Nervositeit in de goudmijn Welvaart is het sleutelwoord, en iedereen wil profiteren

De bouw van het Olympisch paradijs is in de eindfase beland. Alles komt op tijd klaar, zegt het organisatiecomité ACOG, ruim vóór de openingsceremonie van de Spelen op vrijdag 19 juli....

TIM OVERDIEK

DE KLEINE grasmat vlak voorbij de eindstreep van de Olympische atletiekbaan ligt zich stierlijk te vervelen. Het is een in het oog springend uitstulpsel, dat zich notabene vlak onder de hoofdtribune bevindt. Graspollen banen zich er onbedreigd een weg, waar elk ander detail in het immense stadion juist volgens een nauwkeurig plan is afgewerkt.

Het onverholen stukje grond vormt de vooruitgeworpen erfenis van een megalomaan evenement dat met rasse schreden nadert. Het Olympisch stadion ondergaat na afloop van de Zomerspelen een subtiele metamorfose. Inkrimping van het uitgestrekte sportpark tot een intiemer honkbalstadion zal voor de gemiddelde Amerikaan een heel wat vertrouwder beeld opleveren.

En dat verloren lapje gras zal dan de onbetekenende status verruilen voor een cruciale functie, zijnde het gebied waar de slagman tracht de op hem afgevuurde bal het stadion uit te meppen. Homeplate. Het is de heilige grond van Atlanta Braves, regerend 'wereldkampioen' van Amerika en nu nog geduldig buurman van het Olympisch hoofdkwartier. Het oude stadion wordt na de verhuizing afgebroken.

Olympische Spelen zijn in de Verenigde Staten bovenal een sprookjesachtig fenomeen, dat om de vier jaar een welkome onderbreking vormt van de ononderbroken cyclus met honkbal, American football, basketbal en ijshockey. In Atlanta is dat niet anders. Sinds 18 september 1990 kijken organisator Billy Payne en zijn vazallen weliswaar reikhalzend uit naar het moment waarop het Olympisch vuur wordt ontstoken, de Braves, Falcons en Hawks bepalen onverminderd de stedelijke sporttrots.

De plaatselijke krant verzorgt al maanden achtereen stoomcursussen voor niet-Olympiërs onder de lezerskring, wier geheugen na Barcelona '92 hoognodig moet worden opgefrist. Het Dream Team alsmede Carl Lewis en zijn kornuiten kent natuurlijk iedereen, maar behalve basketbal en atletiek wordt er ook gehandbald, gevolleybald en getafeltennist. En wat te denken van kano, veldhockey en handboogschieten? De Olympische passanten weten zich even gevangen in de media-attentie, waarna ze voor weer vier jaar naar hun aloude anonimiteit worden verbannen.

Die verwarrende symbiose van Amerikaanse en Olympische sport wordt fijntjes aangetooond in het Olympisch stadion, dat in wezen twee ineen geschoven sportparken blijkt te zijn. Een met elkaar verweven tegenstrijdigheid, waarbij de een de ander omwille van de goede zaak gedoogt. Want de Spelen bieden Atlanta meer dan Olympische roem. Welvaart is het sleutelwoord, en iedereen wil ervan profiteren.

De bouw van het paradijs - voor eenieder toegankelijk mits er grif voor betaald wordt - is in de finale fase beland. En pijnlijk duidelijk wordt nu de onderschatting waarmee organisatiecomité ACOG op een veel te laat tijdstip het karwei is aangegaan. Natuurlijk, de openingsceremonie vormt op vrijdag 19 juli de opmaat voor twee weken sportieve strijd die exact volgens plan zal worden afgewerkt. De Spelen vinden doorgang.

Maar de ongekende spoed waarmee vertragingen dienen te worden weggewist, heeft een vervaarlijk karakter dat volgens ingewijden dan toch eindelijk zelfs bij ACOG tot nervositeit heeft geleid. Niet dat die vrees voor de schreeuwende deadline officieel naar buiten toe wordt kenbaar gemaakt. Integendeel, alles komt dik voor elkaar, er zijn geen problemen, het geld is op een fractie na binnen en, kortom, het worden de beste moderne Olympische Spelen in de honderdjarige geschiedenis.

Eerder deze week kon ook het Internationaal Olympisch Comité er niet omheen. Knarsetandend werd gedurende de afgelopen zes jaar geconstateerd dat van het oorspronkelijke bidbook bar weinig was overgebleven, dat keiharde beloftes werden gebroken en dat het allemaal een tikkeltje duurder werd dan was voorspeld. Het aanvankelijke budget van een half miljard dollar werd telkens bijgesteld. Tot het huidige, definitieve, bedrag van 1.705.200 dollar, een kleine 2,9 miljard gulden.

