Neem geen genoegen met Plasterks aanbod

Anders dan minister Plasterk suggereert, komt er voor de meeste leraren geen directe forse salarisverbetering in zicht en blijven leraren afhankelijk van managers.

Aleid Truijens

‘Dynamische collega’s gezocht!’, staat boven een advertentie afgelopen zaterdag van de Esprit-scholengroep in Amsterdam. En meteen daaronder: ‘Geboden: marktconforme beloning’.

Deze school weet welke worst zij sollicitanten moet voorhouden. Esprit spreekt de taal van de banenjager die weet wat hij waard is. Een grotemensensalaris, dat scherp concurreert met wat het bedrijfsleven betaalt aan hoogopgeleiden, dat wil die leraar.

Zo niet, dan zoekt hij het elders. Zo’n salaris verdien je sinds 1985 op geen enkele school. Het inkomen van academici ligt in het onderwijs 25 procent lager dan op ‘de markt’ en dat van hbo’ers 10 procent. Kan de wervende Esprit-directie haar belofte ineens waarmaken?

Rinnooy Kan adviseerde het krachtig en ook minister Plasterk wil het dolgraag: meer academici voor de klas, marktconform betaald. Want alleen zo kunnen we een kolossaal lerarentekort afwenden en het kennisniveau verhogen. Ze zijn er wél, die potentiële leraren.

Uit de Loopbaanmonitor 2007 (pdf) blijkt dat in het voortgezet onderwijs slechts één op de vijf gediplomeerden direct na het afstuderen voor de klas gaat. Minder dan de helft, 40 procent, ambieert een loopbaan in het onderwijs. Van de afgestudeerden die wel meteen voor de klas gingen, haakte 8 procent in het eerste jaar af.

Kleine oogjes

Woensdagochtend kwam de minister met kleine oogjes uit de onderhandelingen met vakbonden en onderwijsbestuurders. Moe maar tevreden. Hij had, zei hij, ‘forse’ verbeteringen voor de leraren binnengesleept.

Wat veroverde Plasterk eigenlijk, voor die solliciterende afgestudeerden? Even het Convenant LeerKracht van Nederland (pdf) erbij gepakt. Er verbetert van alles, voor de leerkracht. Straks. Ooit. In oktober, op de Dag van de Leraar, krijgt de fulltime docent er 200 euro bruto bij. Zomaar! Eenmalig, helaas. Het aanvangssalaris in het voortgezet onderwijs blijft 2.305 euro bruto, ook voor eerstegraads.

Dat wordt tussen nu en 2014 niet verhoogd. Beginnende leraren wordt ontraden meer dan 80 procent te werken: bruto 1.840 euro dus. Niet echt een inkomen dat jonge academici als bijen naar de honing lokt.

Wel stijgt die leraar straks sneller in salaris: hij bereikt vijf jaar eerder zijn plafond. Leraren die bovenaan hun schaal zitten, krijgen er duizend euro bij. Per jáár. En aan welke top, in welke schaal? In het Convenant staat dat eerstegraads leraren die lesgeven in de bovenbouw in de LD-schaal zouden moeten komen. De minister gaat de besturen dwingen meer docenten in de hogere schalen te plaatsen. Daardoor kan de leraar in 2014 tot 500 euro bruto per maand meer verdienen, academici tot 1.000 euro. Maar let op de woorden ‘kan’ en ‘tot’.

Opleidingsniveau

Want betekent dit nu dat het salaris, zoals Rinnooy Kan wilde, gegarandeerd gekoppeld wordt aan opleidingsniveau? Wordt onbevoegd lesgeven verboden? Wordt bijscholing van tweedegraads tot eerstegraads nu wél verzilverd? Kunnen alle eerstegraders die jarenlang zijn afgeknepen, met de nieuwe cao in de hand van hun directie het salaris eisen dat ze hadden gehad als ze van meet af aan naar opleiding waren betaald?

Plasterk mompelde er wat onduidelijks over, bij Pauw & Witteman. Toen dat duo hem honend voorhield dat ‘die academici toch hetzelfde werk doen als hbo’ers’, wist hij niet uit te leggen waarom dat helemaal niet zo is. Hij had simpelweg kunnen zeggen dat leraren die zelf nooit het vwo hebben doorlopen en tijdens hun opleiding minimale vakkennis verwierven geen toekomstige wo-studenten kunnen opleiden. Dat het niveau omhoog moet, en dat zoiets geld kost. Dat nergens op ‘de markt’ hbo’ers en academici gelijk betaald worden. Plasterk, zelf een eerstegraads bevoegde academicus, durfde dat niet.

Ook het Convenant is er duister over. De aantallen leraren in de hoogste schalen zijn ‘streefcijfers’. Voorlopig hoeven directies dus helemaal niks en kunnen individuele leraren nergens op rekenen. De toekenning van jaarlijkse periodieken is afhankelijk van beoordelingsgesprekken. Wie wordt uitverkoren voor hogere schalen is ter beoordeling aan de directies, waardoor jaknikkers en hielenlikkers in de prijzen zullen vallen. Niks recht.

Meer conciërges

Over verlichting van werkdruk, waarvan hij de mond vol had, meldt Plasterk weinig, behalve dat hij meer conciërges wil aanstellen. Alsof het maken van fotokopieën topdrukte veroorzaakt. De werkdruk van de leraar, vooral in de hogere klassen, zit hem in voorbereiding en nakijkwerk. Eindeloze stapels werkstukken, elke avond. Die werklast is onevenredig verdeeld over vakdocenten. Maar er komt geen onderzoek naar verschillen in werkdruk, bijvoorbeeld tussen die van de tekenleraar en de leraar Nederlands.

Plasterks zalvende woorden over ‘het onderwijs teruggeven aan de leraar’ ten spijt, blijven leraren afhankelijk van de genade van hun managers. Ook Dijsselbloem zei, in het Kamerdebat over de onderwijsvernieuwing, dat hij bestuurders niet de zeggenschap over salarissen wilde ontnemen.

Voor de meeste leraren komt er dus geen directe ‘forse’ salarisverbetering in zicht. Als ik leraar was, zou ik geen genoegen nemen met Plasterks voor de poorten van de hel weggesleepte trofeeën.

Meer over