Nelson Mandela - The Greatest

Nelson Mandela wordt morgen 94. Een pacifist, maar tevens een groot boksliefhebber. 'Hij ziet het boksen als de ultieme metafoor voor het leven.'

De dochter van Nelson Mandela balt twee vuisten en begint te schaduwboksen in een opvallend vloeiende stijl. Zindzi Mandela, een 51-jarige zakenvrouw die opgroeide met haar moeder Winnie en zus Zeni in Soweto, Johannesburg, neemt een pauze en zegt: 'Ik groeide op in de wetenschap dat mijn vader een bokser was. In ons huis in Soweto stond een foto van hem waarop hij spart met de Zuid-Afrikaanse kampioen Jerry Moloi en mijn moeder en ik gingen geregeld langs in de boksschool waar hij tot zijn arrestatie jaren had getraind. Als we hem opzochten in zijn cel op Robbeneiland hadden we het geregeld over boksen en toen hij president werd, nam hij me vaak mee naar titelwedstrijden. Zelfs nu nog staat hij om vier uur in de morgen op als er in Amerika een belangrijke partij begint.'

Zijn liefde voor het boksen ontstond in zijn jeugd, vertelt Zindzi Mandela. In de velden rond het dorpje Qunu vocht haar vader, geboren op 18 juli 1918 onder zijn tribale naam

Rolihlahla, uren per dag met vuisten en stokken tegen andere jongens uit de streek Transkei. Het was een teken van mannelijkheid als je als lid van de Thembu-stam je eer kon verdedigen. Zijn strenge, sterke vader chief Henry Gadla Mphakapyiswa eiste dat ook van hem.

Van de tribale sport stokvechten naar het boksen was een natuurlijke stap. Mandela beluisterde de titelpartijen van zwarte Amerikaanse topboksers live via Radio Bantu, veelal om drie uur 's ochtends. En hij ging zelf ook boksen. Volgens Zindzi Mandela hield haar vader 'niet van het geweld, maar van de wetenschap van de sport'. Geduldig cirkelde hij rond zijn tegenstander. Pas na lang afwachten, bepaalde hij zijn strategie. Spectaculair waren zijn gevechten nooit. Daarvoor vocht Mandela niet aanvallend genoeg.

Bij het begin van de Tweede

Wereldoorlog verhuisde Mandela, vanuit de Oost-Kaap naar een van de slechtste townships van Johannesburg: Alexandra, ook wel Dark Town genoemd vanwege het gebrek aan elektriciteit en het overal loerende gevaar. Met boksen, de populairste sport onder de zwarte bevolking, ging hij gewoon door, mede om zich te kunnen verdedigen tegen tsotsis, gangsters. Hij bracht uren per dag door in de sporthal en werd volgens biograaf Anthony Sampson een 'fanatieke zwaargewicht, fysiek imposant, met een lichaam dat hij zorgvuldig onderhield'. In 1994 zei Mandela tegen een verslaggever van Salt Lake Tribune: 'Ik heb er altijd van gedroomd een groot bokser te worden.'

Ook als voorzitter van de Jeugdliga van het ANC bleef hij trainen als een prof. Zijn fitnessregime begon om vier uur in de ochtend. Eerst deed Mandela, die in 1950 lid werd van een boksclub in Orlando, het huidige

Soweto, buikspieroefeningen. Daarna drukte hij zich honderd keer op met zijn vingertoppen, maakte vijftig diepe kniebuigingen en schaduwbokste tegen een muur. Hij sloot de sessies af door twintig kilometer te rennen door de stille straten van Orlando.

Meestal deed hij dat met Jerry Uyinja Moloi, een van de populairste 'niet-Europese' (zwarte) bokskampioenen van Zuid-Afrika en zijn beste vriend. Ze voerden de sessies minstens vier keer per week uit en Mandela ging er gewoon mee door, nadat hij aan het begin van de jaren zestig de geweldloosheid had afgezworen en als leider van de militaire tak van het ANC werd gezocht door de geheime politie.