Aangevoerd door de hoogste Olympische baas, Juan Antonio Samaranch, gaf het IOC zijn fiat. Atlanta heeft formeel aan alle voorwaarden voldaan om het eeuwige vuur in de (nog te bouwen) toren te mogen ontsteken. De Olympische vlam is al geruime tijd onderweg, nadat de oversteek vanuit Griekenland naar Los Angeles werd gemaakt. De vlam ging al een keertje uit, de toorts denderde uit de handen van een drager, en met de grootste voorzichtigheid worden politieke complicaties bij de diverse aanlegplaatsen in den lande vermeden. Hetgeen allemaal niet meevalt.

Een zware delegatie hoogwaardigheidsbekleders, onder wie de Amerikaanse vice-president Al Gore, was een week geleden bijeen om de officiële opening van het Olympisch stadion op te luisteren. Zonder uitzondering werd de loftrompet gestoken over de geweldige vorderingen in Atlanta, maar achter de schermen werd enige verontrusting uitgesproken die met de bekende zuidelijke 'what, us worry?'-mentaliteit van Billy Payne werd weggewoven.

ENKELE DAGEN voordien waren de internationale media voor het eerst toegelaten tot het Olympisch stadion. Behalve een rondgang langs (pas voor de helft verhuurde) vip-loges, door straks ontoegankelijke catacomben en over het Olympisch tartan werd ook even stil gestaan bij een plakkaat ter nagedachtenis aan Jack Falls, de metaalbewerker die op 20 maart van het afgelopen jaar om het leven kwam toen een lichtmast naar beneden stortte. Toch een mooi gebaar, benadrukt de gids.

Dat ACOG wordt achtervolgd met een eis tot schadevergoeding door de familie, is een onmogelijk onderwerp van gesprek. Ook over een juridisch conflict met de stadionontwerpers over onbetaalde overuren wordt hardnekkig gezwegen. AGOG heeft op zijn beurt de bouwers gedaagd wegens onvoorziene kosten en grove nalatigheid. Beider inzet: zes miljoen dollar.

Elkaar voor de rechter slepen is in de Amerikaanse bouwwereld zo'n beetje usance, maar met grote opluchting werd afgelopen maandag kennis genomen van het besluit van de rechter om pas begin volgend jaar de kwestie in de rechtszaal uit te mogen vechten. Het scheelt een hoop internationaal gezichtsverlies.

Geld, veiligheid, verkeersopstoppingen en het warme weer zijn de vier voornaamste potentiële spelbrekers. In hun donkere kostuums zullen de sport- en regeringsleiders er zaterdag zwaar zwetend het hunne van hebben gedacht, met een temperatuur die rond de 35 graden celsius lag. Payne gaf wijselijk geen krimp. Hij had het klimaat per slot van rekening met een weergaloze boerenslimheid gebagatelliseerd door een zomerse temperatuur van 20 graden celsius aan te kondigen. Dat het om een etmaal-gemiddelde ging, met afkoeling in de nacht, was iets dat hij er slechts bij had gedacht.

En niemand van het IOC die er doorheen had geprikt. Afgelopen week wist iedereen beter. De verschrikte atleten die deelnamen aan de Grand Prix-wedstrijden uitten hun bezorgdheid, zeker gezien de luchtvochtigheid die straks vele malen hoger zal zijn. Richard Pound drong er als voorzitter van de IOC-coördinatiecommissie op aan om meer beschuttingen op te trekken voor sporters die langere tijd aan de brandende zon worden blootgesteld.

Het zijn dergelijke, op zich betrekkelijk kleine aanpassingen die de indruk versterken en het wantrouwen voeden dat Atlanta nog lang niet klaar is. Generale repetities waarin feitelijk niets meer fout mag gaan, blijken pas de eerste serieuze testen aan de hand waarvan voortdurend bijstellingen plaatsvinden. Verfijning, heet het in de ACOG-terminologie.

Zo moest tot twee keer toe een nieuwe toplaag worden gelegd in het stadion van Clark Atlanta University waar straks het Olympisch hockey plaatsheeft. Normaliter het domein van het plaatselijke American football-team, verrees op de oude fundamenten spiksplinternieuwe tribunes die plaats bieden aan vijftienduizend toeschouwers. Het ziet er allemaal schitterend uit, maar tot weerzin van de internationale hockeyfederatie bleek het astroturf te hard en derhalve ongeschikt. Onlangs besloot ACOG alsnog tot een kostbare vervanging van de ondergrond.

