Analyse

Negentien jaar politieke acrobatiek om Afghanistan komt ten einde

Een Pantzerhouwitser op zijn heuvel bij Kamp Holland.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Een Pantzerhouwitser op zijn heuvel bij Kamp Holland.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In navolging van de VS trekt Nederland zich snel terug uit Afghanistan, zo bleek deze week. Zo komt een einde aan bijna twee decennia aan politieke worsteling, waarbij de Kamer steeds meer op de stoel van de uitvoerder is gaan zitten.

Dat Joe Biden deze week de Nederlandse terugtrekking uit Afghanistan aankondigde zonder een Nederlands besluit hiertoe, is een passende afsluiting van een ook voor Nederland bijna twintig jaar durende worsteling − met Afghanistan én met bondgenootschappelijke solidariteit.

Hoe Nederland daaraan in Afghanistan uiting gaf werd een pijnlijke politieke geschiedenis, waarbij ‘de situatie op de grond’ altijd de doorslag gaf. En dan niet de Afghaanse grond, maar die in Den Haag − en Brussel en Washington.

Die worsteling begint op dag één, als Nederland na de aanslagen in Verenigde Staten tot verbijstering van Washington aarzelt over het uitroepen van artikel 5 binnen de Navo: een aanval op één is een aanval op allen. Kort daarna, aan het begin van de Amerikaanse oorlog in Afghanistan, volgt de saga van de ‘humanitaire jachtvliegtuigen’. Den Haag biedt F-16’s aan, maar premier Kok is heel voorzichtig en wil dat hun rol beperkt blijft tot waarnemingstaken zoals het in kaart brengen van vluchtelingenstromen. Pas nadat in december 2001 Kok zelf een bezoek brengt aan een compagnie Nederlandse militairen in Kabul, het begin van de Nederlandse bijdrage aan de Navo-missie, wordt luchtsteun alsnog geoorloofd.

Uruzgan

De jaren daarna levert Nederland allerlei kleinere bijdragen, waaronder een provinciaal heropbouwteam in Baghlan en een helikopterdetachement. Spannend wordt het in 2005, als de VS en de Navo de druk op bondgenoten opvoeren om in het hele land actief te worden, niet alleen in het ‘veilige’ noorden. Behalve Britten en Australiërs hapt alleen Nederland toe bij informele verkenningen.

Defensie wil, na het zenden van special forces naar de provincie Kandahar, laten zien dat het ook met een grote, zwaar bewapende troepenmacht in het ‘hogere geweldsspectrum’ kan optreden. De Militaire inlichtingendienst waarschuwt dat er doden gaan vallen in Uruzgan. Er zullen uiteindelijk meer dan twintig Nederlandse militairen omkomen.

‘Het politieke wespennest bevindt zich momenteel in den Haag’, rapporteert deze krant in die dagen. Maandenlang aarzelt het kabinet, premier Balkenende voorop. Daarbij spelen ook de Irak-oorlog, die desastreus is uitgepakt, en schandalen rond de Amerikaanse behandeling van krijgsgevangenen een rol. Het kabinet legt geen formeel besluit maar een ‘voornemen’ aan de Kamer voor. Na een verhit Kamerdebat met hevige kritiek op de Amerikanen, helpt de PvdA onder Wouter Bos de coalitie aan een meerderheid.

In de Volkskrant schrijft columnist H. J. Schoo dat de ‘politieke acrobatiek’ over het besluit nog erger is geworden ‘toen de Kamer zich tot in detail met de uitvoering van de missie ging bemoeien’. De Kamer voegt een hele reeks (deels onhaalbare) eisen toe aan de missie, en een smak geld voor hulpprojecten die de wederopbouw moeten bevorderen. Schoos woorden dat ‘voor effectieve controle van de uitvoerende macht afstand tot die macht onontbeerlijk is’, verwaaien in de wind: de Kamer zal inzake militaire missies juist steeds meer op de stoel van de uitvoerders gaan zitten.

Anderhalf jaar later, na de dramatische Slag om Chora die nu, in 2021, nog tot een rechtszaak leidt, blijkt uit een inventarisatie dat ‘het effect van de Nederlandse opbouwactiviteiten nog marginaal is’. De PvdA stemt in 2007 in met verlenging van de missie, maar eist daarbij een vastgespijkerde einddatum voor de aanwezigheid in Uruzgan.

Een boordschutter in een Nederlandse Chinook-helikopter vliegt boven Afghanistan. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Een boordschutter in een Nederlandse Chinook-helikopter vliegt boven Afghanistan.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Obama

In 2009 begint in de VS onder president Obama een kentering: een tijdelijke versterking moet een nieuwe fase inluiden van minder westerse troepen die het Afghaanse leger moeten opbouwen en trainen. Maar de situatie op de grond in Uruzgan vereist met het naderen van de Nederlandse deadline een langer verblijf, zij het met minder troepen.

De situatie rond het Binnenhof staat het niet toe − de PvdA laat het kabinet vallen. De troepen worden teruggetrokken. Afzwaaiend Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer zegt er nu over: ‘Het zijn deels nation- buildingoperaties en dat is iets van twintig-dertig jaar. Wij hebben dat oprecht geprobeerd in Afghanistan, al moesten we vervroegd weer terug vanwege de politieke crisis in Nederland, wat voor de nodige frustraties heeft gezorgd onder militairen.’

Een volgend kabinet, Rutte-I, zoekt naar een manier om de wonden te helen met de Amerikanen en andere bondgenoten. Althans VVD en CDA doen dat, de PVV haakt direct af, en de oppositie wil geen gedoe meer dat lijkt op oorlog. Dat is het begin van de Kunduz-missie, waarbij Nederland politieagenten gaat opleiden in oorlogsgebied, die niet mogen meedoen aan gevechten.

Kunduz

Het leidt tot wat een van de direct betrokkenen een ‘verschrikkelijke missie’ noemt, ‘een voorbeeld van de allerslechtste detailsturing vanuit Den Haag die je maar kunt bedenken’. In de interdepartementale stuurgroep missies en operaties roept Karel van Oosterom, Ruttes vertegenwoordiger: ‘Alles wat GroenLinks wil, is wet.’ En zo gebeurt het.

De missie gaat door, maar wordt vroegtijdig afgeblazen wegens gebrek aan op te leiden personeel. GroenLinks blijkt de interne weerstand tegen de missie onderschat te hebben en leidt bij de volgende verkiezingen een grote nederlaag. ‘Kunduz hebben we fout ingeschat’, concludeert Jolande Sap, voor wie het doek ook valt, later.

De laatste jaren wordt het politiek rustiger op het Afghanistanfront − nu de aantallen uitgezonden militairen afnemen en de taken zich toespitsen op het opleiden van Afghanen. Maar de uiteindelijke run naar de uitgang is wel weer typerend: hoewel Navo-chef Jens Stoltenberg eind februari nog zegt dat een vertrek van de troepen afhangt van de situatie op de grond, trekt president Biden er nu toch de stekker uit. Vanwege de situatie in Washington. Den Haag kan slechts volgen.

Meer over