Netwerk Europa

Engeland beleeft een bloei van denktanks die door hun nauwe contacten met alle sectoren van de maatschappij goed aanvoelen wat er gaande is....

'VOEDT ONS met nieuwe ideeën', riep PvdA-voorzitter Marijke van Hees twee weken geleden op het 'Kennisfestival' van de partij. Overal worden creatieve jongeren gezocht. In het bedrijfsleven, de media, aan de universiteiten en vooral in de politiek. Maar het wil niet goed lukken. Het zo verfrissend lijkende Niet Nix kon de Partij van de Arbeid niet overtuigen en hief zichzelf op. Had de jeugd niet genoeg te bieden, verkocht ze hete lucht of begrepen de regenten niet dat in de nieuwe wereld ook de realiteit is veranderd?

De oprichters van Niet Nix, Lennart Booij en Erik van Bruggen, zijn, passend in de tijdgeest, ondernemer geworden. Zij begonnen een adviesbureau, gespecialiseerd in veranderingsprocessen. Maar ze blijven zoeken: 'De zoektocht is voor ons belangrijker dan het doel', zegt Booij. In Amerika en Engeland dwongen Ronald Reagan en Margaret Thatcher de oppositie tot zelfonderzoek. Maar in Nederland was die noodzaak er voor de PvdA niet, stelt hij somber vast. 'Er is geen visie, omdat men het niet nodig vond de onderliggende waarden te zoeken en uit te dragen.'

In een poging tot publiek debat zal het duo dit jaar bij De Bezige Bij een reeks tijdsdocumenten lanceren die ook bijdragen uit Amerika en Engeland zullen bevatten. 'Daar komen op het ogenblik de meeste ideeën vandaan.'

Voorbeelden in Engeland zijn Demos en The Foreign Policy Centre, waar de gemiddelde leeftijd van de onderzoekers onder de dertig ligt. Demos werd zeven jaar geleden opgericht door een paar voormalige marxisten die vaststelden dat Margaret Thatcher niet alleen verderf had gezaaid. Zij had Engeland met het doorbreken van monopolies, de privatisering en het terugdringen van de overheid wel degelijk nieuwe energie geschonken. Tony Blair liet zich door Demos, 'mijn geliefde denktank', inspireren en nam de nu 37-jarige oprichter Geoff Mulgan mee naar Downing Street. Zijn opvolger, de 26-jarige Tom Bentley, was adviseur van de minister van Onderwijs.

Bentley is gefascineerd door de vraag hoe het onderwijs hervormd moet worden nu 'voor het eerst in de geschiedenis kennis de belangrijkste bron voor economische productie is.' Bentley, schrijver van Learning beyond the Classroom, is ervan overtuigd dat het er niet meer om draait wat studenten weten, maar hoe ze hun kennis gebruiken. 'Wat is creativiteit? Hoe leer je creatief zijn?' De school, denkt hij, zal een totaal andere plaats in de samenleving krijgen.

Onder Bentley's leiding probeert Demos een einde te maken aan de 'incestueuze' verhouding met Labour door zich volledig onafhankelijk, buiten de partij, ('de enige manier') op te stellen en toch nog invloed te blijven uitoefenen. Simpel is dat niet, omdat de regering-Blair na de vliegende start liever wil consolideren dan vernieuwen.

Demos wordt steeds kritischer op het regeringsbeleid en gelooft dat als de geschiedenis van de huidige regering geschreven zal worden, die geschiedenis er, zoals Demos-medewerker Tom Hampson zegt, 'aardig schizofreen' uit zal zien. Enerzijds zie je een bewonderenswaardige nieuwe aanpak op vele fronten en anderzijds lijkt het of de problemen alleen maar groter worden. Ondanks de strijd tegen armoede is de kloof tussen rijk en arm breder geworden. Etnische minderheden zijn beter in het parlement vertegenwoordigd, maar steeds weer zijn er racistische uitwassen.

