Niemand gelooft nog in Turks EU-lidmaatschap

De mentale en politieke kloof tussen Turkije en de EU wordt steeds breder.

Wordt Turkije lid van de Europese Unie? Nog nooit zat een land zo lang in de Europese wachtkamer. Bijna vijftig jaar geleden is Turkije lidmaatschap in het vooruitzicht gesteld. Er wordt echter pas sinds 2005 concreet over onderhandeld.

Nog nooit had een toetredingsproces bovendien zo'n bizar karakter. Beide partijen houden officieel de moed erin, maar frustreren ondertussen elk perspectief op een succesvolle afronding.

Bij een recent werkbezoek aan Turkije met een EU-delegatie vielen mij de schellen van de ogen. De minister van Europese Zaken (hoofdonderhandelaar), topadviseurs van premier Erdogan, parlementsleden van regerings- en oppositiepartijen: het hele politieke palet legde alle schuld van de patstelling volledig bij de Europese Unie, vooral Frankrijk en Duitsland.

Cyprus is volgens Ankara het grootste struikelblok waar de onwelwillende Europeanen zich achter verschuilen. Turkije kan geen EU-lid worden zolang het langlopende geschil over dit verdeelde Grieks/Turkse eiland niet is opgelost. Door toedoen van de EU is de kans hierop echter nihil. De EU heeft partij gekozen voor Athene en heeft het Griekse deel van het eiland lid gemaakt van de EU.

Deze 'Republiek Cyprus' heeft nu een veto over de toetreding van aartsvijand Turkije. Het staatje had eerder per referendum de hereniging (internationaal aanvaarde VN-oplossing) afgewezen. Om aan de EU-criteria te voldoen, moet Ankara het Griekse Cyprus erkennen en er transportverbindingen mee onderhouden. Niemand in de hele Turkse politiek wenst aan deze ' verplichte vernedering ' toe te geven. Van Europese zijde zouden bovendien veel strengere eisen aan Turkije worden gesteld dan aan eerdere kandidaten.

Gevraagd naar de tekortkomingen van hun eigen land, vielen onze Turkse gesprekspartners nagenoeg stil. De EU-ambassadeur ter plaatse raakte er daarentegen niet over uitgepraat. Hij heeft met zijn zeer uitgebreide staf het voortgangsrapport 2012 van de Commissie geschreven. Dit is snoeihard en legt alle schuld voor de stagnatie bij Turkije.

Op het voor de EU zo belangrijke gebied van democratie en rechtsstaat schiet de kandidaat-lidstaat nog zwaar tekort. Het parlement is bijzonder zwak. Er is geen onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak. Vrijheid van meningsuiting bestaat op papier, maar niet in de praktijk. In de overvolle, onhygiënische gevangenissen zitten ook politici, journalisten, schrijvers, academici en studenten, omdat ze kritiek hebben geuit op de regering. Ze zijn steevast veroordeeld als 'sympathisant van het terrorisme'. Martelingen zijn nog steeds geen uitzondering.

Etnische en religieuze minderheden worden maatschappelijk achtergesteld. Het probleem met de Koerden blijft onopgelost. Vrouwen spelen nog immer op bijna alle fronten een ondergeschikte rol in de samenleving. Eerwraak en gedwongen (kind) huwelijken blijken onuitroeibare tradities. De media zijn voor 80 procent gelieerd aan de regeringspartij AKP van premier Erdogan. Kritische journalistiek wordt hardhandig ontmoedigd en zelfcensuur is dan ook algemeen gebruik. Van de beloofde corruptiebestrijding is nog weinig te merken. De Turkse minister voor EU-zaken veegde de vloer aan met het rapport en noemde het 'een poging het proces te vertragen'.

Het parlement werkt aan een nieuwe grondwet die veel problemen uit de wereld zou moeten helpen. Elke inwoner mag inbreng leveren, maar de vier politieke partijen moeten consensus bereiken. Dat lijkt uitgesloten vanwege de enorme tegenstellingen. Als de onderhandelingen mislukken, zal de AKP ongetwijfeld haar eigen ontwerp aan de kiezers voorleggen.

Nog maar 17 procent van de Turken denkt dat hun land ooit lid zal zijn van de EU. Op het jubileumcongres van zijn AKP hield premier Erdogan onlangs een lange rede over 'Turkije in 2023' zonder de EU ook maar één keer te noemen. Zijn topadviseurs vertelden ons dat de premier 'zich heel slecht behandeld voelt door Brussel'.

Wat officieel 'onderhandelingen' heten, zijn dat helemaal niet. Het trotse en economisch en militair sterke Turkije voelt zich onderworpen aan vernederende rapportbesprekingen met een strenge Europese bovenmeester die voortdurend met onvoldoendes strooit. Van haar kant wordt de EU begrijpelijkerwijs moedeloos van de klaarblijkelijke onwil om de gevraagde hervormingen ook echt door te voeren. Alle retoriek ten spijt zitten beide partijen aan tafel met een verborgen agenda.

Turkije wil niet aan EU-eisen voldoen als die de belangen of machtspositie van Erdogan en zijn partij ondermijnen. Daarom zijn er geen problemen op het gebied van markteconomie of financiën. De EU is Turkijes grootste handelspartner, vooral als gevolg van de 1995 gesloten Douane Unie. Het leger terug in de kazerne? Prima. Maar geen hervormingen die het autocratische en centralistische karakter van de regering aantasten.

De EU is mede onder sterke Amerikaanse druk met Turkije in zee gegaan vanwege de geopolitieke en strategische belangen. Ook was Brussel niet ongevoelig voor een groeimarkt van 85 miljoen consumenten. Inmiddels hebben Europese regeringen echter vooral oog voor hun kiezers, die zich van de EU afkeren en er zeker geen nieuwe landen meer bij willen. Eerst moet de financiële crisis worden opgelost. Ook daarna lijkt er bij landen als Frankrijk en Duitsland weinig animo voor toelating van een groot land als Turkije, waar ze dan de oppermacht in Europa mee zouden moeten delen. Daarnaast zijn Europese leiders beducht om de EU te laten grenzen aan conflictlanden als Irak, Syrië en Iran.

Ondanks de uitzichtloze situatie hebben beide partijen er belang bij de stekker er niet eenzijdig uit te trekken. Niemand wil de schuld van de mislukking op zich laden. Turkije ontleent bovendien belangrijke voordelen aan het kandidaat-lidmaatschap: jaarlijks bijna negenhonderd miljoen euro subsidie en een verhoogde politieke status in de regio.

De onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de EU zijn een farce. Beide partijen vertonen een schokkend gebrek aan oprechtheid. Tenzij er een politiek wonder gebeurt, zal het proces zich eindeloos voortslepen. Maar een land kan niet tot sint-juttemis kandidaat zijn. Door het groeiende wederzijdse wantrouwen slaat de formele toenadering nu al om in feitelijke verwijdering. Zolang de diepere politieke wil ontbreekt, is het beter de zogenaamde onderhandelingen gezamenlijk te bevriezen en op alternatieve wijze warme economische en politieke relaties te onderhouden.

Het is de hoogste tijd voor een fundamentele herbezinning op deze schadelijke schijnvertoning. In Europa en dus ook in Nederland.

undefined

Meer over