Neubrandenburg

Toeristisch Duitsland staat dit jaar in het teken van 'de charmante, romantische stadjes met veel cultuurschatten en vaak een prachtige omgeving'....

'Ik zal nooit het vriendelijke stadje Neubrandenburg vergeten, met zijn schone straten, zijn prachtige kerk, met zijn groene eikenkrans, zijn pronkend beukenloof', schreef de Duitse volksschrijver Fritz Reuter toen hij in 1863 naar elders verhuisde. Zeven jaar had hij in Neubrandenburg gewoond en het provinciestadje was hem aan het hart gebakken.

Het regent, de wolken hangen laag en de lucht is grauw. Toegegeven, op zulke dagen zien stadjes er al gauw wat minder vriendelijk uit dan in het zonlicht. Ook in Mecklenburg-Vorpommern. Maar het regent ook weer niet zo onstuimig dat Reuters stadje zich een dagje schuil houdt. Dus: waar is dat vriendelijke stadje met zijn eikenkrans en beukenloof?

Helaas, dat stadje is achtergebleven in de 20ste eeuw. Het bestond tot 29 april 1945. Die dag trokken Russische troepen binnen en veranderden 80 procent van de binnenstad - waaronder het paleis en het raadhuis - in een ruïne. Dat de middeleeuwse ommuring en de vier stadspoorten tamelijk ongeschonden die noodlottige aprildag overleefden, mag een wonder heten.

In het Oost-Duitsland van de jaren vijftig betekende wederopbouw vaak weinig goeds. Wonen, dat kwam neer op vier muren en een dak. En met z'n allen wonen had simpelweg langere muren en een langer dak tot gevolg. Misbaksels waarvoor het begrip 'woonkazerne' werd uitgevonden. Of misschien was het woord er al eerder en lieten de Oost-Duitse bouwmeesters er zich door inspireren.

Neubrandenburg werd vanaf 1952 volgestopt met dergelijke woonkazernes. Saaie, grauwe leefblokken in saaie, kaarsrechte straten. En af en toe een vierkant plein, misschien bedoeld om de saaiheid te doorbreken, maar met averechts effect. Reuters stadje promoveerde tot districtshoofdstad en kreeg een industriële functie toegewezen, ook al lag het in een agrarisch gebied. (Overigens ging een aantal van die op socialistische leest geschoeide bedrijven na de Wende in rap tempo te gronde wegens gebrek aan efficiency.)

Met andere woorden: wie in de buurt van Neubrandenburg komt, rijdt er in een grote boog omheen?

Helemaal niet!

Zo vaak doet zich niet de kans voor een DDR-kern te bekijken die in een eeuwenoud omhulsel is opgesloten. Aan de buitenkant is Neubrandenburg middeleeuws en binnenin is het het voorbeeld van een Oost-Duitse stad uit de jaren vijftig. Twee uitersten die elkaar heel dicht op de huid zitten en er - zo te zien - het beste van proberen te maken. Zo zijn de DDR-huizen die vrijwel tegen de stadsmuur aanliggen, in aangename pasteltinten geverfd. Wat trouwens het contrast met de dieper in het centrum gelegen woonblokken wel weer verscherpt.

In 1248 stichtte de Brandenburgse graaf Johann I op de noordelijke oever van het Tollensemeer, waar handelsroutes elkaar kruisten, het stadje Neubrandenburg. Lang had het geslacht Brandenburg er geen plezier van want binnen vijftig jaar eigenden de vorsten van Mecklenburg zich de plaats toe en vandaag de dag is Neubrandenburg nog steeds Mecklenburgs.

Onder de Mecklenburgers ontstond ook rond 1300 de verdedigingsmuur die geleidelijk werd uitgebreid met vier stadspoorten en de zogenoemde Wiekhuizen. Dat waren huisjes die tegen de muur 'hingen' en waarin overwegend soldaten en poortwachters woonden en later ook handwerkslieden. Van de 56 huisjes hebben er 25 alle stadsbranden, pestepidemieën en oorlogen overleefd. Ze zijn opgeknapt en voorzien van vakwerk; sommige zijn te huur als vakantieverblijf.

Meer dan de moeite waard zijn de vier poorten, allemaal van verschillende leeftijd, maar allemaal prachtige voorbeelden van Noord-Duitse baksteengotiek.

De oudste is de Friedländerpoort aan de noordoost-kant, vrijwel net zo oud als de muur zelf. De jongste is de Nieuwe Toren, aan de oostzijde, uit de 15de eeuw. De mooiste is de Stargardertoren aan de zuidelijke kant, die alles weg heeft van een reusachtig orgel. En de hoogste is met 32 meter de Treptowerpoort, in het westelijk deel.

Zelfs in de regen boezemen ze ontzag in.

Wat ook het interieur van de Mariakerk doet, in het hart van Neubrandenburg. Op 13 juli 2001 begon deze hallenkerk die in april 1945 helemaal uitbrandde, aan een tweede leven: als concertzaal. De stad schreef een paar jaar terug een internationale ontwerpwedstrijd uit die werd gewonnen door de Finse architect Pekka Salminen. Hij heeft er iets heel bijzonders van gemaakt, zo bijzonder dat je entree moet betalen om even binnen rond te kijken. Maar het is die ene euro meer dan waard.

Meer over