Demos probeert taboes te doorbreken en geeft graag toe dat het aan de rechtse Republikeinen in Amerika te danken is geweest dat het gezin weer op de agenda van links staat; althans in Engeland. 'Maar wel in een nieuwe context.' Komende maand publiceert de rechtse filosoof Roger Scruton, die door VPRO's Wim Kayzer in Nederland werd geïntroduceerd, bij Demos een pleidooi voor het platteland en de vossenjacht. Een voormalig Conservatief minister is gevraagd zijn hervormingsplannen voor de National Health Service te verkondigen. Uitgangspunt is het aanwakkeren van het publiek debat.

Demos werkt samen met zowel overheidsinstellingen en stichtingen als met het bedrijfsleven. Een bank is de hoofdsponsor van een groot project over de eisen die aan allochtonen gesteld worden in de snel veranderende samenleving.

Directeur Tom Bentley meent dat denktanks vanwege hun nauwe contacten met alle sectoren van de maatschappij vaak beter dan universiteiten aanvoelen wat er gaande is. 'Als je kijkt waar nieuwe kennis ontstaat, dan moet je vaststellen dat universiteiten niet de meest dynamische centra zijn.' De bloei van de denktanks beschouwt Bentley als een direct resultaat van de kennis-economie. 'Kolen en staal zijn niet meer de drijfveren van de economie, maar kennis.'

'Hoe boeiend de denktanks ook zijn', zegt Hampson, 'de grote schat aan informatie en kennis zit bij de universiteiten. Decennialang hebben zij bijvoorbeeld regeringen verteld wat er met het onderwijs moet gebeuren en nooit is naar hen geluisterd. Dat is heel ontmoedigend, zeker als dat nu ook gebeurt bij Blair. Veel academici zijn in hem teleurgesteld.'

Mark Leonard, de 25-jarige directeur van het Foreign Policy Centre, wijt de moeilijke relatie vooral aan de traditionele opvatting over de taak van de academicus. 'Die is analyserend en niet direct gericht op het maken van handzaam beleid. Dus ontstond een gat en daar sprongen wij met onze denktanks in.' Leonard, verzot op discussies over de gevolgen van mondialisering en nieuwe technologie voor de kunst en het maatschappelijk engagement, vindt dat ijdele academici vaak veel te snel beledigd zijn.

'Zij ontwikkelen een theorie en die moet dan tot dogma worden verheven. Maar Blair werkt heel anders. Hij kijkt rond, haalt een succesformule voor het onderwijs uit Australië, ideeën over flexibiliteit op de arbeidsmarkt uit Nederland en een project tot bestrijding van de sociale uitsluiting uit Amerika. Het is pick-and-mix. Van alles wat. En als het niet lukt, stap je over op iemand anders. Blair laat ideeënmakers ook snel vallen. Maar altijd uitgaande van de waarden waarvoor hij vecht. Het doel kan de middelen heiligen. Zo creëert hij ruimte voor debat.'

Het leentjebuur spelen, zelfs bij politieke vijanden, maakt het echter voor voor velen in de Labour Party moeilijk te blijven geloven dat Blair, zoals Leonard zegt, de principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap niet verloochent. 'Het begrip gelijkheid is heel complex. Te veel mensen aan de onderkant vallen uit de boot. Maar het is ook slecht als aan de bovenkant mensen zich van de samenleving distantiëren. Iedereen behoort bij de samenleving betrokken te worden, maar een maatschappij heeft vanwege de dynamiek een zekere ongelijkheid nodig.

'Vroeger werkte Labour volgens vaste structuren: nationalisering van grote bedrijven, hoge belastingen, nivellering en veel overheid. Dat was de oplossing en daar mocht je niet aan tornen. Die tijd is voorbij. Je moet je afvragen wat de mensen zelf willen, je moet je richten op de consument. Niet, zoals vroeger, doen wat de partijactivisten willen. De regering moet zelf haar beleid bepalen en uiteenzetten wat haar doel en haar waarden zijn. Bij verkiezingen wordt zij op haar daden afgerekend.

