Niemand in het midden

De ene patstelling volgt de andere op. Amerikaanse politici lijken chaos te prefereren boven het compromis, bankroet boven de capitulatie. Een analyse van de zwakte en kracht van de Amerikaanse democratie vanuit Texas. Door Arie Elshout

Brett Covington is niet wat ze lijkt. Ze komt uit Round Rock, Texas, is in de veertig en klein van stuk, zat bij de luchtmacht, heeft een boerderij met koeien, schapen, paarden en varkens, runt een winkel voor veevoer, draagt een rood werkmanshemd op een spijkerbroek, bedekt het blonde piekhaar met een honkbalpet, kijkt de vreemdeling indringend aan met haar fel blauwe ogen en fileert vervolgens met chirurgische precisie de zwaktes van de Amerikaanse democratie, inclusief literatuurverwijzingen, voetnoten en suggesties voor verdere studie.

Het is half oktober. Covington wandelt met puberdochter Taylor en hond Athena door de straten van Johnson City, een westernstadje in het zacht glooiende heuvelland van Texas Hill Country. Het zonlicht streelt de eikenbomen, alles ademt een weldadige rust. Toch is ook hier voelbaar hoe Amerika zelf zijn grootste vijand kan zijn. Covington wil haar dochter vertellen over de geschiedenis, 'een passie van me'. Maar het huis waar president Lyndon Johnson opgroeide, is niet open. Ook zijn ranch is dicht.

De overheid is op deze dag deels gesloten en daarmee de nationale monumenten. Met het uur komt het bankroet dichterbij. Dit alles omdat de partijen in Washington DC elkaar het liefst tot op een millimeter van de valbijl bestrijden voor ze instemmen met een begrotingswet of het verhogen van het schuldplafond.

Covington verwijt het de Republikeinen. Zij willen niet meewerken als niet eerst de zorgwet van de president wordt uitgesteld. 'Zij zien liever het land ten onder gaan dan dat ze Obama zijn zin geven. Het is de politiek van vernietiging.'

Maar, vervolgt de boerin/analist, het probleem zit dieper. 'De Amerikanen hebben gekozen voor zelfsegregatie. Ze willen alleen nog leven tussen mensen zoals zijzelf. We kunnen niet meer omgaan met mensen die anders zijn en ons uitdagen. Mijn opa zei: in de kern betekent democratie dat de ander het recht heeft ongelijk te hebben. Maar wij zijn liever onder elkaar in de echokamer.'

Lepraknobbels

Amerika is een familie die uit elkaar groeit. Er is de progressieve en de conservatieve tak, en ze hebben steeds meer moeite zich met elkaar te verstaan. Van de vijftig staten zijn er bij presidentsverkiezingen ongeveer veertig strak in handen van één partij, hetzij de Democraten (de blauwe staten), hetzij de Republikeinen (de rode staten). Bij de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden is in iets meer dan 400 van de 435 kiesdistricten van tevoren bekend welke partij wint. De safe districts.

Bij het horen van die term zegt Covington: 'Verschrikkelijk'. Alsof ze het heeft over lepraknobbels die zich langzaam over het lichaam verspreiden. 'Er is geen concurrentie meer, wat elke stimulans wegneemt om compromissen te sluiten.' Politici in 'zekere' staten of districten, bedoelt ze, hebben niks te vrezen en dus minder de neiging de hand te reiken aan de tegenpartij. Dat maakt Amerika's democratie, door haar leiders graag gepresenteerd als shining city on a hill, stroperig tot op het punt van stilstand. Ze kan zelfs, zoals in oktober, zelfdestructief zijn.

Want zo verdeeld als het land is, zo verdeeld is Washington. De Democraten beheersen het Witte Huis en de Senaat, de Republikeinen het Huis van Afgevaardigden. Zonder instemming van de laatsten gebeurt er niks. Dertien schietpartijen op scholen zijn er al weer geweest sinds het bloedbad onder schoolkinderen in Newtown eind vorig jaar, er zijn 11 miljoen buitenlanders zonder papieren, zonder rechten, de schuld loopt op tot 16.700 miljard dollar, maar president en Congres worden het niet eens over betere controles op wapenbezit, een nieuw immigratiesysteem en een hervorming die een eind maakt aan de begrotingstekorten. Het Huis is een belangrijk obstakel met zijn vele afgevaardigden uit conservatieve 'zekere districten'.

