Niemand probeert moorden te stoppen

HET WAS alsof een tekening van Kamagurka werd beschreven: 'Een man sjokte voort terwijl hij een kapmes vasthield dat vastzat in zijn hoofd.' Met dit verbijsterende beeld eindigde gisteren een bericht in de Volkskrant over de Rwandese Hutu-vluchtelingen die al maanden in de meest onmenselijke omstandigheden door de Zaïrese jungle...

Het is een gebrandmerkte groep vluchtelingen. Onder hen bevinden zich talloze Hutu's die schuldig zijn aan de genocide in Rwanda van 1994. En daarvoor moeten de anderen nu en masse boeten. Nog nooit heeft een groep vluchtelingen op zo weinig mededogen hoeven rekenen. Voor een oplossing is het te laat. Duizenden zijn al dood en duizenden zullen nog sterven.

Zaïre is het toneel van verschillende oorlogen. Duidelijk zichtbaar voor de gehele wereld stormen Kabila en zijn mannen onverdroten af op de hoofdstad Kinshasa om Mobutu's kleptocratie omver te werpen. Kabila en zijn aanhangers portretteren hun strijd als een klassieke bevrijdingsoorlog, die wordt gevochten door gedisciplineerde rebellen. Dat is maar gedeeltelijk waar.

De tweede oorlog is veel gecompliceerder. Die is niet te filmen en laat zich niet vangen in termen van goed en kwaad. Plaats van handeling is Oost-Zaïre. Het conflict gaat tussen Tutsi's, Hutu's en diverse groepen lokale Zaïrezen. Het speelt al decennia en ging in eerste instantie om grond en water. Etniciteit werd gebruikt om mensen te mobiliseren. Een typisch Afrikaans probleem, waarmee niemand zich graag bemoeit, zeker het Westen niet.

Die slepende strijd kreeg een enorme impuls toen ruim een miljoen Rwandese vluchtelingen zich in 1994 na de genocide op de Tutsi's in Oost-Zaïre vestigden en zich korte tijd later, samen met de lokale bevolking, tegen de Zaïrese Tutsi's keerden. Deze Tutsi's werden net als hun Rwandese stamgenoten afgeslacht. Niemand probeerde het moorden te stoppen. De Zaïrese overheid liet het afweten, evenals de VN-organisaties in het gebied.

Omdat niemand ingreep, gingen de Tutsi's zich zelf organiseren, met hulp van Rwanda. Wat Kabila nu zo graag afschildert als een Zaïrees bevrijdingsleger bestond in eerste instantie vrijwel geheel uit Rwandese en Zaïrese Tutsi's, fanatieke jongens wier ouders tijdens de Rwandese genocide waren vermoord, of wier ouders in Zaïre waren verjaagd of gedood.

Die jongens dachten helemaal niet aan het verdrijven van Mobutu. Zij werden gedreven door één gedachte: wraak. En de door Tutsi's gedomineerde Rwandese regering wilde eens en voor altijd afrekenen met het probleem van de Hutu-vluchtelingen aan de andere kant van de grens, die zich bewapenden en plannen beraamden om Rwanda te destabiliseren en hun genocide te voltooien. Dat kwam mooi uit.

Onder de dekmantel van Kabila's spectaculaire bevrijdingsoorlog werd het Hutu-probleem opgelost. Er zijn inmiddels voldoende aanwijzingen en bewijzen om te mogen concluderen dat er zich een slachting onder de Hutu-vluchtelingen heeft voorgedaan. Mogelijk was het oorspronkelijk de intentie om alleen de schuldigen te straffen. De praktijk verliep anders. De Tutsi-soldaten zijn meedogenloos te werk gegaan. De Zaïrese mensenrechtenorganisatie Azadho schrijft in een recent rapport: 'Tijdens de genocide van 1994 gebruikte interahamwe (de Hutu-milities) het woord inyenzi (kakkerlak) om alle Tutsi's mee aan te duiden en de moordpartijen te rechtvaardigen. Nu wordt het woord 'génocidaire' gebruikt voor alle Hutu-vluchtelingen in Zaïre, om hun eliminatie door de AFDL en haar Rwandese bondgenoten te legitimeren.'

Het Westen kijkt toe. Net zoals het Westen in 1994 toekeek hoe de Tutsi's in Rwanda werden afgeslacht. Er gebeurde evenmin iets toen de Tutsi's in Zaïre de daaropvolgende jaren eenzelfde lot ten deel viel. Sterker nog: de VN en de hulporganisaties deelden voedsel uit aan de Hutu's in de kampen, ter waarde van een miljoen dollar per dag. Omdat in de VN-kampen de moordenaars niet van de onschuldigen werden gescheiden, worden alle Hutu-vluchtelingen in Zaïre nu over een kam geschoren. Iedereen die vluchtte heeft iets te verbergen, luidt de veronderstelling die, subtieler geformuleerd, ook onder diplomaten en journalisten gangbaar is.

De serie blunders, misrekeningen en het gemakzuchtig denken hebben een klimaat geschapen waarin de afgelopen zes maanden zonder problemen kon worden gemoord. Ook Kabila, de man die zich graag voordoet als Zaïres toekomstig leider, greep niet in. Het is onderdeel van zijn 'contract' met Rwanda dat het Hutu-probleem wordt opgelost terwijl de rebellen richting Kinshasa marcheren.

De VN hebben een team naar Oost-Zaïre gestuurd dat de aantijgingen van slachtingen onder de Hutu's moet onderzoeken. Kabila heeft gezegd dat schuldigen zullen worden gestraft. Het maakt allemaal deel uit van dezelfde schertsvertoning. De Hutu-vluchtelingen tellen niet meer mee als mensen. Zoals een westers waarnemer opmerkte: 'Over een jaar, als Kabila met mooie mijnbouwcontracten strooit, is iedereen de slachtingen vergeten.'

Fred de Vries

Meer over