'Voor het eerst in vijftig jaar durft een leider van de Labour Party over waarden te spreken. En dan vind ik het vreemd als men zegt dat Blair geen visie heeft. Vroeger werd je lid van een politieke partij om te weten wat er in de wereld gebeurde en om die wereld te veranderen. Vorming en informatie krijg je nu via de televisie en internet, niet meer via de partij. De partijleden zijn niet meer representatief voor wat leeft in de maatschappij. Het is lastig dat duidelijk te maken. De rol van een politieke partij zal opnieuw gedefinieerd moeten worden. We zijn er niet uit. Ook voor denktanks ligt hier een taak.'

Mark Leonard werkte twee jaar als onderzoeker bij Demos. Anderhalf jaar geleden vroeg Blair hem het Foreign Policy Centre op te richten. Blair werd beschermheer, de minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, voorzitter. 'Mijn opdracht is de rol van Groot-Brittannië in de wereld helemaal herijken. Je moet niet meer, zoals vroeger, bij buitenlandse zaken denken aan de verhouding tussen regeringen, maar je moet ook bedrijven, non-gouvernementele organisaties, belangengroepen, de etnische minderheden, de media, de kunst, de publieke opinie, ja eigenlijk alles erbij betrekken. Engeland kan de ruzie met Frankrijk over het verbod op import van Brits rundvlees niet alleen oplossen door ministers en experts met elkaar te laten praten. Je moet de Franse publieke opinie bewerken, zorgen dat de Fransen je vertrouwen.'

Het probleem van deze nieuwe aanpak is dat het heel lastig is alle spelers en belanghebbenden bij elkaar te brengen en te 'linken'. 'Relaties met Rusland kun je niet meer laten bestuderen door de traditionele Ruslandkenners. Wie aan Rusland denkt, ziet meteen een heel arsenaal van problemen voor zich; van Tsjetsjenië tot vrouwenhandel. Rusland wordt daarom ook een binnenlandse aangelegenheid.'

Twee eeuwen lang heeft Engeland, volgens de principes van Machiavelli, in eigen land de morele waarden van goed en slecht gehanteerd. Maar in de relaties met het buitenland ging het om macht en eigenbelang. Dan golden, betoogt Leonard, de binnenlandse spelregels niet. Maar Engeland is geen imperiale macht meer, het is een gewoon middelgroot land geworden. Het zal als andere middelgrote landen, Zweden, Canada en Nederland, waar dat debat allang gaande is, nieuwe normen en waarden met betrekking tot het buitenland moeten vinden. Robin Cook spreekt over 'ethisch buitenlands beleid'.

De mooie woorden zijn door veel commentatoren met cynisme begroet. Leonard: 'Ik wil niet als His Master's Voice klinken, de regering heeft ook zeker niet overal even ethisch gehandeld, maar neem Tsjetsjenië. De schending van mensenrechten is erger dan in Kosovo. Maar ingrijpen was vragen om een Derde Wereldoorlog. Ethiek zonder realisme is zinloos. Kennedy sprak over ''idealisme zonder illusies''.'

Twee jaar geleden schreef Leonard voor Demos een uitdagende brochure over de Britse identiteit. Margaret Thatcher had weliswaar na jaren van twijfel en depressie Engeland, aldus Leonard, weer zelfvertrouwen gegeven, maar het was een zelfvertrouwen gebaseerd op nostalgie. Een nieuwe identiteit was nodig, een beeld dat brak met het Britse imago van arrogantie, achterlijkheid en hooligans. Kunst en cultuur; mode en muziek ('We export more heavy metal than hot steel'); wetenschap en ideeën moesten onderdeel worden van het nieuwe imago. 'Niet meer alleen omwille van de kunst een grote tentoonstelling organiseren in Tokio of Berlijn, nee, die tentoonstelling gebruiken als uitdrager van het moderne Groot-Brittannië.' Ook de BBC heeft daarin een taak.

