Analyse

Nederlandse leger vertoont grote gaten, extra Navo-bijdragen vrijwel ondoenlijk

De Navo wil permanent meer aanwezig zijn langs de oostflank en ook de EU heeft ambities. Maar Nederland loopt tegen zijn grenzen aan. Het is een mini-krijgsmacht geworden, die veel wil, maar weinig kan bijdragen aan het bondgenootschap.

Arnout Brouwers
Op de kazerne in Rukla, Litouwen. Zo’n 270 Nederlandse militairen zitten daar sinds vijf jaar in Navo-verband. Beeld Bart Maat / ANP
Op de kazerne in Rukla, Litouwen. Zo’n 270 Nederlandse militairen zitten daar sinds vijf jaar in Navo-verband.Beeld Bart Maat / ANP

Nederland stuurt deze zomer 200 militairen (van de luchtmobiele brigade) voor een jaar naar Roemenië, als onderdeel van de ‘vooruitgeschoven presentie’ van de Navo aan de oostflank. Ze gaan deel uitmaken van een door Fransen geleide multinationale Navo ‘battle group’.

De aankondiging hiervan woensdag ging gepaard met een mooie grafiek die het totaal van de Nederlandse Navo-bijdragen toont: naast de al sinds 2017 in Litouwen opererende grondstrijdkrachten dus nu ook militairen naar Roemenië. Verder luchtruimbewaking in Bulgarije en Oost-Europa (vooral Polen) en de gebruikelijke marinebijdragen aan Navo-vlootverbanden, in dit geval een fregat en een mijnenjager. Ook is er sinds kort een Patriot-luchtverdedigingseenheid van 150 militairen actief in Slowakije.

Zo staat de hele grafiek vol met bijdragen, wat imposant oogt. Een nadere blik op de grafiek leert twee dingen: dat Nederland op dit moment graag concreet wil bijdragen aan de beveiliging van Navo-grondgebied. En dat die bijdragen noodgedwongen een symbolische omvang hebben. Zelfs van de al verkleinde maar wendbare krijgsmacht die Nederland midden jaren negentig had, is weinig meer over dan een mini-krijgsmacht. Het is een praktisch probleem dat ook speelt bij veel andere Europese krijgsmachten.

Kijk naar het luchtmachtaandeel aan de versterking langs de oostflank. Het gaat om twee missies. Bij de ene is acht keer een gevechtsvliegtuig ingezet in een periode van iets langer dan een maand, de andere is een missie van twee maanden, uitgevoerd door welgeteld twee gevechtsvliegtuigen. De Patriot-eenheid? Gaat ‘in beginsel’ voor zes maanden. De militairen in Roemenië? Gaan ‘in beginsel’ voor één jaar, in drie rotaties.

Knip-en-plakwerk

Loopt Defensie met de huidige inzet tegen grenzen aan? Ja, luidt het informele antwoord in de wandelgangen. Een woordvoerder wijst op twee problemen: de logistieke lijnen en de personele bezetting. Want met alle nieuwe missies, en de bestaande kleine missies in Erbil en Mali (ook kortdurend), en de West, wordt het een steeds grotere uitdaging ‘de logistieke keten’ voor al die missies in stand te houden.

null Beeld

Daarnaast is er het personeelsprobleem. Op papier heeft de landmacht drie brigades. In werkelijkheid zitten hierin zulke grote gaten (het totale personeelstekort bij Defensie is 9.000) dat met knip-en-plakwerk uit verschillende eenheden in de praktijk niets groters dan een compagnie (circa 150 militairen) kan worden uitgezonden voor een beperkte tijd. Wel kan in theorie nog eenmalig een bataljonstaakgroep (circa 800 militairen) worden ingezet, zonder aflossing. Vandaar die inzet voor korte periodes. Ter vergelijking: in de jaren negentig kon Nederland nog vier vredesbewarende operaties van bataljonsomvang gelijktijdig en voor langere tijd uitvoeren. Bij de marine en luchtmacht is het beeld hetzelfde.

Hans Damen, een landmachtgeneraal b.d., voegt nog een element aan de krapte toe: munitie. ‘Heeft Nederland wel voldoende munitie om die troepen in te zetten?’ Damen vindt uit principe dat defensie er altijd hoort te staan als laatste redmiddel. ‘Als het echt oorlog wordt moet Nederland eenmalig een brigade kunnen samenstellen uit de nu beschikbare mensen en middelen, van een paar duizend man, met de bijbehorende ondersteuning en logistiek’. Maar die zal, zegt hij, ‘een heel beperkt voortzettingsvermogen hebben.’

Dick Zandee, defensie-expert van Instituut Clingendael, wijst erop dat de krimp een pan-Europese trend is, ook bij de grotere landen: zo gingen de Britten terug van een inzetbare divisie (bestaande uit drie brigades) op rotatiebasis naar één brigade. ‘Tot en met de uitzending naar Uruzgan (2006-2010) kon de Nederlandse krijgsmacht nog een eenheid met de omvang van een bataljon-plus inzetten en langere tijd volhouden. Dat is nu volstrekt onmogelijk.’ Dat de krijgsmacht nog maximaal een compagnie militairen kan inzetten noemt hij ‘niet serieus’.

Geen dienstplicht

Staatssecretaris Van der Maat sloot deze week een terugkeer naar de dienstplicht uit. Binnen Defensie hoopt men dat extra investeringen en een ander, slimmer personeels- en reservistenbeleid (inclusief meer betalen) gaan helpen. Maar Zandee voorspelt zware tijden voor de Europese legers die geen dienstplicht kennen. ‘De eisen van de Navo gaan omhoog: er moeten meer eenheden klaar staan, met snellere reactietijden. Tegelijkertijd schroeft ook de EU haar ambities op, met de snelle reactiemacht.’ Omdat eenheden niet aan twee taken tegelijk mogen worden toegezegd (‘double hatting’), ‘komen lidstaten met beperkte capaciteit in de problemen.’

Defensie worstelt met de communicatie hierover. Vorig jaar begon toenmalig minister van Defensie Bijleveld plots van de daken te roepen dat Nederland zijn eigen grondgebied niet kan verdedigen, een situatie die feitelijk al sinds 1940 bestaat. Vandaar de Navo. Daarna deden de commandanten van de krijgsmachtdelen een boekje open over de gaten in de krijgsmacht, de schepen die aan de ketting liggen en hoe Nederland zelfs niet aan de Navo-verplichtingen kan voldoen.

Maar nu Poetin Oekraïne is binnengevallen, willen de bondgenoten, inclusief Nederland, begrijpelijkerwijs juist uitstralen dat Navo-grondgebied onneembaar territoir is. Vandaar die grote grafieken. En vandaar dat Navo-chef Stoltenberg om de haverklap herhaalt dat er ‘honderdduizenden’ Navo-militairen gereed staan om op korte termijn in actie te komen. Generaal Damen vat het prozaïscher samen: ‘Als het echt oorlog wordt, zullen de Amerikanen ons weer moeten redden. Voor de derde keer.’

Meer over