Zindzi Mandela: 'Mijn vader vond dat een guerrillaleider er moest uitzien als een bokskampioen. Het gaf hem ook rust in tijden van grote stress en kracht om elke ochtend weer door te gaan met de strijd tegen de apartheid. Hij is altijd met zijn oefeningen doorgegaan. Het is natuurlijk niet te controleren, maar ik vermoed dat hij daarom tot nu toe altijd zo goed hersteld van kwaaltjes en fysieke tegenslag. Boksen heeft hem sterker en krachtiger gemaakt dan de meeste andere leeftijdsgenoten. Dat vindt hij zelf ook.'

Zindzi Mandela was nog maar net geboren toen haar vader in 1962 werd gearresteerd. Twee jaar later veroordeelde een blanke rechter hem tijdens de Rivonia Trial tot levenslange gevangenisstraf op Robbeneiland. In zijn claustrofobisch kleine cel bleef Mandela zijn boks­oefeningen zo consciëntieus mogelijk uitvoeren. Gevangene 46664 stond elke ochtend om vier uur op, deed buikspieroefeningen en kikkersprongen, drukte zich op met zijn vingertoppen en rende driekwartier zonder vooruit te komen.

Van het nationale en internationale boksen bleef Mandela redelijk op de hoogte. Boksen was ook onder bewakers een van de populairste sporten en de gevangenen stalen zo nu en dan een Ring Magazine, het bekendste boksblad ter wereld, uit de prullenbak.

Tijdens bezoekuur probeerde Mandela de uitslagen te achterhalen van de belangrijkste Zuid-Afrikaanse bokspartijen. De meeste informatie kwam van Winnie en, later, zijn dochters Zeni en Zindzi. Zij gingen in Soweto vaak naar het boksen, vertelt Zindzi Mandela. 'Niemand had nog een tv en er was verder zo weinig te doen dat mijn moeder, zus en ik heel veel wedstrijden zagen. Het maakte grote indruk op me. Alle boksers kenden mijn moeder. Voor en na de wedstrijden kwamen ze naar ons toe om een praatje te maken en te vragen hoe het ging met mijn vader.'

'Als boksfan was mijn moeder, in tegenstelling tot mijn vader, erg luidruchtig. Ik schaamde me soms voor haar gedrag. Dan sprong ze op van haar stoel en schreeuwde: 'Je staat te wijd', 'Houd timing man!' of 'Geef die vent een uppercut!'. Ik keek naar haar en dacht: ben ik echt familie van deze vrouw?'

Als opgroeiende jongen adoreerde Mandela Joe 'The Brown Bomber' Louis en Sugar Ray Robinson, volgens velen de beste bokser aller tijden. In de jaren zestig en zeventig werd Muhammad Ali zijn grote held. Zindzi Mandela: 'Mijn vader adoreerde hem al toen hij nog Cassius Clay heette, maar de liefde werd onvoorwaardelijk door alle politieke gevechten die Ali ging voeren, met als hoogtepunt zijn weigering te vechten in Vietnam en de veroordeling die daarop volgde. Ali maakte hiermee duidelijk dat hij nooit vrij kon zijn zolang andere niet-blanke mensen op de wereld werden onderdrukt. Mijn vader herkende zich daar natuurlijk sterk in. Beiden zagen het grotere geheel en offerden hun eigen belangen daaraan op.'

Met Winnie en haar dochters ging het op dat moment slecht, zegt Zindzi Mandela. 'De geheime politie viel ons altijd lastig. Dat legde een enorme druk op ons. Eén keer gooiden agenten stenen in onze schoorsteen. We stikten bijna en konden pas op het laatste moment het huis uitvluchten. Dat soort dingen gebeurde in die jaren vaak.