Dus een vorm van neokolonialisme? 'Nee, absoluut niet. Nee, geen Britse propaganda. Britse betrouwbaarheid.'

Landen kunnen veel leren van multinationals als Shell, Sony of Adidas. Evenals de grote wereldconcerns moeten zij werken aan hun brand, hun handelsmerk. Ierland ('the Celtic Tiger') en Spanje zijn er verrassend knap in geslaagd zich een sterk imago als dynamische, moderne maatschappij te verwerven. Dat trekt investeringen, bevordert de export en schept vertrouwen. De concurrentie tussen landen zal eerder toe- dan afnemen.

In de brochure Trading Identities, uitgegeven door het Foreign Policy Centre, beschrijft de branding-consultant Wally Olins hoe bedrijven en landen langzamerhand elkaars rol overnemen. De staat verliest macht, terwijl de multinational steeds meer invloed en verantwoordelijkheid krijgt. Als Shell zich niet correct gedraagt, rekent de consument - niet de regering - met hem af. Bedrijven en landen kunnen kennelijk zo veel van elkaar leren dat in een Demos-brochure Engeland niet een ander land (met een mooi poldermodel) als lichtend voorbeeld wordt gegeven, maar Silicon Valley, het symbool van de nieuwe economie.

Ondanks de mondialisering en het verlies van soevereiniteit blijven de natiestaten bestaan. De Europese Unie heeft de nationale staat niet, zoals vaak beweerd wordt, uitgehold, maar nieuw leven gegeven. Zij heeft de nationale identiteit versterkt.

Het wordt steeds duidelijker, meent Mark Leonard, die in Brussel op school zat, dat Europa niet zal veranderen in één grote federale superstaat. Het is een achterhaald idee. Ouderwets en onwerkbaar. Maar Europa mag ook niet verworden tot een kale vrijhandelsmarkt. Europa zal wel degelijk moeten integreren en Europese normen en waarden ontwikkelen. De Europese burger zal moeten geloven in de Europese droom, schrijft Leonard in zijn door Tony Blair geprezen boekje Network Europe. Er is behoefte aan een nieuw model. Hij stelt vast dat het grote succes van de Europese Unie het netwerk is. Europa zal zich ook officieel als een geïntegreerd netwerk moeten ontwikkelen.

Leonards voorbeeld is de Visa-creditcard. In plaats van een nieuw wereldomvattend concern ontwikkelde Visa een organisatie waar iedere bestaande bank zich, als mede-eigenaar, bij kon aansluiten. Alle macht moest gelijkelijk worden verdeeld en niemand mocht in zijn eentje de besluitvorming tegenhouden. Volgens dit principe was er ruimte voor flexibiliteit, verandering en aanpassing. De banken dragen eensgezind de Visa-gedachte uit, maar kunnen toch onderling concurrereren. De 350 miljoen Visa-kaarthouders zijn goed voor jaarlijkse transacties van meer dan duizend miljard gulden, aanzienlijk meer dan wat de Europese Unie te besteden heeft. Er zijn één centraal en twintig regionale kantoren, met in totaal slechts drieduizend werknemers.

Op de kaft van 'Network Europe' staat de plattegrond van het Londense metronet met als stations: Assemblée Nationale, Folketing, Lagerhuis; en op de knooppunten: Europese Raad, Europese Commissie en Europees Parlement.

Allemaal ideeën vol jeugdige, radicale en vaak a-historische overmoed? Wie zal het zeggen? Tom Hampson van Demos: 'Jong zijn heeft grote voordelen. Het nadeel is dat we niet van onze fouten hebben kunnen leren.'

Lennart Booij zou in Nederland een denktank willen opzetten, te vergelijken met Demos en The Foreign Policy Centre in Engeland. 'Voor ons', zegt hij, 'doet de leeftijd er niet zo toe. Wij willen een politiek-cultureel platform van internet-ondernemers, denkers, nieuwe-economen, filmers; een voorhoede die er nu niet is.'

Meer over