Nederlandse televisie blijkt recordhouder herdenken

Jean-Pierre Geelen

Prachtige woorden en emoties, op de herdenking van de bevrijding van Auschwitz, zeventig jaar geleden, dinsdag live uitgezonden door de NOS. Indrukwekkend, de kampoverlevende Roman Kent tot in tranen te horen herhalen: 'We willen niet dat ons verleden de toekomst wordt van onze kinderen.'

Dergelijke verwijzingen naar het heden weerklonken de hele plechtigheid, het felst en bitterst in de woorden van Ronald Lauder, president van het Joods Wereldcongres. Voor een gehoor van wereldleiders en andere prominenten - onder wie Willem-Alexander met een keppeltje op - legde hij op vermanende toon een link van de vooroorlogse jodenhaat naar de recente aanslagen in Parijs. 'Opnieuw worden we omsingeld door antisemitisme. Het lijkt nu meer op 1933 dan 2015.'

Wat de herdenking óók heeft aangetoond, is de kracht van het beeld. Dinsdag bleek Nederlandse televisie recordhouder herdenken. Niet één buitenlandse zender besteedde zoveel uren aan het thema, variërend van de live-uitzending en Andere Tijden tot het vernieuwde Brandpunt, dat had becijferd dat de NS in de oorlog omgerekend zo'n 2,5 miljoen euro heeft verdiend aan het transport van Joden.

Het indrukwekkendst uit al die vele uren waren de beelden van toen. Nog altijd blijken die op te duiken, uit nieuwe bronnen, soms opnieuw geordend. De verhalen zijn bekend, de beelden blijven schokkend.

Tijdens de herdenking in Auschwitz werd een korte film getoond van Steven Spielberg over de verschrikkingen van het kamp. Het was een combinatie van getuigenissen en veel zwart-witfoto's, onder de voice-over van Meryl Streep. Stilstaand (zwart-wit) beeld bleek nog altijd een indringend effect te hebben, voor een documentaire die vooral geschikt leek te mikken op educatieve instellingen.

Indringender en indrukwekkender was de Amerikaans-Britse documentaire Night will fall. Hij is gebaseerd op materiaal dat geallieerde troepen filmden bij de bevrijding van de kampen Bergen-Belsen en Auschwitz. Onder anderen Alfred Hitchcock werkte eraan mee, maar de film ('German concentration camps') zou om politieke redenen nooit worden afgemaakt. Wel dienden de onthutsende beelden als bewijsmateriaal in processen tegen oorlogsmisdadigers. Zeventig jaar later dook het materiaal op uit de archieven van het Imperial War Museum.

In omringende landen was de film afgelopen dagen al te zien. Ook in Duitsland, waar het merkwaardig bleef dat televisie zich dinsdag prime time overgaf aan komedie, een gezondheidsmagazine op NDR en de enige documentaire op ZDF: Unser Bier ist in gefahr.

Wie het op NPO2 kon opbrengen, ging ver na middernacht naar bed met op het netvlies stapels uitgemergelde lijken en getraumatiseerde cameramannen die het destijds allemaal moesten vastleggen, zo close mogelijk om de bewijsvoering te dienen.

Hopen dode vrouwen als standbeelden in de aarde, een paar meter verderop proberen andere gevangen op hun laatste krachten te overleven. Hoe de levenlozen werden versleept en in een kuil gestort. Een haakse voet trok een spoor door het zand. Hitchcocks bijdrage zat onder meer in het bewust contrasteren met het volstrekt 'normale' leven in feeërieke dorpjes verderop.

De stapels zakken met mensenhaar, gesorteerd op gewicht. Bergen gebitten, borsteltjes, brillen, schoenen. De geluidloze zwart-witbeelden uit Night will fall zeiden meer dan woorden. Bekend, maar ze wennen nooit. Maar goed ook.

Meer over