'Mijn zus en ik kwamen geregeld thuis in een leeg huis. Dan was mijn moeder weer eens gearresteerd. Toch moesten we altijd doen of het goed met ons ging. Mijn moeder zei letterlijk: 'Ik wil jullie nooit zien huilen, vooral niet in het bijzijn van de vijand. Jullie zijn Mandela's. En Mandela's mogen nooit hun zwakte laten zien.' Zij gaf zelf het goede voorbeeld. Ze weigerde te scheiden van mijn vader. Daardoor kon ze zelden werk vinden. Ondanks alles heb ik haar nooit de moed zien verliezen. Net als mijn vader is ze in alle opzichten een vechter.'

Nelson Mandela liep op 11 februari 1990 hand in hand met Winnie uit de Victor Verstergevangenis. Een van de eerste zinnen die hij als vrij man uitsprak, was: 'Er zijn dit weekeinde twee historische dingen gebeurd. Ik ben eindelijk vrijgelaten uit de gevangenis en Mike Tyson heeft zijn titel in het zwaargewicht verloren tegen Buster Douglas.' Mandela ging gebruikmaken van zijn status om zo veel mogelijk favoriete boksers te ontmoeten. In juni 1990 ontmoette hij tijdens een rondreis door Amerika, op zijn nadrukkelijke verzoek, de voormalige wereldkampioenen Joe Frazier, Sugar Ray Leonard, Evander Holyfield, Mike Tyson en, zijn grootste wens, Muhammad Ali. Bij terugkeer in Johannesburg zei Mandela: 'Ik heb Ali ontmoet. Hij vond dat ík The Greatest was!'

In 1994 ging Mandela zich als president van Zuid-Afrika ook actief bemoeien met het boksen. Hij haalde titelgevechten naar Zuid-Afrika en belde de voorzitters van internationale bonden als boksers uit eigen land in zijn ogen werden benadeeld. Zuid-Afrikanen die vochten voor een titel kregen de avond voor hun gevecht altijd een telefoontje. Soms gaf hij ze tips. Na overwinningen stuurde hij ze lange telegrammen, vol verwijzingen naar de boksgeschiedenis.

'Mijn vader bleef zelf ook fanatiek trainen', zegt Zindzi Mandela. 'Als president daagde hij zijn bodyguards vaak uit hem te verslaan met opdrukken. Dan zei hij: 'Wedstrijdje?' Meestal won hij. Dat kregen we dan nog lang te horen. Hij was nog steeds zó trots op zijn afgetrainde lichaam. Als hij bij mijn kinderen was, deed hij geregeld zijn truitje uit en liet ze slaan op zijn buik. 'Doet helemaal geen pijn. Opa is héél sterk', zei hij dan. Tegen journalisten zei hij: 'Kijk maar uit hoor. Ik ben een bokser.'

'Elke dag drukte hij zich op en deed buikspieroefeningen en toen joggen lastiger werd, ging hij ochtendwandelingen maken van soms wel vier uur. Mijn vader gelooft in verbetering, vooruitgang, het idee dat je altijd boven jezelf kan uitstijgen. Geen opdracht is te zwaar, alles kan. Zo is hij opgevoed in de Transkei, zo zit hij in elkaar.'

Haar vader is tegenwoordig fan van de Fillippijnse wonderbokser Manny Pacquiao, wereldkampioen in acht gewichtsklassen. Een jaar geleden vloog Zindzi naar Los Angeles om voor elkaar te krijgen wat zelfs de rijkste promotors niet was gelukt: het organiseren van een wereldtitelgevecht tussen Pacquiao en Floyd Mayweather junior. Het 'gevecht van de 21ste eeuw' moest plaatsvinden in Orlando Stadium, 'waar mijn vader heel veel bokswedstrijden heeft gezien'. De gage: vijftig miljoen dollar, te verdelen over beide boksers. Een naam was ook al verzonnen: Winter Storm.

