Niemand laat een traan bij het inslapen van de Nicols

'Een gepasseerd station', zegt een van de oprichters van Haarlem Nicols. Deze week besloot het bestuur van de club het faillissement aan te vragen....

NIET EENS diep bedroefd en met weinig verslagenheid werd deze week gereageerd op het inslapen van Haarlem Nicols. Slechts bij een enkeling kwam de klap hard aan. Dat is altijd de zwakke plek van Nicols geweest: de club heeft zich nooit goed kunnen wortelen in Haarlem.

Nicols was nooit een vereniging. Nicols was een ploeg, spelend in een mooi stadion aan de Randweg in Haarlem-Noord. Een grote achterban was er nooit. Met afgunst keken ze de laatste jaren bij Nicols naar Kinheim, een paar kilometer verderop aan dezelfde Randweg waar het verenigingsleven wèl bloeide. De afgunst was overigens wederzijds. Geen honkbalploeg in Nederland was de laatste dertig jaar zo succesvol en toonaangevend als Haarlem Nicols. Maar populair, nou nee.

'Dit doet mij niet zo veel', zegt Gé Hoogenbos. 'Ik ben niet zo'n clubfanaat. Nicols is een gepasseerd station.' Hoogenbos was 31 jaar geleden betrokken bij de oprichting van Haarlem Nicols. Naar aanleiding van de eerste Haarlemse Honkbalweek had de gemeente het Pim Mulier-stadion gebouwd. Er was een stadion, maar geen club. Of beter: 'Er was geen club die het waard was om in dat stadion te spelen.'

Tot 1963 speelden de vier Haarlemse hoofdklasseclubs EDO, Schoten, HHC en EHS hun thuiswedstrijden in het stadion. Naar Amerikaans voorbeeld ijverde Hoogenbos voor een stedencompetitie. Zeven Haarlemse verenigingen zouden twee topteams moeten vormen. Uiteindelijk voelden alleen EHS en EDO iets voor het idee van Hoogenbos.

In het oorsponkelijke plan zouden twee ploegen in het stadion mogen spelen, Haarlem 63 en Spaarne Pioniers dat als opleidingsteam zou dienen, als farm team. De tijd was niet rijp voor zoveel nieuws. De honkbalbond keurde het plan af, en tevens de naam van het wel als club geaccepteerde Haarlem 63. Er was al een Sportclub Haarlem, vandaar.

Bladerend in een woordenboek stuitte Hoogenbos op het woord nicol. Hij vond het een mooi en toepasselijk woord dat goed klonk en hem deed denken aan de welluidende namen van Amerikaanse honkbalclubs. De nieuwe club zou Haarlem Nicols gaan heten. Nicol: uit twee stukken bestaand kalkspaatprisma volgens W. Nicol (18281851), gebruikt ter verkrijging van gepolariseerd licht.

Haarlem bleek zeer geéteresseerd te zijn in die nieuwe ploeg. Haarlem Nicols trok in de jaren zestig wekelijks duizenden mensen naar het stadion. Hoogenbos was de eerste coach, zoals hij zo vaak vooraan had gestaan als het om honkbal ging. Hij was de initiatiefnemer voor de aanleg van het eerste echte honkbalveld in Haarlem, bedacht het plan voor een groot internationaal toernooi (de Honkbalweek) en spoorde de gemeente Haarlem aan tot de bouw van een stadion.

Er mislukte ook wel eens iets. Het idee van de stedencompetitie sloeg niet aan. Hoogenbos verkeek zich op de clubbelangen. 'Haarlem Nicols had het beste moeten verzamelen van het Haarlemse honkbal, maar het werd al snel een hele gewone, traditionele club.'

Gewoon, maar zeer succesvol en in veel opzichten gezichtsbepalend voor het honkbal in Nederland. Twaalf maal werd Nicols kampioen van Nederland, de eerste keer, in 1965, onder leiding van Hoogenbos, de laatste maal, in 1989, onder leiding van Jan Dick Leurs. Het is niet verwonderlijk dat Hoogenbos, als hij dan toch namen moet noemen, Leurs als eerste naar voren schuift.

Leurs, nu manager van de nationale ploeg, speelde als pitcher of coach een rol bij het winnen van alle landstitels. Ook hij heeft nog steeds geld tegoed van Nicols.

In het tweede part van de jaren zestig en in de jaren zeventig dicteerden het Rotterdamse Sparta en Haarlem Nicols het Nederlandse honkbal. Tussen 1963 en 1978 werd Sparta negen maal eerste en Nicols zes maal. De jaren zeventig was het tijdperk van spelers als Boudewijn en Robert Maat, Jan Dick Leurs, Herman Beidschat, Harry van der Vaart en Leo Naaktgeboren. Dank zij een frisdrankenfabrikant (Raak) en later een producent van visvoeder (Tetramin) had Nicols een solide financiële basis.

Die generatie werd definitief afgelost in 1982 toen Leurs, ditmaal als coach, Nicols de zevende titel in de geschiedenis schonk. De gemiddelde leeftijd van de ploeg, een fascinerende mengeling tussen Amsterdamse straatjochies en Haarlemse studenten, was slechts 21 jaar. Het merendeel van de spelers was door Nicols zelf opgeleid.

Leurs was een van de jeugd

coaches geweest. Hij leerde ze honkballen, bracht ze mentale kracht bij en kreeg wat op het eerste gezicht een zootje ongeregeld leek, in het gareel. Aan de hand van Leurs, die agressief honkbal propageerde en het 'krabben en bijten' introduceerde, werden spelers als Marcel Joost, Gerlach Halderman, Ron Giroldi, Haitze de Vries, Thijs Vervaat, Bill Groot en Frank Bos groot. En ze deden het voor de lol. Geld speelde nog geen rol.

Dat was de opkomst en bloei van Nicols; de ondergang werd eind jaren tachtig ingeluid toen in de hoofdklasse de vergoedingen voor spelers spectaculair stegen en clubtrouw ophield te bestaan. Nicols werd meegezogen en begaf zich ook op de transfermarkt. Dank zij een sponsor als Opel had de club de spelers veel te bieden.

Nicols ging de concurrentie aan tot de dood er op volgde. De opzet van de club schreef voor dat er tophonkbal moest worden gespeeld, of geen honkbal. De club had bovendien de pech dat de jeugdopleiding zo goed als dood was.

Het tophonkbal in Nederland is bezig zichzelf op te blazen, vinden velen, onder wie Gé Hoogenbos. De Haarlemmer (68) wijst op het verdwijnen van eveneens gerenommeerde clubs als Giants en Amstel Tijgers. De laatste jaren kwamen enorme financiële problemen aan het licht bij Quick en ADO.

Hoogenbos voorspelde jaren geleden al dat het fout zou gaan. 'En het is fout gegaan. Het Nederlandse honkbal krijgt de laatste jaren klap na klap. Als een club in hoge mate afhankelijk is van een sponsor, móét het fout gaan. Een begroting van drie, vier ton, maar honderd man op de tribune. Dat is misschien even vol te houden, maar niet lang. De verhouding tussen recettes en contributies, en uitgaven, is totaal scheefgegroeid.'

Ze hebben hem nog gevraagd om de club aan centen te helpen. Hoogenbos weigerde. 'Daar zag ik niks in. Niet vanwege Nicols. Maar ik heb er geen zin in om ergens tienduizend gulden vandaan te halen. Dat schijnt tegenwoordig zo'n beetje het bedrag te zijn dat de heren per jaar willen hebben om een balletje te gooien.'

Paul Onkenhout

Meer over