Johnson City, met 1.700 inwoners, ligt in zo'n district. Het valt onder Blanco County, waar 73 procent van de kiezers vorig jaar voor de Republikeinse presidentskandidaat Romney stemde. Ted Cruz, de Texaanse senator en rechts-populistische Tea Party'er die de Republikeinen ertoe aanzette hun instemming met de begroting en een hoger schuldplafond afhankelijk te maken van de ontmanteling van Obamacare, haalde er 69 procent. Het stadje is een donkerrood gebied in een dieprode staat: van de 254 Texaanse counties stemden er slechts 26 voor Obama.

Alamo

Jesse Kinman, een 68-jarige eigenaar van een grillrestaurant annex winkel aan Route 290 in Johnson City, had het best gevonden als het land zonder geld was komen te zitten. 'Ik ben niet bang voor een faillissement. De staat moet leven naar wat hij heeft, net als een gezin', zegt de man die vocht in Vietnam en na 1966 terugkeerde in een land dat naar zijn gevoel erg veranderd was. 'De overheidscontrole was vergroot en wij, soldaten, werden bespuwd.'

Hij werd een anti-overheidsconservatief die geen millimeter wil toegeven, chaos prefereert boven capitulatie en afscheiding boven compromis. Net als de groep Texaanse strijders die bij de Alamo weigerden te buigen voor een Mexicaanse overmacht, zich opofferden en daarmee aan de basis stonden van Texas' kortstondige onafhankelijkheid van 1836 tot 1845. Sindsdien wil de traditie dat Texanen op hun best zijn als ze het kunnen opnemen tegen een sterke vijand.

De geest van de Alamo, die vanuit Texas overwaait naar andere rode staten en nu cruzisme wordt genoemd, bemoeilijkt het leven in Washington. Daar houdt professor James Thurber van American University met grappen de moed erin. 'Ik moest een stuk schrijven over wat er scheef zit in het Congres. Ik heb een fles gin opgedronken om het te kunnen afmaken, zo somber werd ik ervan.'

Volgens hem domineren de puristen ter rechter- en linkerzijde. 'Wanneer zoveel districten zeker zijn, worden de voorverkiezingen in de partijen de echte verkiezing. Als de opkomst in de primary 8 tot 10 procent is, zijn het de partijpuristen die gaan stemmen en de dienst uit maken. In het Huis zitten veel lui die vrezen te worden uitgedaagd in de eerstkomende voorverkiezing en daarom huiverig zijn voor compromissen. We hebben niemand meer in het midden.'

Door die radicalisering is regeren worstelen geworden. Sinds 1976 is de begroting maar vier keer op tijd aangenomen.

Thurber geeft de schuld deels aan 'gerrymandering', het herverkavelen van Congresdistricten. Partijen die in een staat aan de macht zijn, wijzigen de grenzen van een kiesdistrict zo dat hun aanhang in de meerderheid is. Een dubieuze praktijk die afbreuk doet aan de democratische geloofspapieren van de VS. Thurber: 'Ze hebben de districten van het Huis zo ingedeeld dat je van alle districten, op 31 na, van tevoren weet hoe het afloopt. De partijen willen niet-concurrerende districten die in hoge mate zuiver links of zuiver rechts zijn. Vandaar de impasse.'

Onder politicologen wordt heftig gediscussieerd of 'redistricting' echt zoveel invloed heeft. Op vier uur rijden ten noorden van Johnson City bestrijdt op de Universiteit van Texas in Dallas de jonge professor Thomas Brunell het mediabeeld van partijbonzen die als samenzweerders gebogen over de politieke kaart de tegenstander buitenspel zetten. Zo werkt het niet, zegt Brunell, een potige, opgewekte kerel, die met zijn korte broek en sportschoenen het tegendeel is van een broeierige complotdenker.

In elf van de vijftig Amerikaanse staten worden de kiesdistricten vastgesteld door burgercommissies. In de rest doen de partijen het. 'Maar wil een partij de controle hebben over dat proces, dan moet ze de gouverneur leveren en de meerderheid hebben in de Senaat en het Huis van de staat. Meestal is dat niet zo. Dan moeten de partijen onderhandelen.'

Dat er zoveel 'zekere' districten zijn, met polarisatie en patstelling als gevolg, komt volgens Brunell maar voor 'een klein beetje' door de herverkaveling van kiesdistricten.