Het droomcadeau kwam er niet. Zindzi's pogingen in contact te komen met de mensen die namens Team Mayweather serieus konden onderhandelen mislukten. 'Ik was zeer teleurgesteld', zegt ze. 'Het zou niet alleen een geweldig cadeau zijn geweest voor mijn vader, maar ook voor Zuid-Afrika en dat allemaal nog in mijn vaders leven. Hij treedt bijna nooit meer in de openbaarheid, maar dit zou hij nooit hebben willen missen.

'Mijn vader ziet het boksen als de ultieme metafoor voor het leven. Nooit opgeven, altijd doorgaan, ook als het even moeilijk is. Een gevecht gaat over vijftien ronden. In de tussentijd word je hard of minder hard geslagen, maar je moet steeds weer opstaan en nooit je zwakte laten zien. Het maakt ook niet uit hoe vaak je tegen de grond wordt geslagen. 'Een heilige is een zondaar die het steeds opnieuw blijft proberen', is een favoriete uitspraak van mijn vader. Het gaat erom dat je opstaat en aan het einde nog steeds staat.'

Een paar maanden geleden verhuisde Nelson Mandela voorgoed terug naar Qunu, het dorpje in Transkei waar hij opgroeide. Hij woont in een huis dat een kopie is van de bungalow in de Victor Verstergevangenis, waar hij van 1988 tot 1990 zat opgesloten. Op goede dagen drukt hij zich nog steeds een paar keer op met zijn vingertoppen. Tijdens het ontbijt leest hij vooral de verhalen over politiek en boksen.

Zindzi reist één keer in de maand met haar kinderen en kleinkinderen naar Qunu en blijft dan een weekend. Haar vader vertelt verhalen die hij al tientallen keren heeft verteld en plaagt lokale ouderen met hun hangbuiken, kaalheid of grijze haren. Een mop die hij vaak herhaalt gaat zo: 'Ik had eens allemaal harde plekken op mijn buik. Ik ging van de ene dokter na de andere om erachter te komen wat het was. Ik bleek een sixpack te hebben.' Zindzi Mandela: 'Daar moet hij dan zelf hard om lachen.'

Verplichtingen heeft haar vader nauwelijks meer. Soms zit Nelson Rohlilahla Mandela de hele dag met zijn stok in zijn hand te genieten van het uitzicht in de Transkei. De oude bokser vertelt de klein- en kleinkleinkinderen hoe hij in de velden rond Qunu met zijn vuisten en met stokken vocht tegen leeftijdsgenoten. Hij wilde kampioen stokvechten worden van de Transkei. Zijn leven zou dan geslaagd zijn.

Dit verhaal is gebaseerd op onderzoek dat Erik Brouwer deed voor Schaduwboksen. Nelson Mandela en de nobele kunst van de zelfverdediging (€19,99, Unieboek/Het Spectrum).

Egalitair

In zijn officiële autobiografie Long Walk to Freedom vertelt Mandela op meerdere pagina's over zijn passie voor het boksen. Een van zijn bekendste uitspraken is: 'Boksen is egalitair. In de ring zijn rang, leeftijd, kleur en leeftijd irrelevant. Als je om je tegenstander cirkelt, terwijl je zijn krachten en zwakten aftast, denk je niet aan kleur of sociale status.' In 2003 werd Mandela opgenomen in de Boxing Hall of Fame vanwege zijn verdiensten voor het nationale en internationale boksen en 'het knock-out slaan van apartheid'.

Mandeladay

Mandela's verjaardag op 18 juli wordt sinds een aantal jaar Mandela Day genoemd. Alle Zuid-Afrikanen moeten dan minstens 76 minuten iets doen voor een ander. Dit jaar is er een primeur: het kledingmerk '46664', genoemd naar Mandela's gevangenisnummer, lanceert op Mandela Day een internationale campagne. De wintercollectie van 2012 heet The Fighter en is geïnspireerd op Mandela's passie/obsessie voor het boksen.

undefined

Meer over