Sommige Amerikaanse sportbonden hebben er een handje van de beschuldigende vinger uit te steken naar het buitenland, wanneer het aankomt op dopingschandalen. De Chinese zwemmers zijn zeer verdachte sujetten voor Atlanta, evenals de volgelingen van atletiekcoach Ma Junren. Maar het waren notabene de, evenzeer door Amerika gewantrouwde, Russen die onlangs hun verbolgenheid onder woorden brachten waar het de afwezigheid van een Olympisch laboratorium betreft.

Het ziet er niet naar uit dat het dopinglab vóór eind juni gereed zal zijn, laat staan officieel getest kan worden door het IOC. De verwachting is dat voor het controleren van de duizenden urinemonsters zal worden uitgeweken naar andere laboratoria, die wel over de vereiste licentie beschikken. IOC-bestuurder Pound is die uitwijkmogelijkheid aan het voorbereiden.

En zo sukkelt ACOG van de ene naar de andere noodsituatie, bedient het organisatiecomité zich voortdurend van zalvende woorden, sussende excuses en hoopt het op vrijdag 19 juli alles voor elkaar te hebben. De verkeersproblematiek is eveneens een kwestie van bidden tot alle denkbare goden dat alles mee zal vallen. Bedrijven buigen zich over aangepaste werkschema's, waarbij het personeel extra vroeg in de ochtend begint en ruimschoots voor de avondspits weer naar huis wordt gestuurd.

Samaranch en Payne benadrukten gezamenlijk en met heimelijke opluchting dat veiligheid buiten hun verantwoordelijkheid valt. Gore draagt die zware last. Hij heeft onder meer elfduizend federale agenten ingeschakeld. Het komt erop neer dat iedere atleet bij wijze van spreken minimaal één bewaker naast zich weet. Al maanden wordt koortsachtig elk mogelijk terroristisch complot bestudeerd.

Er wordt werkelijk niets aan het toeval overgelaten. Afgelopen maand rees het vermoeden dat een militia-groep in Atlanta zich aan het voorbereiden was op een Olympische aanslag. Twee mannen hadden in hun schuur explosieven vervaardigd en terloops over Atlanta gesproken, zo registreerde de FBI met behulp van afluisterapparatuur. Uiteindelijk werd er geen bewijs in deze richting gevonden, maar het geeft aan hoezeer de Amerikaanse politie op haar hoede is.

Voor de totale veiligheidsoperatie is ongeveer 115 miljoen gulden uitgetrokken, hetgeen ongeveer een derde is wat de overheid aan ondersteunende fondsen voor Atlanta '96 heeft vrijgemaakt. De regering heeft zelfs een garantie voor een eventueel verlies afgegeven, maar het is uitgesloten dat daarvan gebruik wordt gemaakt, aldus ACOG-bestuurder Andrew Young. 'In dat geval worden we opgehangen.'

HET ZOU WAT ZIJN, mocht straks blijken dat met een negatief saldo de meest commerciële Spelen ooit worden afgesloten. ACOG ging en gaat er prat op met particuliere gelden het eeuwfeest mogelijk te hebben gemaakt. Maar de oorspronkelijk beoogde winst van 156 miljoen dollar werd al snel teruggeschroefd tot een gehoopt surplus van 60 miljoen. En nu is de organisatie al dik tevreden als een sluitende begroting kan worden gepresenteerd.

Er is nog altijd een tekort van circa 150 miljoen dollar, maar Payne c.s. zijn ervan overtuigd dat het ontbrekende geld zal worden opgehoest uit de verkoop van souvenirs en het restant toegangskaarten dat vlak voor de Spelen op de markt komt. In toenemende mate is Payne zich gaan ergeren aan de brede scepsis over de financiële huishouding, die in zijn ogen juist het pronkstuk van zijn uitgekomen droom vormt.

Per slot van rekening zal Atlanta zich de komende jaren kunnen verlekkeren aan alle accommodaties die door ACOG na het doven van de vlam op zondag 4 augustus worden overgedragen. De economie is de werkelijke kampioen in de stad die zich toch al in een stormachtige opwaartse spiraal mag verheugen. De Olympische Spelen zijn de goudmijn voor Atlanta, waar volgens Payne alle burgers, zwart en blank, de handen ineen hebben geslagen.

