reportage

‘Nee, de Skype-sessie met een paard was geen succes’

Universitair hoofddocent Robin van den Boom leert studenten Ellen en Auke hoe ze een gezondheidscheck moeten uitvoeren bij een paard. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Universitair hoofddocent Robin van den Boom leert studenten Ellen en Auke hoe ze een gezondheidscheck moeten uitvoeren bij een paard.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Eindelijk weer college, eindelijk weer practica, eindelijk elkaar weer ontmoeten. Op de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht biedt het begin van het nieuwe studiejaar alle reden tot vrolijkheid.

Een beetje gek voelt het wel. Elze (20), tweedejaarsstudent diergeneeskunde in Utrecht, staat op het punt om nieuwbakken eerstejaars een tour door haar faculteit te geven. Alleen: ze is er zelf nauwelijks geweest. ‘Ik moet dus gaan vertellen waar alle ruimtes toe dienen’, zegt ze. ‘Maar eerlijk gezegd zou ik het zelf ook niet weten.’

Gelukkig heeft de studievereniging, die deze introductiedag organiseert, een brief met informatie toegestuurd. Een kwestie van voorlezen dus.

Maandag trapte het hoger onderwijs af met een nieuw studiejaar, in navolging van de mbo’s, die een week eerder zijn begonnen. Voor tweedejaarsstudenten zoals Elze is dit moment in vele opzichten bijzonderder dan voor de eerstejaars, die zich deze ochtend met een schuchtere glimlach bij de faculteit melden. Zij beginnen het jaar ‘zoals het hoort’: in de collegebanken, omringd door nieuwe potentiële vrienden voor het leven.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

De tweedejaars, daarentegen, hebben er een heel ander jaar opzitten. Hun eerste kennismaking met de studententijd wordt gekenmerkt door sociaal isolement, gebrek aan borrels en soms gortdroge en demotiverende onlinecolleges. Voor een vakgebied als dierengeneeskunde, dat gedijt bij de gratie van praktijkonderwijs, betekende dit een ware aderlating.

Paard

‘We hebben zelfs een keer geskyped met een paard’, zegt Mauro (19), die samen met Elze de eerstejaars opvangt. ‘Dan ging een docent met haar camera langs het paard en moesten wij aangeven wat er mis mee was.’ Een succes was het allerminst: de internetverbinding viel steeds weg en het paard had zijn dag niet. Lang verhaal kort: de betreffende ziekte bleef onopgemerkt.

Aan onlinecolleges valt de komende tijd niet helemaal te ontkomen: voor de onderwijsruimten geldt een maximum aantal bezoekers van 75. De hoorcolleges van de populairdere studies, zoals rechten, psychologie en ook diergeneeskunde, zullen om die reden nog noodgedwongen vanuit huis gevolgd moeten worden. Daartegenover staat dat werkgroepen weer kunnen samenkomen en dat practica en coschappen als vanouds kunnen plaatsvinden.

Reden genoeg voor een opgetogen sfeer op de universiteitscampus Utrecht Science Park (voorheen: de Uithof). Een paar weken geleden was het daar nog uitgestorven, nu is het een en al bedrijvigheid. Plukjes studenten zitten dicht op elkaar in het gras, de broodjeszaak naast de universiteitsbieb draait overuren en waar je ook kijkt vinden kennismakingen plaats, georganiseerd door de studieverenigingen.

Een ouderejaars leest een briefje voor: ‘Geef vijf complimenten aan je medestudenten.’ Een jongen die vervolgens wordt aangewezen om aan de opdracht te voldoen, raakt lichtelijk in paniek. ‘Ehh’, klinkt het. En dan na een lange stilte: ‘Leuk shirt heb je aan.’

Welkomsttoespraak

Bij de faculteit Diergeneeskunde is decaan Debbie Jaarsma intussen begonnen aan een welkomsttoespraak, die via een live-verbinding in vijf collegezalen is te volgen. ‘Zorg goed voor jezelf’, luidt een van de tips die ze de eerstejaars meegeeft. Op de powerpoint achter haar verschijnt een hart, samengesteld uit groenten en fruit. ‘Jullie denken waarschijnlijk: roze koeken eten, dát is het studentenleven. Maar je leven ziet er echt vele malen vrolijker uit als je gezond eet en genoeg slaapt.’

Nee hoor, die moederlijke betrokkenheid heeft niets te maken met de zorgen die er leven over de mentale gezondheid van studenten tijdens de coronacrisis, zegt Jaarsma even later, als ze heeft plaatsgenomen in de door dierenskeletten omgeven studieruimte. ‘Ik vind het gewoon belangrijk dat ze met een positieve vibe starten.’

Diergeneeskundestudenten staan erom bekend dat ze enorm bevlogen zijn, vervolgt Jaarsma. ‘Het zijn mensen die deze studie al jaren willen doen.’ Niet verwonderlijk dus dat de coronabeperkingen niet hebben geleid tot een verslechtering van de studieresultaten. ‘Maar vergis je niet: studieresultaten zijn niet demonstratief voor het welzijn van de studenten.’

Dat wordt beaamd door Henk Kummeling, rector magnificus van de Universiteit Utrecht. ‘Het gemiddeld aantal studiepunten lag in de coronatijd zelfs hoger dan in de achterliggende jaren’, zegt hij aan de telefoon. ‘Studenten hadden ook niet veel meer omhanden dan hun studie. Maar niet iedereen is dat gemiddelde. Er zitten studenten bij die het heel moeilijk hebben gehad. Die zaten te verpieteren op hun kamertje.’

Ook voor de docenten was het volgens Kummeling geen makkelijke tijd: die hebben zich ‘het schompes’ gewerkt om onderwijs te kunnen blijven aanbieden. Dat ze nu weer naar locatie kunnen komen stemt vrolijk. ‘Al blijft het natuurlijk spannend’, zegt hij, verwijzend naar een mogelijke nieuwe coronagolf. ‘Maar we hebben nog geen situaties meegemaakt waarbij docenten zeggen: we komen niet, we vinden het onverantwoord.’

Kennis inhalen

Bij de aan de faculteit verbonden dierenkliniek, waar het sinds de coronatijd vanwege de toegenomen populariteit van huisdieren drukker is dan ooit, wemelt het deze maandag van de witte doktersjassen. Uit de hoge toegangsdeur komt stapvoets een patiënt gesjokt: een paard met een nieuw paar hoefijzers.

‘Heerlijk’, grijnst Hans Kooistra, hoogleraar van de afdeling Inwendige Geneeskunde Gezelschapsdieren, als hem wordt wordt gevraagd hoe hij het vindt om weer studenten te mogen ontvangen in de kliniek. Vooral de interactie heeft hij gemist.

Nu is het tijd om alle achtergebleven kennis in te halen. Dat kan in versneld tempo, vermoedt hij, vanwege een onverwacht voordeel dat de coronacrisis heeft opgeleverd: de eigenaren van de huisdieren mogen niet mee naar binnen. ‘Daardoor kunnen we vrijelijker met de studenten spreken. Je kunt bij wijze van spreken zeggen: zou hier sprake zijn van een tumor? Zo’n vermoeden spreek je niet uit waar de eigenaar bij is. Voor het onderwijs is dat mooi.’

Meer over