze bestonden, of dingen die ik wel voorvoelde maar die ik niet wilde zien omdat ik er dan last van zou hebben.' Als voorbeeld van die rare, moderne samenleving noemt hij de hysterie die in de westerse landen ontstond na de tsunami in Zuidoost-Azië: 'We zijn in staat echte, oprechte emoties te hebben, maar we zijn net zo goed in staat ze heel snel weer te verjagen. Twee weken na die ramp hoorde je er niets meer over. We leven in een wereld waar de televisie instant-emotie creëert.' Een ander kenmerk van deze tijd is dat niemand gedag zegt als hij in een bus stapt of zomaar glimlacht tegen iemand op straat: 'Je kunt niet meer kijken, je kunt niet meer glimlachen, je kunt niet meer gedag zeggen, het is idioot als je je dat bedenkt!'

Zonder mij gaat over deze moderne tijd. Het is begin 2000 geschreven en tegen de verwachting van de schrijver in alleen maar actueler geworden. Twee andere personages zijn symbolisch voor wat Claudel de moderniteit noemt: de babysitter met zes piercings in haar gezicht, die overdag voor de tv hangt om naar videoclips te kijken en 's nachts naar technofeesten gaat, vertelt de vader trots dat de kleine al cola lust; de immer koffie drinkende, op sensatie beluste fanatieke voetbalsupporter en collega van de verteller heeft een foto van zijn vrouw in string op zijn bureau en slaat continu platte taal uit. 'Dit boek is bijna een parabel: het verbeeldt onze tijd. De babysitter en de collega zijn een soort karikaturale archetypes van onze moderniteit. Stereotiepen, maar wel representatief voor de gemiddelde Fransman van nu. Het zijn meer slachtoffers dan beulen. De verteller daarentegen is een onaangepaste man, hij wil en kan zich ook niet aanpassen. Hij zou zich willen verzetten tegen de maatschappij, maar weet absoluut niet hoe dat moet. Op een gegeven moment probeert hij het door aardig te zijn: hij incasseert klappen, hij lijkt wel een moderne Christus te worden, maar ook dan moet niemand iets van hem hebben.

'Uiteindelijk weet je ook niet of het goed met hem afloopt. Meestal laat ik een boek zichzelf schrijven, maar soms kom ik ertussen. Met name bij dit boek heb ik op zeker moment even nagedacht en ervoor gezorgd dat het einde ambigu is. Je kunt niet zien of de laatste scène echt is of zich in zijn hoofd afspeelt. De lezer is koning, het boek behoort hem toe, maar ik ben blij als mensen me zeggen dat ze het verschrikkelijk vonden. Bij het schrijven ervan heb ik steeds opnieuw een prelude van Bach beluisterd, uitgevoerd door Glenn Gould. Het is een bezwerend wijsje van drie minuten, en aan het einde ervan explodeert de piano. Zo is het boek ook.'

De reacties van lezers op Zonder mij zijn sterk verschillend, heeft Claudel ervaren. Sommigen krijgen er enorme energie van, anderen vinden het een goed maar verschrikkelijk boek, een stomp in de maag. Claudel heeft ook met mensen gesproken die hun vrouw of man hadden verloren en zich goed in de hoofdpersoon konden herkennen. 'Ze denken dat mij hetzelfde moet zijn overkomen om er zo over te kunnen schrijven. Maar een schrijver moet zich in iemand anders kunnen verplaatsen. In Frankrijk is iedereen altijd erg geïnteresseerd wat er autobiografisch is aan een boek, maar dat doet er helemaal niet toe. Ik wil oprechte boeken schrijven, geen namaak, het moet uit mijn binnenste komen. Over jonge moeders die sterven heb ik inderdaad vaker geschreven. Omdat dat het ergste is wat me zou kunnen overkomen: degene verliezen van wie ik houd. Alsof ik, door erover te schrijven, mezelf ertegen bescherm, alsof het een amulet is.'

Meer over