Maar dat valt nog te bezien.

Verscholen in een hoek, half bedekt onder een stapel tweedehands spijkerbroeken die bestemd zijn voor de daklozen van Atlanta, ligt een gigantische rode ronde pop te wachten op actie. Het strijdperk is minder dan een kilometer verwijderd van de schuilplek waar de geduldige soldaat zich tijdelijk ophoudt.

Spoilsport is de ludiek bedoelde naam van de activist, die in tijden van 'oorlog' zwarte gevechtslaarzen krijgt aangetrokken. De schuilplek is het daklozencentrum, het strijdperk beslaat het uitgestrekte gedeelte van Atlanta waar de Zomerspelen zich zullen voltrekken.

DE VIJAND is het organisatie-comité ACOG en de gemeentelijke overheid, wier Olympisch avontuur de minder bedeelden van Atlanta behoorlijk in het verkeerde keelgat is geschoten. 'Raciale harmonie, economische voorspoed, breek me de bek niet open', smaalt Josh Reynolds, geestelijk vader van de protestpop en actief voor het Taskforce for the Homeless.

Spoilsport werd in het leven geroepen als zogenaamd halfzusje van Izzy, de felblauwe Olympische mascotte. Spoilsport bezit volgens de mare de hersenen in de familie, maar had de pech door ACOG op straat te zijn gegooid om plaats te maken voor bezoekers die tijdens de Spelen bereid zijn exorbitante huren te betalen. Izzy is een aardige jongen, maar heeft geen idee wat er werkelijk gebeurt. Spoilsport is boos en gaat op pad om de wereld te vertellen welk onrecht er in Atlanta plaatsheeft.

ACOG en de stad Atlanta laten geen gelegenheid voorbij gaan om te wijzen op de renovatie van arme buurten, hetgeen een direct gevolg zou zijn van de financiële injectie sinds de komst van de Spelen. Maar volgens Reynolds zijn de opknapbeurt en bouw van een dertigtal woningen niet meer dan een sluier voor de werkelijke problemen. 'Een showcase. Bijna tienduizend mensen zijn al dan niet tijdelijk uit hun woning gezet, en het is zeer de vraag of zij er na de Olympische Spelen kunnen terugkeren.'

De Friends of Spoilsport bereiden een rechtszaak tegen de stad voor, aangezien de daklozen door allerlei gemeentelijke verordeningen min of meer 'vrij wild' zijn geworden. Iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats kan straks worden gearresteerd omdat hij of zij zich ophoudt binnen de Olympische ring. Het is volgens Reynolds een schending van de grondwet, en zijn organisatie wil er alles aan doen een herhaling van 'Los Angeles '84' te voorkomen. Daar werd de complete woonwijk Watts ontruimd.

Jill is al sinds 1989 dakloos, nadat een ongeluk op zijn werk, 'en wat andere persoonlijke probleempjes', tot het verlies van huis en gezin leidde. Hij heeft het aanbod van Fulton County even in overweging genomen, maar onmiddellijk verworpen. Deze buurt in Atlanta stelt buskaartjes ter beschikking, gratis en voor welke bestemming dan ook. Het gaat om een enkele reis welteverstaan.

'Ik ben onlangs aangehouden en een nacht vastgezet', zegt Jill, die op zaterdagochtend in een lange rij voor de soepkeuken zijn beurt afwacht. Hij had niets misdaan, was simpelweg op een bankje 'onder de sterren, want het was heerlijk weer' in slaap gevallen. Hij peinst er niet over Atlanta te verlaten. 'Dit is mijn thuis.' En wordt hij straks tijdens de Spelen opnieuw in de boeien geslagen, 'dan sleep ik de stad voor de rechter'.

Op nog geen steenworp afstand van de lange rij onuitgezonderd zwarte daklozen, verlaat een groepje kinderen het Coca Cola-Museum. De frisdrankenfabrikant is voor Atlanta wat Philips is voor Eindhoven. De vier jongens van pakweg twaalf jaar oud raken maar niet uitgepraat over alle verschillende smaken die ze in het museum hebben mogen proeven. Een flagranter verschil tussen arm en rijk is niet denkbaar. Nog typerender, de twee werelden lijken elkaar niet eens op te merken.

Eensgezind zijn de kinderen over de favoriete smaak. Coca Juice is het klaarblijkelijk helemaal. En waar het naar smaakt? Naar Pepsi.

Meer over