Bellen metJohn Volkers

Niemand mag de zwembubbel van Boedapest in of uit, ook onze sportredacteur niet: ‘Het is een gouden kooi’

Sportredacteur John Volkers bevindt zich in de ‘bubbel van Boedapest’ om verslag te doen van het Europees kampioenschap zwemsport. Niemand mag die bubbel in of uit. Het sporttoernooi in Hongarije, dat vorig jaar werd afgelast, dient nu als proef voor de Olympische Spelen in Tokio.

Nyls Korstanje maakt zich klaar om voor Nederland uit te komen op de 50 meter vlinderslag tijdens het EK-zwemmen in Boedapest.  Beeld EPA
Nyls Korstanje maakt zich klaar om voor Nederland uit te komen op de 50 meter vlinderslag tijdens het EK-zwemmen in Boedapest.Beeld EPA

Hoe ziet het leven eruit in de bubbel?

‘Het is een gouden kooi. Je mag er niet uit. Bij aankomst werd direct een sneltest afgenomen, bovenop de negatieve PCR-test die je nodig had om het land binnen te komen. Na aankomst in het hotel moesten we naar een kantoortje voor de media, waar meteen een nieuwe PCR-test werd afgenomen. Het resultaat moesten we afwachten in onze kamer. Er wordt eten neergezet voor je deur. En er is een minibar.

‘Niemand mag de straat op. Ik had bijvoorbeeld een kapotte tandenborstel en vroeg aan de twee bewakers voor het hotel of ik een nieuwe mocht kopen bij het winkeltje aan de overkant, 50 meter verderop. Dat kon wel, maar dan mocht ik niet meer terug naar binnen. Het personeel van de hotelreceptie kon ik ook niet vragen om een tandenborstel te kopen. We zitten met z’n allen in die bubbel. Het is de realiteit van het moment.

‘Wacht, ik loop alvast naar mijn bus – als ik die mis, kom ik het hotel ook niet meer binnen. In april was ik bij het EK turnen in Basel, daar mocht je het hotel uit voor een ommetje en jezelf vervoeren. Maar hier is het een stuk strenger.’

Hoe is het om in die omstandigheden verslag te doen van sportwedstrijden?

‘Voor de wedstrijden moet je door een afgeschermd gebied van 100 meter naar je bus lopen en die brengt je meteen naar het zwemstadion. Daar zit je ver uit elkaar. Heel plezierig is het niet. Maar het heeft ook voordelen. Normaal gesproken sta je met wel zeventig journalisten te dringen in de ‘mixed zone’ voor pers, nu ben ik de enige Nederlandse krantenjournalist die op het toernooi aanwezig is.

‘Veel media zien er toch van af: vanwege het gedoe, uit angst voor besmettingen – ik ben zelf gelukkig gevaccineerd – of vanwege de kosten. Er is geen publiek, de toeschouwers zijn de teamgenoten van de sporters. Die zitten ook in de bubbel. De bubbel is de redding van het kampioenschap, we moeten het ermee doen.’

En zo’n bubbel is straks ook de redding van de Olympische Spelen.

‘Klopt, dit is ook hoe het eruit gaat zien in Tokio: afstand houden, voortdurend testen. Ik ben gistermorgen opnieuw getest: dat is de vierde test in de zes dagen dat ik hier ben. De angst regeert. De organisatie hoopt dat dit goed gaat en dat de Olympische Spelen dan ook plaats kunnen vinden. In maart ging het nog flink mis bij het EK indoor atletiek in Polen, waarbij ruim vijftig mensen besmet raakten.

‘Japan probeert mensen te ontmoedigen in grote aantallen naar de Spelen te komen. Veel media, ook de Volkskrant, komen met minder journalisten dan ze van plan waren. Een deel van de wedstrijden zullen we bekijken via streams, het contact met sporters verloopt waarschijnlijk via een camera of videoverbinding. Aanwezigen krijgen twee apps: een om je gezondheid te monitoren en een om je locatie bij te houden.

‘Desondanks gaan we over twee maanden iets zien wat sinds het uitbreken van de pandemie nog niet is vertoond: ruim 80 duizend mensen vanuit de hele wereld die zich op één plek verzamelen. Het Internationaal Olympisch Comité ziet het welslagen van de Spelen als een overwinning op het virus. Maar als viroloog of epidemioloog zou ik het met schrik aanzien.’

Meer over