Belangrijker is de herschikking van het partijenlandschap sinds de jaren zestig en zeventig. De Democraten kregen de controle over het Noordoosten, de Republikeinen over het Zuiden. Tegelijkertijd werden de partijen politiek homogener. Het zijn nog steeds vrij losse coalities van allerlei groeperingen, maar de Democratische partij staat nu vooral voor progressief en de Republikeinse partij voor conservatief. De rechtse Democraten uit de Zuidelijke staten stapten over naar de Republikeinen, waardoor de Democraten naar links opschoven en de Republikeinen naar rechts.

De contouren van de twee Amerika's zijn daarmee scherper geworden. Grof gesteld is het stad versus platteland, kusten versus binnenland, links versus rechts, Noordoosten versus het Zuiden, jong versus oud, gekleurd versus blank. Het kost de Amerikanen steeds meer moeite de ideologische scheidslijnen te overbruggen. Ze kiezen er zelfs voor onder gelijkgezinden te leven.

Thurber: 'We hebben de rode staten in het Zuiden en een stel van die cowboystaten in het Midden-Westen, waar ze koeien houden en tarwe verbouwen. Dat zijn de Republikeinen. De stedelijke gebieden zijn Democratisch.' Onheilspellend voegt hij eraan toe: 'De laatste keer dat we ideologisch zo gespleten waren, met niemand in het midden, was in 1860. En wat gebeurde er in 1860? Toen kregen we de burgeroorlog. Nu niet, maar de partijen zijn filosofisch gezien net zo verdeeld.'

Brunell doet er luchtigjes over. Dat de Democratische president en Senaat en het Republikeinse Huis elkaar nu zo hartstochtelijk bevechten, komt doordat een verdeeld staatsbestuur zit ingebakken in de grondwet. Checks and balances. 'De Founding Fathers wilden niet dat één man het voor het zeggen had, zoals onder de Engelse koning. De macht werd gespreid. Het systeem was bedoeld om inefficiënt te zijn. Patstellingen horen erbij. Polarisatie is er al sinds ik besta.'

Demografie

Het betekent niet dat alles hetzelfde blijft. Zelfs het zo dwarse Texas staat niet stil. De Spaanstaligen, die vooral Democratisch stemmen, rukken op. Daardoor staan de Republikeinen straks voor de keus: riskeren we dat we na grote staten als Californië en New York ook Texas verspelen of bewegen we mee? De demografie is een hefboom voor verandering. Maar wel eentje die traag werkt.

Thurber denkt dat de Amerikaanse democratie zich schoksgewijs voortbeweegt. Dat wil zeggen: wanneer er een 'knal' is, een '11 september', een crisis, sterk stijgende werkloosheid.

In Johnson City wordt de herinnering bewaard aan zo'n periode. Als jonge Texaan werkte Lyndon Johnson daar aan de aanleg van de weg tussen Austin en het stadje (vernoemd naar een oom). Achter vier muilezels trok hij de ploeg door de harde, kalkachtige grond, de riemen persten zich in zijn rug, voor één dollar per dag, onder de brandende zon of in de bijtende kou. Maar, zei hij, eens word ik president. Hij werd het na de moord op Kennedy. Veel van Kennedy's wetten zaten vast in het Congres, maar Johnson brak op geniale wijze het verzet, geholpen door de schok van de moord. De zwarten kregen burgerrechten en de armen en ouderen medische zorg.

Iets soortgelijks gebeurde er na 2008. De Amerikanen bezorgden toen, murw door oorlog en crisis, de Democraten het Witte Huis, de Senaat en het Huis. Alles in één hand. Daarna kwam de historische zorgwet door het Congres. In 2010 verloren ze weer het Huis en was het over.

Het verdient allemaal niet de schoonheidsprijs. Behalve de polarisatie zijn er de macht van het geld en de vele niet-stemmers. Maar elk geluid vindt zijn weg naar de politieke arena. Dat maakt de Amerikaanse democratie tot een van de vechtlustigste, heftigste en lastigste, maar ook tot een van de levendigste en vitaalste. Thurber, met het vleugje cynisme van de zestiger: 'Wij kiezen voor de maximale vrijheid het onszelf zo moeilijk mogelijk te maken om iets gedaan te krijgen.'

undefined

Meer over