Nepbedelaars verpesten de markt voor Marokko’s armsten

Met bedelen kun je goud geld verdienen in Marokko. Zeker als je een kind bij je hebt. Kindermakelaars verdienen er het meest aan, armen het minst.

Van onze correspondente Greta Riemersma

Rkia Soufiani (42) uit Sidi Yahya loopt al jaren met een klein kind naast zich en een babyfles met melk in de hand te bedelen. Soms laat ze ook een medicijnendoosje zien, waarmee ze wil zeggen: ik moet dringend nieuwe medicijnen hebben, geef mij geld. Soufiani zweert dat ze de boel niet oplicht, maar ze geeft toe: ‘Je kunt dit zien als bedelen en je kunt het zien als een fulltime baan.’

Bedelen als werk, daarover heeft Le Soir vorige week een onthullend verhaal gepubliceerd. In alle grote steden van Marokko zijn makelaars aan de slag die kinderen huren van arme gezinnen en deze kinderen doorverhuren aan bedelaars. Want met een kind naast zich haalt de bedelaar meer op.

Gehandicapte kinderen doen het beter dan een gezond kind, en een viezig kind in lompen is helemaal een goudmijn. Een makelaar heeft ongeveer vier kinderen onder zijn hoede en meerdere makelaars worden weer aangestuurd door een chef. Le Soir sprak met zo’n chef, Radouane uit Casablanca, die per dag 70 euro verdient, een mega-inkomen in Marokko.

Het meisje aan de hand van Rkia Soufiani is absoluut van haarzelf, zegt ze. Maar Soufiani kent wel families die hun kinderen te huur aanbieden. Eén kind kan gemakkelijk het minimuminkomen in Marokko opleveren, 175 euro per maand. Er zijn zat families die zo leven, aldus Soufiani. ‘Je kunt wel tien kinderen krijgen, als je maar betaalt’, lacht zij.

In 2005 telde Marokko bijna 500 duizend bedelaars, blijkt uit onderzoek van het Marokkaanse ministerie van Volksgezondheid en twee landelijke hulporganisaties. Vrouwelijke bedelaars hebben vaak kinderen bij zich die jonger zijn dan 7 jaar. Van alle bedelaars huurt 15 procent wel eens een kind.

De situatie was destijds al ‘alarmerend’, aldus het rapport. Een van de meewerkende hulporganisaties, l’Entraide Nationale, kondigde een ‘adequate strategie’ aan om de situatie van deze kinderen te verbeteren. Maar intussen lijken de problemen verre van opgelost. Le Soir beschrijft een bloeiende handel in de bedelarij, waarvan de kinderverhuur een onderdeel is.

Ook de Marokkaanse televisie laat geregeld zien dat bedelen niet altijd is wat het lijkt. Er worden bedelaars getoond die na hun werkdag in een vette auto terugrijden naar een vette villa. Marokkanen waarschuwen elkaar voor nepbedelaars, die hun zuur verdiende centen niet waard zijn.

Iedere Marokkaan kent voorbeelden. Zo ligt op de markt Khabbazeh in Kenitra geregeld een man op de grond met een grote wond in zijn hals waar bloed uitkomt. Na afloop staat hij op en wisselt hij de munten die hij heeft opgehaald bij een café-eigenaar in de buurt, soms wel 40 euro per dag. Daarna veegt hij de ketchup uit zijn hals en gaat naar huis.

Tijdens religieuze feesten struikel je in Marokko over de bedelaars en plotseling hebben ze allemaal wat. De een is met infuus en al naar een bedelplaats gereden, een ander ligt op de grond met aan zijn lijf een onduidelijk zakje urine. Er zijn rolstoelbedelaars die rondrijden met een zuurstoffles, maar die wel voldoende zuurstof hebben om zichzelf kilometers voort te duwen.

‘Dat zijn mijn concurrenten, ze verpesten het voor mij’, zegt Aziz Hamidla (20), die in Rabat met zijn rolstoel op een parkeerplaats staat. Hamidla’s ledematen zijn zo verkreukeld dat iedereen kan zien dat hij echt gehandicapt is. Hamidla heeft geprobeerd kaftans te naaien, maar met zijn verdraaide handen ging dat niet. Daarom bedelt hij sinds een jaar.

Hij vermoedt dat de helft van de Marokkaanse bedelaars deze business ziet als een gemakkelijke manier om geld te verdienen. ‘Maar de rest heeft het geld zeer, zeer nodig’, zegt hij. Ook hij heeft het over een bedrag van zo’n 40 euro dat per dag kan worden opgehaald. ‘Maar dan moet je tot diep in de nacht op straat staan.’ Hoe dan ook: een hoge ambtenaar verdient minder, wat de belangstelling voor het vak verklaart.

Volgens Mohammed Bin Abdesalam (54) is een aantal dagen geleden in Rabat een bedelaar opgepakt die 350 duizend dirham, bijna 35 duizend euro, onder zijn kleren verborg. ‘Ik ken hem’, zegt hij. ‘Hij kon niet ophouden met bedelen, hij was gewend alles gratis te krijgen.’

Zelf bedelt Bin Abdesalam schuin tegenover het Marokkaanse parlement. Als de politie hem ziet, wordt hij verjaagd, want het centrum van Rabat is verboden voor bedelaars.

Bin Abdesalam zweert ook al dat hij het geld hard nodig heeft. ‘Ik zweer op Allah’, zegt hij met tranen in de ogen. ‘Het is een hard bestaan. De schaamte is het ergst. Sommige mensen bedelen om hun drugsgebruik te financieren, maar het gebeurt ook andersom: bedelaars die pillen nemen of lijm snuiven om de schaamte niet te voelen.’

Ook Zahra Elkrâki (44) begint over de schaamte. Zij woont in Khemisset, maar bedelt in Kenitra zodat ze geen bekenden tegenkomt. Haar man verliet haar toen ze bijna twee jaar geleden haar zoon kreeg. Ze zweert helemaal niets. ‘Ik doe dit om te overleven’, zegt ze. ‘Ik heb geen inkomen en ik wil niet de hoer spelen.’

Meer over