Nederland

Eerste kerstdag in Camp Smitty, Irak. Je bent soldaat. Een jaar of twintig. Het ontbijt duurt wat langer dan normaal....

Martin Bril

De aalmoezenier zit op het vinkentouw, die heeft er zin in. Je houdt hem scherp in de gaten, want voor hij met lullen begint, wil je nog even naar het mobiele toilet dat buiten een zandstorm trotseert. Uit de luidsprekers druppelt Bing Crosby.

Je staat op.

Je steekt het cd'tje bij je, en halverwege de weg naar buiten, bedenk je je dat je twee vliegen in één klap kunt slaan. Je haast je naar de slaapzaal om je walkman te halen. Dan hol je naar het toilet.

Deur op slot.

Broek naar beneden.

Zitten.

Brrr, een koude bril.

Je legt de cd in de walkman en duwt de oordopjes in je oren. Je drukt op play en schroeft het volume extra op. Even hoor je alleen ruisende stilte en dan een stem die je kent: Jan Peter Balkenende.

Hij klinkt een beetje verkouden.

Aanvankelijk kost het moeite je te concentreren op wat hij zegt. Dat is eigenlijk altijd het geval met die gekke Balken-

ende. Wat dat betreft heeft hij zijn eigen glazen ingegooid door altijd zo verdomde snel te praten. Je wordt al moe als je eraan denkt.

Maar nu spreekt hij langzaam.

En plechtig, alsof er iemand dood is. Misschien heeft het iets met prins Bernhard te maken. Ja, zoiets moet het zijn. Je stopt de cd en begint opnieuw. Een zijdelingse blik leert dat het toiletpapier bijna op is. Het is ook altijd hetzelfde. Je luistert naar je premier:

Nu zal het wel gauw gaan sneeuwen,

Dan worden de wegen wit.

Dan rijden de drie kamelen,

Waarop elk een koning zit.

Door een woestijn van eeuwen,

Vol boosheid en gevit.

Je begint het te snappen. Zo moeilijk is het niet. Een woestijn van eeuwen, daar zit je zelf in. Boos zijn ze ook, die Irakezen, en vitten kunnen ze helemaal. Allemaal eikels, eerlijk gezegd. Over een witte kerst hoor je ze nooit. Jan Peter dicht verder.

De herders liggen bij nachte,

Te waken op het veld.

Bij hun schaapjes met witte vachten,

Een engel heeft het hun verteld.

Dat Jezus niet langer kon wachten,

Want de wereld moest hersteld.

Terwijl de keutel zakt, denk je: het moet niet gekker worden! Je hebt er geen bal verstand van, maar als dit een gedicht is, hoeft het niet van jou. Of zou die knakker het zelf hebben geschreven?

Ineens schudt heel de cabine heen en weer. Iemand wil erin, je weet meteen wie het is. De wachtmeester. Die altijd zijn eigen rol bij zich heeft. Zijn vrouw stuurt hem om de zoveel weken zijn eigen toiletpapier. Dat is altijd weer lachen. Je zet de walkman uit. De eerste minister heeft het net over de hemel die eenvoudig opengaat. 'En dan wordt alles stil', hoor je hem nog zeggen. Je denkt aan thuis, aan Nederland.

Meer over